Toen wij uit Rotterdam vertrokken…

Aantal keer bekeken:2830

Het was een van onze betere plannen: liften naar Madrid. Niet vanuit Nederland natuurlijk, want dat hadden we al eens geprobeerd. Zonder succes. Volgens Jaap lag dat aan mij. Met mij kwam je gegarandeerd niet weg. Hij had daar verregaande theorieën over, allen gebaseerd op één futiel voorval.

Salamanca – Zijn hele leven was hij overal naar toe gelift. Alleen of met mannen. En zeg nou zelf, wie neemt er nu liftende mannen mee? Maar die ene keer. Met mij. Liftend naar Spanje. Strandden we in Rotterdam. Ergo, het lag aan mij.

Volgens diezelfde logica had ik hem voor de voeten kunnen werpen dat het aan hem lag. Immers, toen ik het jaar daarvoor met een vriendin naar Parijs was gelift, stonden wij binnen vijf uur op de Champs-Élysée. En dat had nog sneller gekund als we niet ieder uur uit een rijdende auto hadden moeten springen om aan een handtastelijke bestuurder te ontkomen.

Liften naar Spanje

De eerste keer dat wij naar Spanje liften, was het gevolg van het PLAN. Het PLAN, zoals de meeste van onze meer briljante plannen, vond zijn oorsprong in Chileense wijn. Zurige bocht die bij voldoende inname, glans verleende aan obscure dromen. In dit geval terug naar onze studentenstad: Salamanca.

Wij vertrokken in alle vroegte naar Rotterdam en lieten ons bij een oprit buiten de havenstad afzetten. Acht uur later stonden we daar nog. In koud stromende regen. Bordjes met teksten als: ‘Wij hebben het koud en worden erg nat’, deden de automobilisten alleen maar harder op hun gaspedaal trappen.

De trein naar Breda

’s Avonds besloten we een girocheque in te wisselen, de eerste in een lange rij. Van het geld namen we de trein naar Breda. In een etablissement van de derde categorie zaten we de nacht uit. Naast ons aan de bar een paar mannen die zo te zien al jaren geleden waren gestrand.

“Moede gelle naar Spanje?”, zeiden ze. “Dan pakde toch den tram. Die goat rechtstreeks van Breda noar Spanje.”

We wisselden nog een girocheque. In Antwerpen hadden we moeten stoppen. Ons verlies moeten nemen. Maar realisme tekent niet onze karakters. We wisselden een derde cheque. De metropool Parijs omtrokken we lopend. We doorkruisten eindeloze industriegebieden, doorploegden natte weilanden vol vochtige koeien.

Lopen de grens over

We kregen uiteindelijk een lift tot vlak voor Irún. Lopend overschreden we de grens met  Spanje. Daar stokte ook het financiële geluk. Nergens konden we een cheque wisselen. Wat te doen? We doken de enige trein westwaarts in.

Nauwelijks vertrokken kwam Kojak de coupé in. In het uniform van de Spaanse spoorwegen. Nee, we wilden best betalen met een cheque, maar een kaartje konden we niet laten zien. De man zwol op vooraleer hij blafte: “In Salamanca eruit. Ik bel de politie. En dan gaan jullie gaan onder begeleiding geld halen. Begrepen?” Wij begrepen het helemaal.

Wat we niet begrepen was waarom negen uur later in Salamanca niemand ons tegenhield toen we in die warme nacht onze stad inliepen.

Van Salamanca naar Madrid

En nu gingen we weer liften. Van Salamanca naar Madrid. Ik zou niet durven beweren dat het aan Jaap lag, maar vier uur later stonden we nog op de rotonde naar de kathedraal van Salamanca te staren. En toen kregen we een lift van een man in een ontbloot bovenlijf. Hij moest naar een voorstad van Madrid. Ik nam naast de man plaats.

Ik wilde me net naar Jaap omdraaien, om hem er op te wijzen dat – zie je nou wel het helemaal niet aan mij lag – toen de man naar het pakket je aan mijn voeten wees. “Wa’s dat?” “Dat? Oh dat is Leita, mijn hond.” De man remde abrupt. Het was nog in de tijd dat autogordels niet bestonden. Jaap zat ineens op de voorbank en ik kon nog net een confrontatie met het glas vermijden. De hond jankte verontwaardigd.

Café op de plaza

“Een HOND? In MIJN auto? De man stapte de auto uit en hield de kofferbak open. “Opschieten”. Het duurde even voor ik begreep dat de man de pup in de kofferbak wilde opsluiten.”  “Geen sprake van”,  riep ik op mijn beurt. “Straks stikt ie.” “Beter,” siste de man, terwijl hij hardop zei: of die hond de kofferbak in of de reis eindigt hier.”

En dus sjokten we even later over een stoffig grindpad naar het dichtstbijzijnde dorp. Een lelijk lint van vervallen huisjes en grijze varkenskotten. In een café op de Plaza klommen we op een barkruk. Jaap met z’n zwarte petje, peuk in zijn mondhoek, duwde met zijn gympies het hondje onder de kruk.

Peñaranda de Bracamonte

De man achter de toog keek ons uitdrukkingsloos aan. “Hoe heet dit dorp?”, vroeg ik om maar wat te zeggen. “Peñaranda de Bracamonte”, antwoordde de man met tegenzin. “Mooie naam”, zei ik. “Da’s ook het enige dat er mooi aan is”, was het antwoord.

We liepen een rondje over de verlaten Plaza toen een oude man met een alpinopet ons aansprak. Leunend op een stok vroeg hij: “Zoeken jullie iets?” “Nee hoor, we willen het dorp bekijken.” De man krabde langdurig aan zijn hoofd voordat hij zei: “maar er is hier niks. De enige keer dat hier wat was, was meteen de laatste keer. Dat was in 1939. Toen ontplofte het munitiedepot.

Verwoest gebied

Sindsdien heten we ‘verwoest gebied’. Hier komt nooit iemand. De enige beroemdheid die we ooit voortbrachten, was de uitvinder van verbindingstukjes voor brandslangen.” De man grijnsde om de ironie.  “Als ik je een advies mag geven: zoek een lift en keer terug naar waar je vandaan komt.”

Op 13 juni 2015 overleed Jaap aan de ziekte ALS.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

 

Meer verhalen over Spanje? Lees ook:

Share at:

Anderen lazen ook

Een reactie op “Toen wij uit Rotterdam vertrokken…

  1. Ik klikte dit bericht aan vanwege de titel die ik las op Blogsociety. Ik wilde weten of het nog kon, liften naar Spanje. Voor ik het wist, was ik verloren in dit verhaal en toen ik las dat Jaap op 13 juni overleden is, was ik zwaar teleurgesteld.
    Ik heb genoten van dit verhaal (en van de Vlaamse uitdrukkingen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *