Op jacht naar het Noorderlicht

Aantal keer bekeken:7274

Hurtigruten, een tocht met de postboot langs de Noorse fjordenkust. Een van de mooiste zeereizen wordt wel gezegd. Mevrouw Nomad stapte aan boord. Op jacht naar het Noorderlicht.

Noorwegen – De zon schijnt en een koude, gure wind waait in mijn gezicht. Ik trek mijn muts dieper over mijn oren en kijk naar het fascinerende landschap. Een grijze en eindeloze zee ligt voor me. Links, rechts en onder mij storten steile kliffen zich loodrecht naar beneden, golven slaan stuk op de zwarte grillige rotsen. In de verte zie ik de bolling van de aarde. Dit is het noordelijkste puntje van Europa, dit is de Noordkaap.

Op de boot in Noorwegen

Een paar dagen geleden ben ik in Bodø aan boord gestapt van de MS Finnmarken, een van de schepen van de Hurtigruten voor een tocht langs de Noorse fjordenkust. Mijn doel? Genieten van de reis, de vergezichten, de rust én het noorderlicht zien. Ik heb net mijn spullen in mijn hut gezet en sta op het achterdek als we Bodø verlaten en koers zetten richting de haven van Stamsund op de Lofoten. Het is wisselvallig weer. Toen ik net aankwam sneeuwde het, nu schittert het zonlicht tussen de grijze wolken door op het water.

Ik kom helemaal tot rust op de boot. Vanaf het dek – of panoramadek binnen – kan ik eindeloos genieten van het prachtige landschap, dat als een natuurfilm aan me voorbijtrekt. Omdat de boot tegelijkertijd ook een veerdienst is, meren we regelmatig aan. Soms in havens van kleinere stadjes, waar alleen passagiers worden afgezet en vracht in- en uitgeladen wordt. Maar ook een grotere plaats als Tromsø doen we aan.

Poolhistorie

Daar heb ik een aantal uren de tijd om de stad, die bekend is om haar rijke poolhistorie, te verkennen. De vers gevallen sneeuw knispert onder mijn voeten terwijl ik door de straten loop. Maar als plotseling een enorme sneeuwbui losbarst, duik ik snel een café binnen. Natuurlijk bestel ik een Arctic Beer, een heerlijk lokaal bier uit ’s werelds noordelijkst gelegen brouwerij.

De volgende dag verheug ik me op de haven van Honningsvåg. Niet zozeer om het plaatsje zelf, maar omdat je vanuit hier naar de Noordkaap kan. De weg ernaartoe is eenzaam. Nadat we Honningsvåg achter ons hebben gelaten en de 71º-lijn zijn gepasseerd, is het een grote sneeuwwoestijn.

De Noorse vlag

Kaal en desolaat, maar van een opmerkelijke schoonheid. Mijn gids Juta vertelt honderduit. Over de vele duizenden rendieren die hier leven, maar ’s winters naar het vasteland trekken omdat ze door de vele sneeuw niet bij hun voedsel kunnen komen. En bij het passeren van de enige afslag vertelt ze dat daar Skarsvåg ligt, het noordelijkste vissersdorpje ter wereld waar permanent mensen wonen, dankzij de Warme Golfstroom die hier langs de kust voert en warme lucht met zich meebrengt.

Noordkaap

Plotseling stoppen we voor een slagboom. ‘We have to wait here,’ zegt Juta. ‘For the snowplough.’ In de winter geldt er namelijk een timetable om naar de Noordkaap te mogen. Een kwartier later rijden we in konvooi achter de sneeuwschuiver aan en leggen het laatste stuk naar de kaap af. Later die dag stap ik in Kjøllefjord van boord, vanaf hier ga ik verder over land naar de haven van Mehamn.

Ruim dertig kilometer met een sneeuwscooter dwars door een glooiend landschap, bedekt onder een dikke laag poedersneeuw. Ik heb het gevoel door een sprookjesachtig winterwonderland te rijden. Dan zakt langzaam de zon achter de wolken, en weg is de magie. Bij aankomst in Mehamn zie ik de MS Finmarken de haven binnenvaren. Nog een nacht varen en dan ben ik bij mijn eindpunt, Kirkenes. Hoewel dat het einde van mijn mooie tocht met de Hurtigruten is, is het nog niet het einde van mijn reis. In Kirkenes wachten mij nog een paar bijzondere outdooractiviteiten.

Vol smaak

De Barentszzee staat bekend om zijn koningskrabben, en we gaan vandaag op pad om die te vangen. In Langfjord, een fjord dat in verbinding staat met de Barentszzee, heeft Olav zijn vaste plek. Het is niet meer dan een houten stellage op het ijs. Hij is er al een paar dagen niet geweest en moet behoorlijk zagen om het wak weer open te krijgen. Op zijn knieën zittend trekt hij de kooi het laatste stuk uit het water.

We hebben geluk, er zitten een paar mooie grote koningskrabben in. Deze dieren eten alles wat ze op hun weg tegengekomen, dus ook het opengemaakte blikje kattenvoer dat Olav als lokaas in de kooi heeft gedaan. We rijden met de sneeuwscooter terug naar Olavs onderkomen, een verweerd houten huis met een schitterend uitzicht op de fjord. Het vuur gaat aan en niet veel later staat de pan met krabbenpoten erop.

De lucht die vrijkomt is niet bepaald aantrekkelijk te noemen, Olav kookt de krabben niet voor niets buiten, maar het vlees smaakt des te beter. Na de zoveelste poot zit ik echt bomvol. Ik bedank Olav en als ik weer wil vertrekken, zie ik beneden, op het ijs in de fjord, een paar sneeuwscooters rijden. Hun lichten dansen in de vallende sneeuw.

Vierentwintig poten

Buiten zitten de husky’s te wachten, de kou deert ze niet, hun vacht is dik en dicht genoeg. Maar zodra Kyra, de hondentrainer, een slee pakt, worden ze onrustig. Ze weten dat er dan gewerkt gaat worden, en als een husky kan werken – of wel rennen – dan is hij in zijn element. Zorgvuldig kiest Kyra de honden uit. De rangorde voor de slee geeft de ervarenheid aan, vertelt ze. De voorste twee zijn de meest ervaren honden, de leaders of the pack, en zijn zo getraind dat ze tijdens de tocht niet achter een konijn, vogel of ander wild aan gaan.

Huskytocht met sledehonden in Noorwegen

Terwijl Kyra langs de honden loopt om ze te selecteren, beginnen een paar honden te blaffen, anderen huilen als wolven terwijl weer anderen stoïcijns blijven zitten.

Maar allemaal kijken ze Kyra indringend aan, alsof ze willen zeggen: kies mij, kies mij! Ik ga op de slee staan, met mijn beide voeten op de rem zodat die diep in de sneeuw steekt. Ik voel de honden trekken, ze willen rennen. Zodra Kyra het teken geeft dat we gaan, haal ik mijn voeten van de rem en schiet meteen vooruit. Al snel glijdt de slee in een gestaag tempo over de track. Voor me zie ik zes hondenruggen, twaalf oren en vierentwintig poten in cadans bewegen.

Hun tong hangt uit hun bek. Om me heen is het wederom een sprookjesachtig landschap; aan de ene kant bomen die het meer omzomen, aan de andere kant de open vlakte. De winterzon staat laag en schijnt in wonderlijke pasteltinten over het landschap. Het enige geluid dat ik hoor, is het glijden van de slee over de verse sneeuw en het zachte gehijg van de honden. Dit is genieten.

Michael, onze chauffeur, tuurt door de voorruit naar buiten. We zijn op jacht naar het noorderlicht. Na bijna een week hebben we het nog niet gezien, elke nacht op de boot was de lucht vol dikke grijze wolken of kwam de sneeuw met bakken naar beneden. Ook vanavond is het weer zwaarbewolkt, na toch een behoorlijk zonnige dag. Toch wil Michael niet van opgeven weten.

Breken

In Noorwegen is niets zo veranderlijk als het weer. We rijden al een tijdje door de donkere nacht en Michael kijkt onafgebroken naar buiten, voorover gebogen over zijn stuur. Als hij in de verte, ergens links – of rechts – van ons, de lucht iets ziet breken, remt hij abrupt en keert de auto. Even later staan we langs de kant van de weg met ons hoofd in onze nek omhoog te turen.

Rendieren in Noorwegen

Ja, er is inderdaad een iets lichtere plek te zien. Maar Michael schudt meewarig zijn hoofd. ‘Too many clouds,’ zegt hij. ‘But we can keep trying, if you want?’ We rijden al een paar uur heen en weer, langs de Barentszzee en de Russische grens, langs fjorden en gehuchtjes. Ik voel met net een storm chaser, alleen jagen wij niet op tornado’s, maar op het aurora borealis.

Als het begint te sneeuwen en de weg glad wordt, zijn onze kansen definitief verkeken… We gaan terug naar Kirkenes, waar ik me klaarmaak voor een nacht in het sneeuwhotel. Met een dikke donzen slaapzak onder mijn arm loop ik naar de ingang van het sneeuwbouwsel.

Voor ik naar binnen ga, kijk ik nog een keer hoopvol naar de lucht. Maar niets, alleen wolken. De aurora borealis blijft voor mij dus nog voorlopig een mysterie, maar niet voor lang, want ik kom zeker terug! En met een hoofd vol andere mooie herinneringen stap ik moe en voldaan naar binnen.

Sneeuwhotel

Ben je op zoek naar nog een arctische ervaring, ga dan een nachtje slapen in Snowhotel Kirkenes. Dit sneeuwhotel wordt elk jaar weer opnieuw opgebouwd, zodra het ijs in het meer dik genoeg is. In totaal wordt zo’n vijftien ton ijs gebruikt, met een maximale dikte van 70 cm. Dat ijs en sneeuw goed isoleren blijkt wel uit de constante temperatuur in het hotel, rond de -5º C, ook als het buiten -30º C is.

Het hotel bestaat uit een ijsbar en een twintigtal kamers, elk voorzien van een eigen thema en prachtige ijssculpturen van ijskunstenaars van over de hele wereld. Je slaapt op bedden met rendierhuid, in een speciale slaapzak, thermokleding, dikke sokken, balaclava en een muts. Koud krijg je het echt niet! Tip: draag een slaapmasker, zodat er nog meer van je gezicht bedekt is.
Snowhotel Kirkenes is geopend van ongeveer 20 december tot circa 20 april.

Hurtigruten

‘De mooiste zeereis ter wereld’, noemen de Noren het zelf, en geef ze eens ongelijk. Hurtigruten is een bootreis langs de imposante Noorse kust, van Bergen, via Trondheim, Tromsø en de Noordkaap naar Kirkenes bij de Russische grens. Wat in 1893 begon als een postbootroute, die kleine havens aan de westkust met elkaar verbond, is vandaag de dag nog steeds een veerdienst die vooral passagiers, maar ook nog vracht vervoert.

postboot Noorwegen

Voor veel mensen is dit een authentieke reis die ze ooit gemaakt willen hebben. Vanaf zee heb je steeds een prachtig uitzicht op de adembenemende natuur met zijn vele fjorden, eilanden en havenstadjes. De tocht van Bergen naar Kirkenes – en terug – is maar liefst 2500 zeemijlen en duurt 12 dagen. Je kunt overigens ook in andere plaatsen op- of afstappen.

Krabbenplaag?

Van nature komt de koningskrab niet in de Noord-Europese wateren voor. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van deze krab is het noorden van Japan, de kust van Siberië, de Beringstraat en de kust van Alaska. Dat hij nu toch in de Noorse wateren is te vinden, danken we aan een aantal Sovjetgeleerden.

Koningskrab

In de jaren zestig van de vorige eeuw werden enkele duizenden koningskrabben van de Zee van Ochotsk overgebracht naar de Barentszzee. Daar moesten de dieren dienen als een gemakkelijke voedselbron voor de bevolking die rond de marinebasis van Moermansk woonde.

Maar de krab wist zich in het koude water te handhaven en vooral uit te breiden. Een vrouwtje legt zo’n 50.000 tot 400.000 eitjes per jaar. Dat en het ontbreken van natuurlijke vijanden zorgde voor een snelle opmars. Naar schatting kruipen er nu zo’n twaalf miljoen koningskrabben rond in de Barentszzee.

Tekst: Yvonne Dudock – Beeld: Nicole Franken

Deze reportage is gepubliceerd in 360º magazine van Bever – 2012

Meer Noorwegen? Lees ook:

Noorwegen praktisch:

 

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *