Arm in welvaartsland

Aantal keer bekeken:2459

Op de vraag of ik op de pof kan kopen, kijkt Lucky (61) me onderzoekend aan. Het is niet de vraag die hem bevreemdt, maar dat het verzoek komt van iemand die hij niet eerder in zijn winkel zag. Het gebrom van de koelkast maakt dat ik zijn antwoord in eerste instantie niet versta.

Dan buigt de eigenaar zich over de toonbank: “Ik heb een kopie van je bankrekening of uitkering nodig.”

Het is maart 2011 als Rotterdam de schijnwerpers op zich gericht weet. Eerst is er het rapport van Deetman en Mans waarin de economische achterstand van Rotterdam-Zuid  tegen het licht wordt gehouden.

Armoede rotterdam

Dan is er de Armoedeconferentie waarin bekend wordt dat bijna een derde van de inwoners van deelgemeente Feijenoord onder de armoedegrens leeft. Arm in een welvarend land, het lijkt vreemd maar voor veel inwoners van de zuidelijke Maasoever is het de dagelijkse realiteit. Al geven velen toe dat de oplossing complex is.

Kasboek

Als je de richtlijn hanteert dat je onder de armoedegrens leeft als je als gezin met drie kinderen van 1400€ per maand moet rondkomen, dan is Lucky met vijf kinderen arm. Zelf vindt hij van niet. “Ik zou wel rijker kunnen zijn als mijn winkel niet voortdurend wordt overvallen.” Acht overvallen in krap twee jaar. De moslim kijkt zijn winkeltje rond: bier, kattenvoer ,chips en sigaretten. Het aanbod weerspiegelt de levensbehoeften van de buurt rond de Strevelsweg.

Een stuk of vijftien mensen noteerde hij afgelopen week in het kasboek. “Soms gaat het om kleine bedragen. Een pak melk of macaroni.” Hij heeft nog een boek met hen die in gebreke bleven, maar dat slaat hij liever niet meer open. Alleenstaande vrouwen met kinderen en ouderen halen in Charlois met moeite het financiële einde van de maand. “Die hebben het vaak zwaar.”

Voor Lucky is het probleem van Zuid helder. “Criminaliteit”, zegt hij zonder spoor van twijfel. “Mensen zorgen niet langer zelf voor hun spullen, maar pakken dat van anderen af omdat het gemakkelijker is. Het begint met de kinderen. Die staan hier in de straat te blowen, komen tot niets. Gaan niet naar school, hebben geen baantje. Voor wiet heb je geld nodig. Dat krijg je niet op de pof.”

Armoede in Rotterdam

Armoede in Rotterdam is niet nieuw. Al in 1903 schreef journalist Louis Schotting  over de schrijnende woonomstandigheden van arbeiders in toen nog het centrum van Rotterdam. Nu zorgt het eenzijdige woningaanbod op Zuid dat vooral arme mensen in dit deel van de stad wonen.

Je zult Therese Steur van Rosa ( Rotterdamse Sociale Alliantie) dan ook niet horen beweren dat armoe in Rotterdam nieuw is. “Maar”, zegt ze in een café naast het kantoor van deelgemeente Feijenoord, “de sfeer is grimmiger. Vroeger was er het gevoel dat armoede oplosbaar is. Er was hoop, er was perspectief. Nu zijn er bezuinigingen en wordt alles afgeschaft. De Ruilwinkel loopt niet omdat er niets te ruilen valt en ook de Voedselbank deelt steeds minder uit.”

Voedselbank Rotterdam Nomad&Villager

“Klopt”,  zegt Truida van Rij (64) die de wekelijkse uitgifte van de Voedselbank coördineert. “De Voedselbank zelf lijdt ook onder de crisis. Er wordt minder eten afgestaan, terwijl mensen het wel moeilijker krijgen.”

Iedere vrijdag is ’t Rechthuis in Katendrecht voor een uur of twee Voedselbank. Als de vrachtwagen met eten is gearriveerd, schuiven de mensen de inhoud zwijgend in hun boodschappentasjes. Om twaalf uur deelt Van Rij de overgebleven pakketten uit aan illegalen. “Die motten toch ook eten,” zegt ze schouderophalend.

Tom is een grote vent. Zijn omvang doet eerder te veel dan te weinig eten vermoeden. Het grootste deel van de week eet hij uit de vuilnisbak. “Soms woon ik een tijdje op een vaste plek maar dat gaat meestal mis. Ik vergeet afspraken.” Vandaag eet hij niet uit de vuilnisbak,  al is het hem een raadsel hoe hij van, mangosap, vla en bloemkool een maaltijd moet koken.

Voedselbank

Hoewel er in Feijenoord alleen al zo’n 20.000 mensen onder de armoedegrens wonen, staan er maar 43 mensen op het wekelijkse lijstje van de Voedselbank. Om in aanmerking te komen moet je aantonen minder dan 50€ per week te besteden te hebben. Volgens Van Rij is schaamte niet de enige reden dat er weinig aanvragen zijn.

Arm in welvaartsland Nomad&Villager

“Veel mensen krijgen het gewoonweg niet voor elkaar om gebruik te maken van voorzieningen die er zijn. Dat is het probleem. Je mag maximaal een jaar van de Voedselbank gebruik maken Daarna moet je het opnieuw aanvragen. De meeste mensen verdwijnen na dat jaar. Omdat ze vergeten zijn de papieren in te laten vullen of een briefje kwijt zijn. Nooit omdat het ze beter gaat.”

Wie de Erasmusbrug naar de zuidoever neemt, ziet niets van de illegalen in Katendrecht die hopen op de restjes van de voedselbank, de geesteszieke zwervers rond vuilnisbakken of blowende hangjongeren. Het architectonische hoogstandje over de Maas wordt op de voet gevolgd door het Luxortheater en het Openbaar Ministerie in zijn rode bakstenen huid.

Ook het onderkomen van de deelgemeente Feijenoord aan de Maashaven ligt er blakend bij. Maar op de eerste etage van waaruit dagelijks bestuurder Turan Yazir armoede bestrijdt en aan de overkant waar wijkagent Arno Stroop zich klaarmaakt voor zijn surveillance, weten ze wel beter.

Veelkoppig monster

Een veelkoppig monster noemt Yazir armoede in de deelgemeente. Hij refereert daarmee aan de potpourri van factoren als taalachterstand, eenzijdig woningaanbod, laaggeschoolde bevolking en weinig laaggeschoold werk die de economische ontwikkeling van Zuid en haar bewoners belemmeren. Werkgelegenheid is ook één van de speerpunten voor de bestuurder.

Roel Hoekstra (59) lacht schamper om de plannen van de deelgemeente. “Nou ik wens ze veel succes”, zegt de voormalig boekhandelaar vanuit zijn woning in Vreewijk waar hij zijn winkelvoorraad nog heeft opgestapeld.

“Armoede”,  zegt hij nauwelijks verstaanbaar met een sjekkie in z’n mond. “Tuurlijk hebben we armoe.

We hebben in Nederland een kenniseconomie en hier wonen alleen maar mensen die met hun handen kunnen werken. Vroeger had je de Van Nellefabriek en een heleboel andere fabrieken. Nu is het Maaslandziekenhuis de grootste werkgever.”

Ahmed Abdillah is postbode van Somalische afkomst. Hij maakt zich niet druk om definities en cijfers. Hij ziet op zijn ronde door Feyenoord genoeg enveloppen om te weten dat er een hoop ellende is.  Hij is het eens met de voormalig boekhandelaar dat er nauwelijks geschikt werk is voor mensen op Zuid en hij maakt zich zorgen over andere gevolgen van armoe.

De verpaupering leidt volgens hem tot extremisme. “Ik zie het bij Somaliërs; die trekken zich terug in hun schulp of vertrekken naar Engeland want daar is de samenleving gesegregeerd. Lekker bij je eigen mensen wonen.  In Rotterdam gebeurt precies hetzelfde met het ‘Wilderisme’. Iedereen komt slechts voor zijn eigen groep op. ”

Terwijl de deelgemeente onder meer de werkgelegenheid aanpakt, concentreert wijkagent Stroop zich tijdens zijn rondes  door de wijk vooral op verloedering. Hij kent de klachten van mensen als Lucky over criminaliteit onder jongeren.

Armoede in Rotterdam Nomad&Villager

De problemen van Rotterdam-Zuid zijn complex, erkent Stroop tijdens een wandeling door zijn wijk. Geweld achter de voordeur, criminaliteit, verloedering.

Er zijn perioden geweest dat ze de lastige jongeren uit de criminele groepen de VIP (Very Irritating Policeman) treatment gaven. “Dan werden die gasten dag en nacht openlijk door een agent gevolgd. Het hielp wel maar het was niet structureel. Zo’n gast ging dan na verloop van tijd een andere wijk lastig vallen en het was intensief, dus duur.” Zijn grootste taak ziet hij als het tegengaan van verloedering. “Ook dat is armoe.”

Wijkagent Rotterdam

En dus noteert hij op aanraden van een stel hangjongeren een auto die al weken langs de stoep staat. Binnenterreintjes die niet onderhouden worden, geeft hij door aan de woningbouwvereniging.  Het zijn simpele dingen geeft de wijkagent toe. “Maar als kapotte spullen snel vervangen worden, wordt het niet erger.”

Verloedering wakkert het gevoel van onveiligheid aan, weet de wijkagent. Tijdens zijn ronde wordt hij aangesproken door twee vrouwen die hun beklag doen over spuiten in het gras en  bovenburen die hun vuilnis naar beneden kieperen. Hij maakt er een notitie van, en belooft de dames er achter aan te gaan. “Je gezicht laten zien is belangrijk”,  zegt Stroop terwijl hij met een sleutel het portiek van een flat ontsluit. Via de fietsenkelders controleert hij of er niet gedeald wordt, geen kelderboxen in de fik worden gestoken. Een jongen die een eindje verderop tegen een boom wil plassen krijgt een waarschuwing.

Toen de man van Meryam (38)  op een dag meedeelde dat hij een andere vrouw had, viel haar leven in meer dan één opzicht aan diggelen. ”Ik heb nooit een opleiding afgemaakt”, zegt ze terwijl ze de tros bananen van de voedselbank, die overrijp de schil uitglibberen, opzij legt. “Was ondenkbaar toen ik ging trouwen. Nu heb ik bijstand. Het stomme is dat ik wil werken maar geen opleiding kan betalen die naar werk leidt.”

De voedselbank in Rotterdam

Onder de mensen die in Feijenoord onder de armoede grens leven, bevinden zich 6000 kinderen. Desondanks merkt Eric Zeelenberg, leraar op de Heemskerkschool, niet dat kinderen met honger naar school komen. “Integendeel zou ik haast zeggen”. Wat hij signaleert is wat hij noemt ‘sociale armoede’. “Met tien euro voor een zak chips naar school komen. Naar bed gaan wanneer je dat zelf wilt, niemand die er zich om bekommert.”

Turkse leerlingen

Zeelenberg is dol op zijn overwegend Turkse leerlingen, maar schroomt niet de belemmeringen te benoemen. “De meeste kinderen komen voor het eerst in aanraking met de Nederlandse taal als ze hier op school komen. Wie kansen heeft trekt weg. De rest blijft. Tachtig procent van mijn leerlingen is Turks. Veel ouders zijn werkloos en laag opgeleid.” Wat ernstig ontbreekt, meent de leraar is stimulans. “Opvoeden is volgens veel ouders in de wijk: voeden, schoonhouden en eten geven maar daarmee ben je er niet.”

“Mensen hier in de wijk beschermen elkaar en houden elkaar de hand boven het hoofd. Dat klinkt heel aardig, maar het staat wel de ontwikkeling in de weg. Je hoeft geen Nederlands te leren om je hier te kunnen redden.” Zeelenberg durft zelfs een stapje verder te gaan: “Ik ken vaders die goed Nederlands spreken. Die vaders halen een vrouw uit Turkije die de taal niet spreekt en die niet wordt gestimuleerd om les te volgen want dat is immers nergens voor nodig. Die moeders weten niets van de samenleving hier. De vaders bemoeien zich niet met de opvoeding. Ik zie na twintig jaar lesgeven weinig vooruitgang.”

Postbode in Rotterdam

Het Rijk heeft inmiddels te kennen gegeven 18 miljoen in scholing in het gebied te willen stoppen omdat een derde van de kinderen op Zuid een taalachterstand heeft. Taal is volgens Zeelenberg de sleutel tot vrijwel alles. Maar ook bemoeienis met je kinderen. “Zodra een jongen een snorretje heeft en de baard in de keel heeft is een vent en wordt hij aan zijn lot overgelaten.”

Iets voorbij de school schopt een jongen een bal tegen een muurtje pal onder de tekst. ‘De mens zal van brood alleen niet leven’, Het bijbelcitaat lijkt een actueel motto in een stadsdeel waar armoedebestrijding de politieke agenda kleurt.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in de Groene Amsterdammer/LAB

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken 

Share at:

Anderen lazen ook

3 reacties op “Arm in welvaartsland

  1. Ik had dit artikel al eerder gelezen en herlees het nu net via de link in jullie nieuwsbrief. Goede journalistiek met de vinger op de gevoelige plek. zo zijn er natuurlijk meer wijken, in deze stad en dit land. En de remedie blijkt vaak dichter bij huis te liggen dan je zou denken. Filosoof Henk Oosterling, geboren op Zuid (Zo heet dat in Rotterdam), kent de straat als geen ander en vertaalde zijn filosofisch gedachtengoed naar een totaalaanpak naast het reguliere onderwijs. Met judo, filosoferen, koken en tuinieren. Rijnmond TV schreef er een artikel over en plaatste er een video bij http://goo.gl/RVWoJn Misschien wel eens van gehoord? Inmiddels wordt deze aanpak landelijk opgepakt. Volgens Oosterling is het echter geen kwestie van kopiëren, maar van zelf methodes bedenken die aansluiten bij de lokale vraag op wijkniveau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *