De X-factor van Extremadura

Aantal keer bekeken:3898

Valentín wijst met zijn handen, waaraan vingerkootjes ontbreken, naar de bergen. Daar, bij Piedras Labradas, bracht zijn vader hem regelmatig als kind. Als de astma zijn ademhaling deed piepen, sliep hij in de herdershut.

Extremadura – Door de spleten in het hout zag hij het dorp met de huisjes van gestapelde steen en het gorgelende beekje dat rechts boven de hut ontspringt. Rondom lagen de velden waaruit het geklingel van koeienbellen klonk. Beneden in  het dorp blaften Podenco’s tegen het schemerdonker.

Valentin verkoopt loten in de steegjes van El Pueblo, de X-factor van Extremadura Nomad&Villager

“Er is weinig veranderd”, zegt Valentín die tegen de zestig loopt en zijn inkomen, net als veel Spaanse invaliden, bijeensprokkelt met de dagelijkse lotería.  We spreken hem in de steeg tegenover het huis waar we logeren. Zijn stem kraakt als hij de lokroep van de lotenverkoper doet: “Pa hoy, pa hoy” (voor vandaag).

De x-factor van Extremadura

Huisvrouwen op pantoffels, haasten zich de steeg in om bij  Valentín de kans op een miljoen te kopen. Extremadura is het platteland. Het Spanje van de fokstieren, de kurkeiken, het bijgeloof en kerkdaken vol broedende ooievaars. Maar het is ook het Spanje van de woeste watervallen, kolonies roofvogels en ezels achter stapelmuurtjes. De x-factor van Extremadura zeg maar.

Samen met de fotografe doorkruis ik het noordelijke deel van de streek: de provincie Cáceres. Vanuit Madrid passeren we plaatsen met namen langer dan de dorpen zelf: Navalmoral de la Mata, Malpartida de Plasencia.  Het landschap is het geel van de westernfilms. Grijsgroene vlekken waar een olijfboom of een kurkeik de gele vlakte doorbreekt. Zwarte stieren schuilen loom onder de eiken. Geel, groen, zwart. Een landschap in camouflagekleuren.

Plasencia

Het wordt leger als we van Plasencia naar het westen rijden. Bomen maken plaats voor grijs-groene  struiken. In Parque Natural de Monfragüe  laten gieren zich meenemen op de thermiek boven het rotsachtige landschap. In de velden rond Coria staan bakstenen schuren met gaten  om de wind langs de drogende paprika’s te voeren. Paprikapoeder, het rode goud van Extremadura wordt hier nog in de rechthoekige blikjes verkocht. De kathedraal van Coria steekt hoog af tegen de omringende vlakte.

Als we de rivier de Alagón oversteken wacht een standbeeld van een schonkige stier ons op. Het is druk in Coria. De stad maakt zich op voor het jaarlijkse stierenrennen in de binnenstad. In de smalle stegen worden stalen hekken voor de woningen aangebracht waarachter overmoedige stierenrenners zich in veiligheid kunnen brengen.

Stierenvechter

Fernando Silva was in zijn tijd geen onverdienstelijk stierenvechter. Nu zijn gezondheid te wensen over laat, fokt hij de stieren waar hij vroeger tegen vocht. Stieren die in de zomermaanden overal in het land door Middeleeuwse straten worden gejaagd om vervolgens in een arena aan hun einde te komen. Hij wacht ons op bij het plaatselijke zwembad met een jeep die piepend en hijgend de gele heuvels rond Coria opzwoegt. Terwijl hij behendig rond de gaten in de weg manoeuvreert, vertelt hij over de vechtstieren die hij fokt.

In de oude dorpen van Extremadura Nomad&Villager

“Je moet waarschijnlijk Spanjaard zijn om die band met stieren te begrijpen”, verklaart Fernando zijn relatie tot de stier. “Die spanning tegenover de stier te staan is een oergevoel. De kolos die getergd  wordt en een gevaar vormt en woedend met zijn voorpoot over het gele zand schraapt.”  “Een oerinstinct”, zegt Fernando, “om naar water te zoeken als zijn lichaam oververhit is.” Maar er bevindt zich geen water in de arena waar de corrida wordt gehouden, zal de stier weldra ontdekken.

Zwarte stieren

“Een roedel woest blaffende herders omcirkelt de auto, zodra we het eerste ijzeren hek naar het 400 hectare tellende terrein open doen. In de verte staat een groep zwarte stieren hoog op een heuvel in een kraal.  Het zijn de novillos, de jonkies tot 3 jaar. Meer dan 700 stuks vee bezit Fernando. De stieren staan per leeftijd op verschillende stukken van de heuvels. Hekken vormen de scheiding. Maar blijkbaar niet altijd afdoende. Eén van de vierjarigen is losgebroken en graast nu tussen de driejarigen.

“Gevaarlijk”,zegt Fernando. “Ze zijn groter en zwaarder en kunnen de andere stieren doden”. Een stier levert al gauw 6000 euro op dus zet Fernando met de jeep de achtervolging in om de stier naar zijn eigen kraal te leiden. Het dier schommelt traag voor de jeep uit terwijl Fernando boosaardig huhu roept. Het is het geluid dat stieren zelf maken als ze de ander uitdagen.

Steeneikje

Maar de stier is niet onder de indruk en lijkt het spel vermakelijk te vinden door zich steeds op het laatste moment achter een dun steeneikje te verschuilen. Fernando zet de toch al piepende jeep boos in de achteruit en jakkert achter de stier aan. De heuvels zijn steil en bultig en slippend op de hielen van de stier komt de jeep keer op keer tot stilstand. De stier geeft niet toe en uiteindelijk geeft Fernando de strijd op.

De Spaanse fokstier symbool van Extremadura Nomad&Villager

We rijden langs eindeloos grazende groepen koeien met jonge stieren die ons nieuwsgierig aankijken. Fernando legt uit dat het beroep van stierenfokker steeds minder opbrengt. Met de crisis in Spanje wordt er minder geïnvesteerd in feesten. Als we het terrein verlaten, komt een auto vol jonge mensen ons tegemoet. Jongens en meisjes niet ouder dan twintig. Ze komen een stier uitzoeken voor hun dorpsfeest volgende maand.

Dorpen in Extremadura komen plotseling. Je waant je in een eeuwigdurend geelgekleurd niets en dan ineens, voorbij een bocht, ligt daar een dorp. Ooievaars houden je vanaf hun hoge nesten op de kerk in de gaten. Vrouwen in het zwart van de rouw, lopen schommelend met emmers vol olijven. Kartonnen bordjes maken reclame voor de lokale drank: Pitarro, €1,20 un litro.

Jarilla

Een enkele keer houdt een dorp zich verscholen achter een bergweggetje alsof het aarzelt zich in één keer bloot te geven. Jarilla, ten noorden van Plasencia, weggestopt achter velden vol kurkeiken en stenen stapelmuurtjes met klaprozen, is zo’n dorp. Op een foeilelijke groene bushalte na, is er geen enkele concessie aan de moderne tijd gedaan.

Elektriciteitskabels vol kibbelende zwaluwen hangen in lussen van huis tot huis. Buiten Jarilla liggen in een ring de moestuinen en de akkers die op hun beurt door de velden met koeien zijn ingesloten. Mannen met strooien hoeden en blauwe werkbroeken staan gebukt tussen de groenten.

Een ezel kauwt traag op wat gras. We lopen een stukje op met Valentín die z’n ronde door het dorp maakt. Bij de wasbakken, niet ver van het dorpsplein, doet een groepje vrouwen gierend van de lach de was. Eén van hen heeft haar emmer in het water laten vallen. In een poging het hengsel te grijpen, valt ze er zelf bijna in.

Zelfgemaakte olijfzeep

Een van de vrouwen toont de zelfgemaakte olijfzeep waarmee gewassen wordt. Die morgen is er weinig tijd voor de was. De pastoor was vergeten te zeggen dat er vandaag een extra mis is voor de heilige Antonio. En nu moeten ze nog achter de speciale broodjes gaan die straks tijdens de mis worden uitgedeeld.

Vrouwen hangen de was op in het dorp. Extremadura Nomad&Villager

Van Jarilla loopt een pad tussen stapelmuurtjes via weilanden vol steeneiken naar buurdorp Casas del Monte. Hier in de Ambrozvallei staat de coöperatie waar de boeren uit de streek rond het middaguur hun vers geplukte fruit afleveren. Het is de tijd van de kersenpluk. Boomgaarden zijn er niet. De kersenbomen staan op oneffen terreinen tussen de olijfbomen en de kurkeiken.

Overal staan kratten en trekkers naast groepjes plukkers. Emily, studente scheikunde, is blij met de onderbreking. Het zijn lange dagen waarin 9 uur geplukt wordt. Over haar schouder hangt een houten juk waaraan de emmer is vastgemaakt. Het juk is in de winter op maat gebogen voor de smalle schouders van Emily door een van de mannen van de familie.

Samen met haar moeder en een dagloner  plukken ze het 250 bomen tellende familiebezit leeg. “Ik ben aan het afstuderen maar er is hier geen werk voor een scheikundige, dus help ik mijn moeder”, zegt ze met een spijtige lach terwijl ze de emmers razendsnel in de kratten leegt. “Veertig cent de kilo en ik doe een minuut of 3 over een kilo,” antwoordt ze op de vraag wat het oplevert.

Hervás

Later in Hervás, betalen we een oude vrouw achter een tafeltje in de joodse wijk, twee euro voor een kilo kersen. Hervás is één van de verborgen pareltjes in de streek. De zoete geur van lindebloesem hangt zwaar over de stad.  Achter een ruime boulevard vol terrasjes ligt de Middeleeuwse wijk verscholen. De wijk heeft talloze kleine straatjes en steegjes met huizen waarvan de eerste etage een overhangend buikje heeft en voor schaduw zorgt in de straten eronder.

Kersen plukken in Extremadura Nomad&Villager

Tot 1492 was het een joodse wijk. Toen besloot het katholieke koningspaar Isabel en Ferdinand dat joden niet langer welkom waren en vluchten velen naar Portugal. Anderen zochten hun heil in moeilijk toegankelijke bergdorpen zoals in Las Hurdes. In de jaren dertig raakte cineast Luis Buñuel gefascineerd door de deplorabele omstandigheden in de regio Las Hurdes in het noordelijke puntje van Extremadura. Mensen hadden geen brood, leden aan  ziekten veroorzaakt door inteelt en gebrek aan voeding. Barbaarse spelen als ‘levende haan plukken’ vormden het volksvermaak.

Kersen verkopen in Hervás Extremadura Nomad&Villager

Koning Alfonso was eerder al diep geschokt toen hij tijdens een bezoek ontdekte dat de leche in zijn koffie van zogende vrouwen kwam, omdat de dorpelingen geen vee bezaten. Buñuel maakte de  documentaire ‘Las Hurdes, land zonder brood’. De film werd in Spanje decennia lang verboden omdat de vermeende achterlijkheid van de streek een smet op het blazoen van het dictatoriale Spanje was.

Las Hurdes

Wij gaan naar Las Hurdes. Een keuze waar iedereen die we tegenkomen mee instemt, ondanks dat ze er geen van allen ooit zijn geweest.  “Kies het laatste dorp, raadt een oude man mij aan. “Die zijn het minst gemoderniseerd.” Via de Romeinse ruines van Cáparra, rijden we langs de oevers van het stuwmeer Gabriel y Galán, vernoemd naar de Spaanse dichter uit de streek.

Het intens blauwe water met de grillig gevormde oevers is een paradijs voor vogels. De enige mensen die hun rust verstoren zijn bezoekers aan Granadilla, een ommuurd dorp met een uitkijktoren en Iberische varkentjes die hun kostje bij elkaar scharrelen.

Pedro Almodóvar

Door de aanleg van het stuwmeer werden de dorpelingen in 1955 uitgekocht. Spookdorp Granadilla is nu openluchtmuseum Granadilla. “De Spaanse cineast Pedro Almodóvar, nam hier het einde van de film Átame op ”, vertelt de suppoost ons trots. Om in Granadilla te komen rijden we door  Zarza de Granadilla een agrarisch dorp.

Een herder met geiten, loopt langzaam met zijn kudde voor ons op de weg. Grote kruisen in de berm  herinneren aan de Spaanse burgeroorlog. Hier worden de slachtoffers  van de Republikeinen herdacht. Voor de slachtoffers van Franco zijn er geen kruisen.  Hun familieleden vechten tot op de dag van vandaag voor het recht ze fatsoenlijk te mogen begraven.

Ezel gluurt door hek in Extremadura Nomad&Villager

In het restaurant waar we stoppen, danst een man in zijn eentje traag een bulería, een flamencoritme, waarbij zijn handen het ritme aanvoeren. We slaan het aanbod mee te dansen af. Bij Pesga steken we het water over naar Las Hurdes. Hier is het landschap plotsklaps geordend. Weg zijn de olijfbomen die verstrooid in het landschap staan. Hier zijn de bomen gepland.

Vega de Coria

Voorbij Portilla Alta zien we de restanten van een bosbrand. Schermbloemen houden hun kopjes gericht op de zwartgeblakerde grond alsof ze zich schamen dat zij wel in leven zijn. “Piérdate sin perderte nada, staat in rode letters op een muur in Vega de Coria. Verlies je zonder iets te verliezen.

Maar er is niets om je in te verliezen. Slecht kale bergen met hier en daar een graspol. Las Hurdes bestaat uit 52 gehuchten die verspreid in de bergen liggen.  Als schoolkinderen in een rij liggen de dorpen achter elkaar tegen een bergwand. Het laatste dorp letterlijk met zijn rug tegen de muur.  We rijden langs Fragosa hoog op de bergweg.

El Gasco

Rechts van ons rijst een bergwand, links in het dal zien we een wirwar aan groene smalle terrassen waarop verbouwd wordt en die in vroeger tijden voor onvoldoende oogst zorgden. Opvallend is de afwezigheid van geluid. Geen vogels. De mensen die we passeren zitten roerloos op bankjes voor hun huizen. We besluiten naar El Gasco te gaan, het laatste dorp in de rij. Vanuit El Gasco heb je uitzicht op de vulkaan en kun je lopen naar de waterval van Miacera. Als we op het plein parkeren slaan tal van bewoners ons vanaf hun balkons gade.

We lopen een steegje in. De bodem van de steeg is bedekt met geitenkeutels. Vliegen belagen ons. Niemand kijkt ons aan, tegelijkertijd voelen we blikken in onze rug. Overal in Extremadura schieten magere katten direct weg, maar hier in El Gasco blijven ze midden in op straat zitten en kijken ons onverholen aan.

Las Hurdes

Ik krijg het onbestemde gevoel dat ze ieder moment van gedaante  kunnen veranderen. Zoekend naar het pad van de waterval worden we naar het lokale museum geleid. De bouwstijl van las Hurdes is herkenbaar aan de platte stapelsteen en de leisteenachtige daken. Het museum is een prototype van zo’n huis. Al waren de huizen eerder donkere holen.

Oude vrouw in Extremadura Nomad&Villager

“In de twee maanden dat ik er was heb ik geen schilderijtje aan de wanden van hun miserabele hutten zien hangen”, vertelt Buñuel aan Francisco Aranda in een interview over zijn leven. Het museum heeft dat opgelost door gebruiksvoorwerpen op te hangen: katapulten en ijzeren netten waarmee vogels werden gevangen voor een maal.

Als ik me tegen een houten deur druk om uit te wijken voor een kudde geiten, hoor ik achter me een geluid. Door een kier zie ik de contouren van een zwart Iberisch varkentje.

Armoede en werkloosheid

Extremadura is al eeuwen synoniem voor armoede en werkloosheid. Wie de streek wilde overleven deed er beter aan haar te verlaten.  En wellicht is dat de reden dat geen enkele Spaanse streek  zoveel ontdekkingsreizigers op haar conto kan schrijven: Cortez, Hernandez, Pizarro, Alvarado, De Soto.

Allemaal komen ze van de droge gele grond die stieren en kurkeiken voedt. “Mensen zeggen altijd verbaasd dat het hier zo mooi is”, zegt Valentín als we naar zijn hut in de bergen staren.  “Dat is het ook, voor een land van ontdekkingsreizigers weten we onszelf alleen goed te verbergen.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Deze reportage is gepubliceerd in Grande Magazine.

Meer Extremadura? Lees ook:

Extremadura praktisch:

  • Vanaf Madrid ongeveer 3 uur met de auto
Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *