Mirella van der Heide, tegenwoordig gesetteld met man en kind in Den Haag (maar bezit gelukkig nog wel een stoere Merc 609, omgebouwd tot camper, die ieder weekend en iedere vakantie gebruikt wordt om in reisbehoefte te voorzien). Inmiddels tien jaar geleden zegde ik spontaan mijn baan als ambtenaar op, de drang naar vrijheid was te groot geworden.
Op de bonnefooi vertrok ik naar een vage kennis in Oeganda. Om drie jaar daarna, in 2007, weer zonder een cent op zak maar wel met een hoofd en hart vol geluk terug te keren naar Nederland (om een maand later weer naar Canada te verhuizen voor de ‘liefde van mijn leven’, maar dat is een ander verhaal). Alle wijze lessen, mooie ervaringen en spannende avonturen van toen en daarna gebruik ik nu in mijn eigen schrijfbedrijf Via Mirella.
Waarom ik een band heb met Oeganda? Heb je even? Niet voor niets wordt Oeganda de parel van Afrika genoemd. Je moet even poetsen, door een beetje stof en vuil heen kijken, maar dan heb je ook wat.
Tussen de locals
Vanuit Den Haag reisde ik naar Mbale, een provinciestadje in het oosten van Oeganda, niet zover van de grens met Kenia. Daar vond ik gemakkelijk een plekje tussen alle ‘locals’ en de prominent aanwezige vrijwilligers uit West-Europa en de VS – vaak christenen op evangelisatiemissie. Vanuit verschillende motivaties werd ik gastvrij en liefdevol opgenomen door (bijna) iedereen uit beide gemeenschappen. Het landschap is overweldigend mooi, net als de mensen. En de muziek. En het eten. En het licht. En de duisternis. Ik heb een stukje Oeganda in mijn hart en een stukje van mijn hart is daar gebleven.
Oeganda is veel minder toeristisch dan buurlanden Kenia en Tanzania, maar daardoor ook op plekken minder goed toegerust en zeker niet alle accommodaties en restaurants voldoen aan westerse standaards. Dat is de charme van Oeganda. Mensen zijn daardoor ook een stuk meer relaxed dan op andere plekken. Niet iedereen loopt achter je aan om je het zoveelste houtsnijwerkje te verkopen, niet iedereen wil geld van je. Natuurlijk blijf je altijd een mzungu (blanke) en word je ook als zodanig bejegend – maar toch gaat het er anders aan toe dan in veel andere Afrikaanse landen.
Je kunt heerlijk eten in Oeganda, vooral als je van eenvoudige kost houdt die gebaseerd is op echt en eerlijk puur voedsel. Vis uit Lake Victoria is vers! En lekker! De groene bananen vormen iets echt Oegandees, matooke. Het is iets wat niet alle westerlingen kunnen waarderen maar als je de smaak eenmaal te pakken hebt kunnen ze je er ’s nachts voor wakker maken.
Cultuur verrast
Cultuur verrast in Oeganda: er is een kleine Joodse gemeenschap rond Mbale en Pallisa (de Abuyudaya); in het oosten van Uganda wonen de Basigu die traditionele besnijdenisceremonies uitvoeren. In het Westen woont het Ankole-volk, bekend om zijn koeien met enorme hoorns; in centraal Oeganda is een koninkrijkje van de Kabaka. Kortom, veel Oeganda tips.
Ieder etnische groep heeft een eigen taal en eigen gewoontes, eten, kleding. Leuk om op te zoeken op Wikipedia, maar veel leuker om in het echt te beleven.
De natuur is even divers: van de watervallen in het oosten (Sipi Falls), prachtige eilandjes in de Nijl (Hairy Lemon) en Lake Vistoria (Sese Islands) tot de vele wildparken verspreid over Uganda (Lake Mburo, Queen Elisabeth, Lake Murchison) en de gorilla’s in het westen aan de grens met Rwanda (Bwindi).
Oeganda tips:
1. Leer een rare zin in het Luganda
Met Engels kom je een heel eind, maar leer ook vooral – op de eerste dag – hoe je “ben je helemaal betoeterd, mijn vriend?’ in het Luganda zegt (de meest gesproken taal, in ieder geval in en rond Kampala en centraal-Uganda). Dan zorg je ervoor dat je de lachers op je hand hebt en niet altijd overal te veel betaalt.
2. Luwero market
Ga naar Luwero market en trek er een dag voor uit. Laat je meeslepen door de geuren (niet altijd even aangenaam), drink ergens een kopje thee en eet, ook al is het op nuchtere maag, samosa’s, druipend van het vet.
3. Neem de boda
Gebruik lokaal transport. Dus in de ‘matatu’ (taxibusje, met twintig plekken om mensen te vervoeren waar in NL acht mensen gebruik van maken) of op de boda (fiets of brommer, achterop bij een bestuurder die met gevaar voor eigen leven én het jouwe tussen auto’s, bussen en andere voertuigen door manoeuvreert) naar je bestemming. Private hire (een ‘gewone’ taxi) is misschien comfortabeler, maar echt lang niet zo leuk. Trouwens, ook die private hire is niet altijd comfortabel. Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat daar tien volwassenen in passen. En dan wordt het best krap.
4. Ga offroad!
Niet letterlijk, maar begeef je buiten de gebaande paden. Neem de tijd voor mensen, vraag oprecht en belangstellend hoe het met iemands familie is, hoe de oogst was, hoe het met de gezondheid gaat. Laat je dan niet te veel afleiden door de onvermijdelijke verzoeken om een financiële bijdrage voor het een of het ander, maar praat verder in een écht gesprek. Tien tegen één dat je zo veel te weten komt, en ook zo veel leert.
5. Vergeet de waan van de dag.
Je vaste ritme, alles wat je moet. In Oeganda lopen dagen altijd anders dan je vooraf had gepland. Maak je niet druk! Heb geen haast! En lees na je reis ‘The man with the key has gone’. De uitspraken ‘The man with the key has gone’ en ‘He is out for lunch, you come back tomorrow’ heb ik vaak gehoord.
Als je meer tips wilt of persoonlijke contacten die je ter plekke kunnen helpen, stuur dan een mail aan:
Beeld: Nicole Franken


Nu ben ik wel heel benieuwd naar ‘ben je helemaal betoeterd, mijn vriend’ in het Luganda. Google translate kan het me niet vertellen en het kan natuurlijk best nog eens van pas komen!
Ha susan, nou wij ook. we gaan het navragen.
Hi Susan, en dames N&V,
Hoe je het in correct Luganda schrijft kan ik je niet vertellen, fonetisch ziet her er ongeveer zo uit:
“ollie moellaloe, moekwaanoo?” met de klemtoon op ‘loe’ en ‘kwaa’….
Succes!
Mirella