Brugge – “Omdat ik in Brugge, vlak bij het Begijnhof ben opgegroeid, kwam ik er in mijn jonge jaren wel eens en werd toen zo geraakt door de betoverende sfeer ervan dat ik bij mijzelf de bedenking maakte: ‘Hier wil ik later als ik oud ben wel komen wonen.’ En zie: ik keek even de andere kant op en plots was het later en bleek het leven me, tot mijn verbazing, naar het Begijnhof te hebben geleid.
De laatste begijntjes zijn al lang overleden en de huisjes worden nu verhuurd aan alleenstaande vrouwen om een beetje in de lijn van de traditie te blijven. De stroom van toeristen die er rondwandelen zwelt van jaar tot jaar aan, maar het Begijnhof heeft onverstoorbaar zijn ziel bewaard. Er hangt een tijdloze rust, moeilijk te definiëren, die een bijna sacrale sfeer schept. Zelfs de schoolkinderen op klasreis vallen stil wanneer ze de grote poort doorgelopen zijn. Hier geen stilte van het “in zichzelf teruggeplooid”, maar rust midden in het leven.
1. Minnewater
Maar laat ons even een stapje buiten het hof wagen. Meteen rechts ligt het kalme Minnewater romantisch te wezen, met vlak daarnaast het intieme Minnewaterparkje. Omdat het parkeerterrein er vlak achter ligt, komen er tweemaal daags hele busladingen toeristen door. Ochtens in dappere slagorde, ‘s avonds schoorvoetend, beladen met tasjes bier en chocolade. En toch blijft het er onverstoorbaar schoon onder. Je kunt er zalig op ee bankje een boek lezen. Op zondagmorgen beoefenen tai-chi adepten er hun hobby.
2. Monasterium de Wijngaard
Daartoe draagt ook zeker het monasterium De Wijngaard bij. Reeds eeuwenlang wonen hier in het beluik (woningen om een binnenplaats) Benedictinessen en zoals de regels van hun orde voorschrijft is er ook een gastenverblijf aan hun klooster verbonden. De accommodatie is sober, de ontvangst warm en hartelijk en vrienden en kennissen van overal ter wereld maken er dan ook dankbaar gebruik van om enkele dagen op adem te komen of te mediteren. Sommigen komen voor een cursus kantklossen of enneagram opstellen of lezingen.
Vele gasten genieten er ook van om de liturgische vieringen bij te wonen waar de zusters grote zorg aan besteden. Daarbij krijgen ze waardevolle steun van Ignace Michiels, de bejaarde titularis-organist van de Sint-Salvatorskathedraal, die ook aan de hogeschool te Gent en aan het Wheatoncollege te Chigaco doceert. Hij concerteert in zowat alle continenten en maakte vele cd-producties. Hij richtte ook het vocaal ensembke de Wijngaard op en organiseert zeer regelmatig winterconcerten in de Begijnhofkerk. Hij weet daarvoor steeds een uitgelezen groep muzikanten in te schakelen zoals fluitisten of sorpraan Inge Zusterman of hoornspelers. Het programma wordt met de grootste zorg samengesteld, zodat het lijkt alsof ze speciaal voor deze plek werden gecomponeerd. Deze concerten mogen altijd op een zeer grote belangstelling rekenen.
3. Stoofstraatje
Maar nu gaan we linksaf en nog steeds doet niets vermoeden dat we hier midden in het toeristisch centrum lopen, want we slaan het Stoofstraatje in, het smalste straatje van deze stad vol smalle steegjes. Maar het haalt meteen het clichébeeld van Brugge als een ingedommeld Bokrijk onderuit. Hier lonkt sinds vele malen Malesherbes, met zijn Franse delicatessen, kazen, fijne vleeswaren en pareltjes van wijnen, ideaal voor een intiem dinertje ook. Met de sublieme coq au vin misschien.
De Franse joie de vivre met de Vlamse gemoedelijkheid. We wanen ons lekker ver weg hier in het hartje van toeristisch Brugge. Maison de Steban ernaast, sluit daar mooi bij aan. Een selectie van meer dan 200 kruiden, specerijen en aromaten van over de hele wereld worden er op zeer smaakvolle wijze gepresenteerd.
Tsjokoreeto is de winkel waar het Brugsch Swaentje te vinden is. Zoals iedere stad van standing heeft Brugge een officiële stadspraline, ‘het Brugsch Swaentje’. Met een geheim recept waar in ieder geval voor amandelpraline, gruut en Brugse kletskoppen een rol is weggelegd. Verder is er ook mooie keramiek te vinden. Verderop kantklosbenodigdheden bij Mysico en originele mode-asseccoires en exclusieve hoedjes bij The spirit of Bruges. En toch herken je hier nog de middeleeuwse badhuizen en godshuizen van het oorspronkelijke straatje. Even verrassend is eigenlijk dat de achterkant van deze woningen aansluiten op de toeristenvallen vol prullaria, nepkant, tweederangschocolade van de Katelijnestraat waar we nu op uitkomen.
4. Katelijnestraat
Even diep ademhalen en dan zonder kleerscheuren aan de overkant zien te komen. Dwars door de hordes toeristen die de hele straat, trottoir zowel als rijbaan in beslag nemen. We wijken nog even uit voor een wanhopige automobilist of fietser die poogt daar doorheen te komen en zijn opgelucht dat we ons doel hebben bereikt. Want hier en daar zit toch ook een echte ambachtsman verscholen.
Zoals de patron van Lady’s Chocolate, die zelf bijzondere truffels maakt van de zuiverste chocolade en zonder enige toevoeging van suiker, maar met de aromás van vanille of gember of champagne of groene appel of kokosnoot of… Geen wonder dat ze hun weg vinden tot in Amerika of Dubai. Maar de verre wereld komt ook naar hier afgezakt. Zoals de Australiërs van Zucchero bij wie je kunt binnenkijken om te zien hoe ze de gloeiend hete basis op een plaat uitgieten en er dan echte vruchten in verwerken tot overheerlijke lolly’s en snoepjes.
5. Groeningenstraatje
Toch slaan we nu snel de hoek om. Als bij toverslag is al het volk verdwenen. We wandelen nu in alle rust en stilte door het Groeningenstraatje: de kortste weg naar het befaamde museum, met enkele charmante kleine huisjes maar ook een paar grote patricierswoningen. We lopen hier praktisch alleen. Alleen een verdwaalde rugzaktoerist en een paar paardenkoetsen kruisen onze weg.
Het Groeningenmuseum laten we vandaag links liggen – nu ja rechts eigenlijk- want we worden verleid door de heerlijke geuren uit Juliette’s artisanale koekenbakkerij. Je wist niet dat speculaas zo lekker kon zijn. Er liggen nog tientallen andere koekjes naar ons te lonken: Dentelles de Bruges, die er als echte kantwerkjes uitzien, (maar vele malen beter smaken!) zandkoekjes, peperkoek met vijgen en gember, maar ook cuberdons (kegelvormig Belgisch snoepje) en macarones.
Het valt me plots op dat veel van mijn adresjes met eten te maken hebben. Zou het dan toch waar zijn van die Vlamingen en dat Bourgondisch? Welaan dan, als je dan toch de naam hebt, dan kun je je er net zo goed naar gedragen ook. We vullen dus gulzig onze tas vol lekkernijen en spoeden ons terug naar het begijnhof. Dat wordt feesten bij een lekkere kop koffie, of een glaasje wijn misschien?
