De ferry naar Algiers, New Orleans

Aantal keer bekeken:1425

We gingen wandelen in Algiers. Toegegeven, volstrekte waanzin! Al was het maar vanwege de temperatuur die al dagen niet onder de 36 graden zakte. Maar de leden van de expeditie, bekend met mijn weerstand tegen praktische bezwaren, hielden hun mond.

New Orleans Dat er in zeven maanden tijd 132 mensen waren vermoord, waarvan het merendeel met een shotgun, vormde geen reden de tocht af te blazen. De bedoeling was de Mississippi over te steken en daar langs de oever naar Patterson Drive 5041 te lopen. Ruw geschat een kilometer of vijf over vlaklopend terrein.

Mississippi

Links zou de Mississippi ons vergezellen en rechts zouden de bontgekleurde woningen van Patterson Drive het zicht op de schietgrage wijk ontnemen. Eenmaal oververhit aangekomen op nummer 5041 zouden we de sleutel, verstopt in een plastic kei, uit de bloempot vissen en onze beloning in ontvangst nemen: toegang tot een huis met zwembad.

Er is een gratis ferry naar Algiers. Maar blijkbaar willen mensen zelfs gratis niet naar Algiers, want behalve onze expeditie van 2 volwassenen en 3 kinderen, was er niemand op de boot. Algiers, ooit de plek van de slachthuizen en de munitie-opslagplaatsen, werd in 2005 een toevluchtsoord toen de verwoestende kracht van orkaan Katrina dit stadsdeel over het hoofd zag.

New Orleans

Wie in de Verenigde Staten gaat lopen is op z’n minst krankzinnig. Maar mocht dit het geval zijn, dan wordt er gelopen in historisch interessante wijken. In New York in Brooklyn. In New Orleans is dat de French Quarter, met zijn prachtige panden met smeedijzeren balkonnetjes, of eventueel het Gardendistrict met zijn felgekleurde houten huizen, gebouwd door plantage eigenaren.

Je gaat niet lopen in Metairie of Algiers, tenzij je levensmoe of Nederlander bent. En dan nog beperk je je in Algiers tot Algiers Point, waar het enige toeristische bordje naar verwijst. We negeerden de borden en sloegen linksaf in de richting van de dijk die eerder moedig het geweld van de orkaan had weerstaan.

Algiers Point

Vanaf het pad op de dijk lag de Mississippi rustig naast ons, hier en daar door struikgewas aan het oog onttrokken. Patterson Drive begint op nummer 1 en dat is een slecht teken voor wie naar 5041 moet. Waar we aan de rechterkant van de dijk rijen huizen hadden verwacht, was een groen niemandsland. Met uitzondering van een sporadische vrachtwagen of tractor was er niets te zien op de weg tussen dijk en weiland.

Roze caddy

Na twee uur lopen en even zoveel huisnummers te zijn opgeschoten, kwam Algiers Po’ boys in zicht. Binnen begroette de eigenaar ons vanachter de toonbank met de lokale groet: Where ya’ll from? Ik onderdrukte de neiging om ‘veerboot” te zeggen want ik begreep wat hij bedoelde.

Per slot van rekening waren we niet in een roze gedeukte caddy met open ramen en blastende hiphop het terrein voor de winkel op gescheurd, maar waren we in het zicht van Jan en alleman een dijk afgegleden met lullige rugzakjes om.

Po’boys

Algiers Po’boys bleek een Amerikaanse winkel in de beste traditie. Naast de gebruikelijke koelkasten vol cola, bood de winkel ook instant geluk op tal van gebieden: condooms, bier, messen voor een één op één gevecht met kaaimannen of overlevingssetjes voor wie aan een slangenbeet dreigde te bezwijken.

Achter in de winkel bevond zich nog een tweede toonbank. Zwarte dames met witte mutsen schepten ruimhartig broodjes vol met voormalig leven uit Lousiana’s moerassen. De Po’boys.

Marinebasis

“Where ya”ll heading”, vroeg de eigenaar die blijkbaar besloten had dat we geen bedreiging vormden. “You can’t go there”, was zijn resolute commentaar. “Althans niet over de dijk. Je stuit zo op de Amerikaanse marinebasis.” Ik keek op de kaart en inderdaad, nu zag ik het ook, voor ons op de dijk zouden weldra de hekken van de marine opdoemen. Wat nu? “Hoe lang is het om er omheen te lopen”, vroeg ik.

“No idea lady”, zei de eigenaar, terwijl hij zijn blik op de dijk vestigde. “Ik heb nog nooit iemand ontmoet die om een marinebases loopt. Nog nooit.”

Neergeschoten

De expeditieleden zogen warme vochtige lucht in en wachtten op mijn beslissing voor ze weer uitademden. “Nou dan lopen we gewoon er omheen, zei ik met een opgewektheid die ik niet voelde.” We sloegen bij de eerste beste mogelijkheid rechtsaf Algiers in en bleven langs de hekken van de basis lopen. Borden waarschuwden dat wie zonder toestemming over het hek wenste te klimmen, neergeschoten zou worden.

We passeerden lage huisjes die ooit kleur moeten hebben gehad, maar die nu tot een moedeloos bruin waren vervallen. Naast de huisjes, een afdak waaronder bewoners de hitte uitzaten. Grote pick-ups voor de woning domineerden de stroken verdord gras.

Hier en daar een kapot stuk plastic in de vorm van een bal of een pop. Het was stil. Alsof de hitte al het geluid had gesmoord. We deden er twee uur over om de marinebasis te omzeilen. Niemand die ons aansprak of lastig viel. Als een verloren bataljon in de jungle marcheerden we door een vochtig en geluidloos Niemandsland.

Waakhonden aan kettingen

Waar we verwacht hadden weer op de dijk te kunnen komen, ging het mis. Grote hekken, woonhuizen of waakhonden aan kettingen versperden de toegang. “Ik denk dat we moeten kijken of we een bus kunnen vinden”, besloot het andere volwassen expeditielid. De mogelijkheid een taxi te bellen was uren eerder al verworpen. In Algiers rijden geen taxi’s.

We keerden ons van de dijk af in de richting van een grote evenwijdig lopende avenue, en kwamen in een straat waar een zwart tienermeisje met vlechtjes stond te praten tegen een blanke bejaarde man. “Autopech?” vroeg de blanke man meelevend toen we dichterbij kwamen.

Wandelen

“Nou nee, we waren aan het wandelen en toen zijn we verdwaald.” Ik hoorde zelf hoe dwaas dat klonk. “Wandelen?”, echoden zwart en blank in koor. De vlechtjes dansten van links naar rechts en terug, iedere keer dat het meisje ongelovig haar hoofd schudde. “Maar waar komen jullie dan vandaan gewandeld? “Van de ferry ”, zei het jongste delegatielid.

“De ferry?” De vlechtjes hielden abrupt halt. “Yo Emerson, kom hier! Moet je dit horen” riep het meisje naar een jongen verderop. “Deze lui komen van de ferry. LOPEND!” Emerson kwam aangeslenterd, daarbij zorgvuldig zijn kruis vasthoudend, met in zijn kielzog nog een stuk of vier buurtbewoners.

Tropisch eiland

“Welke ferry?”, vroeg Emerson, alsof Algiers een tropisch eiland was waar voortdurend werd aangemeerd. Keisha, zoals het meisje bleek te heten, had ons als eerste gespot en daarmee de oudste rechten. Zij ontpopte zich tot onze woordvoerster.

Iedere nieuwkomer kreeg een samenvatting van ons avontuur. Hoewel samenvatting de lading niet helemaal dekte, want de informatie werd voortdurend uitgebreid. Ze vertelde wie we waren, (them folks are from them ferry) en waar we vandaan kwamen, (them folks are from them ferry). De nieuwkomer werd vervolgens geacht als in een gospel chorus de laatste woorden te herhalen; De ferry? Welke ferry? Die ferry?

Beroofd en betast

Toen Keisha even haar mond hield om op adem te komen, greep ik mijn kans en vroeg naar een bushalte. “Een bus?’’ zei de bejaarde man vol ongeloof. Jullie mensen kunnen niet met een bus dat is levensgevaarlijk. Dan wordt je beroofd en betast.”

En bij het woord betast keek hij veel betekenend van de kinderen naar mij als of hij wilde zeggen: “en dan zeg ik het nog beschaafd.” Beschoten worden was een ding maar om nu ook nog beroofd en betast te worden, stuitte zelfs bij mij op principiële bezwaren.

De ferry

De oude man nam ons een tijdje zwijgend op en zei toen. “Weet je, is het een idee als ik jullie zo met mijn pick up naar Patterson breng? Als je tenminste geen bezwaar hebt tegen de rommel in de auto?”

Vijf minuten later namen we omstandig afscheid van de buurt. Er werd ons veel geluk toegewenst en ieder van hen sloot het afscheid af met een flinke omhelzing en de bezwering: “ya’’ll come back ya hear!”

Gekken

Op de hoofdweg richting Patterson keek de oude man me even aan van onder zijn honkbalpet aan. “Ik wilde het niet zeggen waar al die lui bij waren, maar Algiers is gevaarlijk. Mensen raken gewond hier. Er lopen hier heel wat gekken rond.”

Ik knikte zwijgzaam. De informatie was verwarrend. Voor zover ik het kon overzien, waren de enige gekken die in Algiers rondliepen, vijf mensen die van een veerboot kwamen. Wijzelf!

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Shutterstock

Dit verhaal is in verkorte vorm gepubliceerd in Columbus Magazine

 

Meer New Orleans? Lees ook:

Meer huizenruil? Lees ook:

Boeken over New Orleans?

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *