Zutphen, stad van torens

Aantal keer bekeken:1309

Uit het scheepsjournaal: dinsdag Doesburg – Zutphen.

Zutphen – Zutphen was overbelicht. Alsof alle kleur er uit was gebleekt. Boven de torens van de Sint Walburg, de Sint Jan en het Wijnhuis pakten donkere wolken zich samen.

Een streepje zonlicht wurmde zich er tussen en zette de façades van de voormalige pakhuizen aan de kade in een overdaad aan licht. De fotografe greep haar camera. Zelf bleef ik roerloos zitten op het dek van de boot en staarde naar de skyline van de Hanzestad.

Hanzestad Zutphen

Oudste stad Nederland

Tegenover ons lag een van de oudste steden van Nederland. Veel ouder dan Zwolle. Ouder ook dan Doesburg waar we twee uur eerder in alle vroegte uit waren vertrokken nadat we ruw waren gewekt door ruziënde stemmen. Op de zeilboot tegenover ons snauwde een zenuwachtige man instructies naar een nog zenuwachtigere vrouw.

“De boot moet naar achteren om te draaien muts, of wou je soms over de weg?” Muts draaide gestrest aan het roer. Het schip tolde rond als een attractie in de Efteling. Op de voorplecht hield de man zich angstvallig vast en schreeuwde incoherente bevelen naar zijn vrouw: Achteruit, nee stuurboord muts, vooruit zeg ik toch. Kijk links.”

Doesburg

Toen de boot eindelijk de haven uitvoer zei de fotografe met een blik op de naam van de boot: “Ben benieuwd wat Papa’s droom inhoudt.” We verlieten Doesburg. Het was koud, er zat sneeuw in de lucht. Na de boogbrug van Doesburg kwam links Dieren in zicht en even later de molen van Rha.

Vanuit de verte zwaaide de molen van Bronckhorst vriendelijk naar ons. Kon het nog Hollandser? Een schip, genaamd Coby – ja het kon nog Hollandser – hield een groot blauw bord op. Een verzoek langs de verkeerde wal te mogen varen vanwege de zware stroming. De IJssel is een grillige rivier.

Koggen over de IJssel

Zevenhonderd jaar geleden voeren hier kleine schepen over de IJssel, mogelijk koggen op weg naar handel met andere steden of verder nog, voorbij de Zuiderzee. Ze waren zwaar beladen met boter of bier.

Anderen vol aardewerk, hout of wijn kwamen van ver en zochten hun weg naar de Hanzesteden. Het waren moeilijk te navigeren boten die bij veel wind tolden als de zeilboot in de Doesburgse haven.

Zuiderzee

Dat de steden aan de IJssel floreerden en zich economisch via de Hanze verbonden was te danken aan de natuur of liever gezegd aan de nukken van de natuur. Een serie vloedgolven, die in de 11e en 12e eeuw hun weg naar het land vond – en daarbij duizenden slachtoffers maakte – creëerde de Zuiderzee.

De IJssel – die voor de verbinding zorgde – was door al dat water dieper en sneller geworden. Voor de nederzettingen aan haar oevers braken gouden tijden aan.

Langs de oevers van de Zutphense IJssel

Zutphen

Zutphen was snel met alles: stadsrechten, het bouwen in steen, het aanleggen van stadsmuren. De stad kende echter ook veel rampspoed en brandde meerdere malen af.

De rivier bracht immers ook vijanden mee. Zoals tijdens het Bloedbad van Zutphen. In het jaar 1572. Het jaar waarin het in verzet in Nederland tegen de Spaanse overheersing aanvang nam.

Bloedbad van Zutphen

Het was allemaal begonnen allemaal met de soldaten van graaf Willem van Bergh, een zwager van Willem van Oranje. Hij had zijn mannen bij aankomst in de stad niet in de hand en ze hadden in Zutphen vreselijk huisgehouden. Religieuze gebouwen werden verwoest, geestelijken vermoord.

Alva’s zoon, don Frederik, was furieus en zwoer wraak. Zijn troepen arriveerde op een ijskoude winternacht. De IJssel was stijf bevroren hetgeen een aanval aanzienlijk vergemakkelijkte.

Vrieskou als moordmachine

Eenmaal binnen maakten de Spanjaarden van de vrieskou hun moordmachine. Zutphenaren werden ondersteboven aan de bomen gehangen om dood te vriezen. Ze hakten wakken in de rivier waarin  meer dan 500 inwoners werden geworpen en omkwamen. Ze ontdeden ingezetenen van hun kleding alvorens ze naakt door de bevroren velden te jagen.

“Zoveel geweld. Moeilijk voor te stellen, nu de stad er zo vredig bij ligt”, zei de fotografe terwijl ze haar camera op Zutphens torens richtte voordat we de haven invoeren.

Zutphen Torenstad

Zutphen Torenstad. De bijnaam is overduidelijk. Naast de drie die voor ons liggen, zijn er ook nog de Drogenapstoren en de toren van de Broederenkerk, nu een prachtige stadsbibliotheek.

En dan is er nog een toren die niet boven de stad uitsteekt, maar wel degelijk faam geniet: de Kruittoren. De verdedigingstoren uit 1348 die met zijn dikke muren al eeuwen lang de stad aanschouwt.

Kruittoren

“Wacht even buiten, als ik ja roep mogen jullie bovenkomen”, zal torenheer Marco Mout later die dag zeggen. Mout heeft de toren nieuw leven ingeblazen omdat hij het zonde vond dat die er zo ongebruikt bij stond.

Samen met het aanpalende gebouw maakt het nu onderdeel uit van een bijzonder en eigenwijs kunstatelier. Jonge mensen die zijn vastgelopen, gaan onder toeziend oog van Mout aan de slag.

Pijl en boog

“Ja, kom maar!” We gingen de toren binnen. Het rook er naar vers gezaagd hout. Via een trap kwamen we in de koepelzaal. Daar wacht een geharnaste ridder ons op waarvan we gezworen zouden hebben dat het kort daarvoor nog Mout was.

De ridder nam ons op door zijn vizier en liet de eeuwen wegvloeien. Ineens bevonden we ons op de plek vanwaar de stad met pijl en boog werd verdedigd.

Meester – gezel

Mouts methode met jongeren grijpt ook terug op een werkwijze uit de middeleeuwen: die van meester-gezel. “Mensen aan elkaar koppelen en van elkaar laten leren. Daar ben ik goed in”, vertelde hij.

In het atelier aan de overkant wees hij even later op een bewerkte boomstam en een houten gitaar. “Ieder kunstwerk heeft een verhaal. De jongeren doen alles zelf. Van het bedenken van hun werk tot het vinden van een wijze om de materialen te financieren.”

Antroposofische stad

Het was oud-burgemeester Gerritsen die na Torenstad met een nieuwe bijnaam kwam: Antroposofische stad. Met drie Vrije Scholen, de grootste concentratie homeopaten, spirituele healers, iriscopisten, holistische artsen, een aantal boekwinkels, slagers en vioolbouwers op antroposofische leest en een volledige antroposofische woonwijk, is duidelijk dat het gedachtegoed van de Oostenrijkse Rudolf Steiner goed wortel heeft geschoten.

Tijd om een antroposoof te raadplegen. Waar spreken we af? “Wat dacht je van het stadhuis?”, zei de antroposofisch healer die we belden.

“Ho! Stop! en voordat je bij het stadhuis naar binnengaat, loop even terug naar de Vispoort. Keer je dan om. Sluit de auto’s en de verkeersborden even uit en…de middeleeuwen liggen voor je.

Gouden eeuw Zutphen

De tijd dat Zutphen een stad van belang was. De tijd dat de Hanzestad haar gouden eeuw beleefde. Zie de gracht en dan de stadsmuur, de woningen er pal tegenaan. De bleek waar de vrouwen de was uitlegden. De Sint Walburgiskerk iets naar links waar de kooplieden gingen bidden voor een behouden vaart alvorens op hun schepen te stappen.”

“Geen overbodige luxe voor de schipper van Papa’s droom”, onderbrak de fotografe de raadgeving van de healer en keek rond alsof ze geloofde hem ergens te kunnen ontwaren. “Rechts ligt de rechtbank waar dichter JC Bloem een aantal jaren griffier was, tot de oorlog uitbrak”, hernam de healer haar tips.

Langs de berkel in Zutphen

Stadhuis van Thomas Rau

Het stadhuis van Zutphen ligt op de plek waar Zutphen is ontstaan. Ooit was dit een kleine nederzetting waar de graven van Gelre hun paleis van tufsteen hadden. Het stadhuis is gebouwd door de antroposofische architect Thomas Rau, die in het stadhuis een aantal monumentale panden integreerde.

Je kunt er van vier kanten in. Welke ingang je ook kiest, je vindt er een energiekanaal dat naar het kunstwerk de Watertoren leidt. Daar ontmoetten we Gaya. Niet haar echte naam, maar de naam die ze aannam toen ze haar helende gaven ontdekte. “Annemarie past dan toch minder”, meent ze.

Vrije School

Gaya kwam naar Zutphen vanuit Amsterdam. “De antroposofie is in Zutphen orthodoxer dan in de hoofdstad, dogmatischer en juist dat trok me aan.”

Ongeveer een zesde van de stadsbevolking voelt zich antroposoof of op zijn minst betrokken bij de leer.

Dat de stad nu de bijnaam Antroposofische stad heeft, is te danken aan de antroposofische huisarts Bos die hier in de jaren vijftig terecht kwam en mensen met een gelijkgestemde levenshouding trof. In 1969 leidde dat tot de eerste Vrije School. Daarna volgden al snel meer instellingen.

Leylijnen van het stadhuis

Gaya wil ons het stadhuis laten zien. “Bij de restauratie van het stadhuis is rekening gehouden met de energiebanen van de aarde en met name van de leylijnen die daarlangs lopen.

Leylijnen? “Positief geladen energetische paadjes”, legt ze uit. “Als je daarover heen loopt, word je energieveld opgeladen met positieve energie. Er zijn over de gehele wereld plekken met leylijnen. Het zijn gebieden of wegen waarlangs mensen zijn gegaan met positieve, religieuze of rituele bedoelingen.”

Berkel

Zoals bijvoorbeeld de beroemde weg van Santiago de Compostella. In de binnenstad van Zutphen zijn deze leylijnen duidelijk voelbaar. Zij lopen door de stad heen en voeren langs de Berkel.”

Wat Gaya in de stad aantrekt, zijn de talloze kleine bijzondere winkeltjes in de eeuwenoude straatjes en de vele oude ambachten die er worden uitgevoerd. “Er zijn nog boekbinderijen en instrumentenmakers. In de Laarstraat zit een vioolbouwer die cello’s heeft gebouwd uit de stukken hout van een oude Es die tegen de wil van omwonenden omgehakt werd. Toen hij klaar was, gaf hij een concert op de instrumenten.”

Georg Wessels

Als we afscheid van Gaya hebben genomen, stuitten we op Nieuwstad 16 op een andere bijzondere ambachtsman: Georg Wessels. Uit een geslacht van schoenmakers sinds 1745. Maar de huidige generatie Wessels maken niet zomaar schoenen. Ze maken schoenen voor mensen met grote maten.

Wessels heeft vooral naam gemaakt met schoenen voor de allergrootste voeten van de wereld. Voor een 17-jarige Venezolaanse jongen maakte hij schoenen in maat 66 en leverde ze persoonlijk af. De schoenmaker trekt zich het lot van extreem lange mensen aan. Hij maakte rode sandalen voor een Chinese vrouw, zodat ze vlak voor haar dood nog even kon lopen op een paar schoenen die ze nu eens zelf uitgekozen had.

Langs de IJssel in Zutphen

Wijnhuistoren

We lopen richting de IJssel. Ik probeer me de bedrijvigheid van de stad in de Hanzetijd voor te stellen. Toen vrouwen hun was in de rivier weekten en palingvissers in de vroege morgen hun netten controleerden.

Toen de wachten de poorten van de stad openden voor de marktkooplui die naar de donderdagsmarkt kwamen. Vaten wijn rolden van de boten richting de wijnhuistoren.

Rijn of Oostzee

“Ze konden niet van het water drinken omdat ze er ook in plasten, daarom dronken ze bier”, had de fotografe de avond ervoor gezegd. Waar ze het water voor het bier dan vandaan haalden, had ik gevraagd maar de fotografe moest het antwoord schuldig blijven.

In het vroege voorjaar zou de kade vol bedrijvigheid zijn geweest. Boten werden volgestouwd met bier uit de talrijke herbergen die de stad rijk was. Met hout dat over Zutphens andere rivier, de Berkel, werd aangevoerd. Klaar om te vertrekken richting de Rijn of de Oostzee. Nu was het stil op de kade. Het terras van paviljoen Zutphen lag er verlaten bij.

Albert van de Korenmarkt

Hier liep ooit Albert van de Korenmarkt te ijsberen. Als het schip waaraan hij zijn waren had meegegeven, in het vroege voorjaar klaar lag voor vertrek, maar de weersomstandigheden beroerd waren.

De handelaar werd in 1400 geboren op nummer 22 van de Groenmarkt. Toen nog de Korenmarkt. In het huis waar nog altijd de naam Prins Eugenius op prijkt.

Centrum van Zutphen

Drogenapstoren

Aan de hand van rekeningen die hij betaalde en contracten die hij afsloot, is door historici als Jeroen Benders zijn leven getraceerd. Albert handelde samen met zijn broer Willem in zout, hout en pek. Zout was belangrijk om eten te conserveren zoals vis.

In de Hanzetijd werd veel vis gegeten omdat rood vlees geassocieerd werd met vleselijke lusten. En daarom verboden was. Het zout haalden ze uit Frankrijk en brachten ze naar Denemarken. In 1444 leenden de broers de stad een fors bedrag voor de constructie van de Drogenapstoren. Misschien voorzagen ze al dat Zutphen ooit de bijnaam Torenstad zou krijgen.

Het Volkshuis

We passeren een andere toren, de Wijnhuistoren. In het Volkshuis strijken we neer voor koffie. “En appeltaart”, beslist  Nelie Diepeveen. Met haar bontgekleurde wapperende rokken en dito lijfje lijkt de serveerster zo uit de middeleeuwen weggelopen. Ze is veel ouder dan Albert is geworden, maar weigert met pensioen te gaan.

“Dan ga ik dood. Het Volkshuis is mijn leven. Ga zitten”, gebiedt ze “dan vertel ik jullie het verhaal van het Volkshuis. Het Volkshuis werd in 1870 opgericht door de Bond tegen Alcohol om er voor te zorgen dat mannen hun geld niet verzopen.

Wachten op de tram

Het is het oudste koffiehuis van Zutphen. Nog altijd wordt er geen alcohol geschonken. Wie vroeger op de tram wachtte en koffie nam mocht de hele dag blijven zitten. De tram is er niet meer, maar het principe nog wel. Niemand valt je hier lastig. Je kan hier nog steeds een krantje lezen en niks drinken.

Daar”, en zij wijst even naar de leestafel bij het raam, “ontstaan de mooiste gesprekken tussen mensen die alleen zijn. Van de zwerver tot de meneer met de computer. Soms bloeit er een voorzichtige romance op. Kom ik haal even appelgebak. Ons appelgebak is wereldberoemd en doet wonderen voor wie wat minder goed in z’n vel zit.”

Nelly van het Volkshuis Zutphen

Fluisterboot

Jan de fluisterbootman zit prima in zijn vel en staat al te popelen om met ons de Berkel op te varen. Hij is even binnen gelopen voor een kop koffie en neemt ons mee naar de Berkelpoort waar de geruisloze elektrische Giethorense punters vertrekken voor een tocht door de stad.

De Berkelpoort is een waterpoort die laat zien dat de Zutphenaren de verdediging van de stad serieus namen. Uitgerust met een valpoort en gaten om de vijand te beschieten en van tonnen hete pek te voorzien.

Berkelpoort

De Berkel mondt uit in de IJssel en is Zutphens andere rivier. Liefelijker volgens Gaya, maar wij ontdekken dat een reis over de Berkel veel bukken met zich meebrengt.

Net als we op een monumentaal pand wijzen, moeten we weer plat omdat er een laag bruggetje over de gracht aan komt. De schipper lacht. “Dat was vroeger niet anders, de zompen zoals de kleine schepen heten, moesten vaak worden voortgetrokken door de schipper of hij moest water in zijn schuit scheppen om onder een brug te kunnen.

Oudste ijsclub

In stilte varen we langs de openbare boomgaard waar iedereen in de herfst appels mag plukken. Langzaam verandert de waterweg in een jungle-achtige omgeving compleet met overhangende bomen. Alleen het gebouwtje van de oudste Nederlandse ijsclub – 1879 – herinnert ons er aan dat we niet in de tropen zijn.

Een poster voor een raam: Zutphen Beethovenstad. Als ik het opzoek, lees ik dat er een overtuiging is dat Beethoven hier geboren is en niet in Bonn. Volgens deze versie zou het gezin Beethoven op tournee zijn geweest en een zangvoorstelling hebben gegeven op de kermis in Zutphen.

Beethovenstad

Helena van Beethoven zou toen bevallen zijn van haar derde kind. Dat er op de doopakte desondanks staat dat hij in Bonn is geboren, komt volgens de aanhangers omdat hij de doopakte van een overleden broertje heeft meegekregen.

“Bel Gaya”, commandeert de fotografe.  Als ik Gaya vraag wat zij weet van Beethoven, zegt ze gedecideerd: “Die is hier geboren. Dat weet iedereen. Je kunt zijn aanwezigheid voelen in de stad en op de Berkel.”

Alle mensen worden broeders

We varen in stilte verder. Plots bereikt ons muziek uit een grachtenpand. Een viool? Een cello? “Wacht eens even, is dat niet? Jawel de negende van Beethoven? ‘Alle mensen worden broeders?’ “Sterker nog”, zegt de fotografe: “Je voelt niet alleen zijn aanwezigheid, je hoort hem ook nog.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Dit is deel drie van een achtdelige serie over de Hanzesteden en kwam tot stand op uitnodiging van MarketingOost.

Share at:

Anderen lazen ook

2 reacties op “Zutphen, stad van torens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *