Domweg gelukkig in Appelscha

Aantal keer bekeken:5565

Het werd Haarlem. Een mens moet wat. Ik vertrok op de dag dat Nederland een Deens pak slaag kreeg. Het regende, zoals elders in Nederland. Bij de Bed & Breakfast schudde de eigenaresse me pompend de hand. “Welkom in Haarlem,” zei ze. Ik mocht van geluk spreken: ik was in de mooiste stad van Nederland. En alsof dat nog niet genoeg was, bevond ik me ook nog eens tussen de gelukkigste mensen van het land, aldus de vrouw.

Haarlem – Het vooruitzicht twee dagen tussen gelukkige mensen in de mooiste stad van het land te moeten verblijven, leek me niet bepaald een feest, maar ik wilde me niet laten kennen en knikte dapper.

Ik veegde het water uit mijn ogen, terwijl ze geëmotioneerd vertelde hoe zij telkens opnieuw door heimwee werd getroffen zodra ze de kerktoren uit het oog verloor. Mij leek dat een ernstige handicap maar ze zei het op een manier waaruit ik afleidde dat zij juist medelijden met mij had.

Haarlem

Hoe kon iemand die niet in Haarlem woonde, zelfs maar van geluk dromen? Ze sprak eigenaardig. Een Amsterdamse tongval waar iets Fries door klonk. Niet het fraaie Nederlands waarvan mij was verteld dat het, in de zuiverste vorm, in Haarlem gesproken werd. Toen ik haar voorzichtig naar haar accent vroeg, keek ze me verbaasd aan. Ze sprak Haarlems, wat dacht ik dan? Ontgoocheld dacht ik terug aan Appelscha.

Ooit was ik in de buurt van Appelscha. Als tienjarige moest ik de stad, -ik nam aan dat het een stad was- geblinddoekt kunnen aanwijzen bij aardrijkskunde. Als je zelfs geblinddoekt Appelscha moet kunnen vinden, mag je er van uit gaan dat het een stad van enige importantie is.

Appelscha

Ik wist dat als de oorlog uit zou breken, ik moeiteloos Appelscha zou kunnen vinden, ik had er tenslotte lang genoeg op geoefend. Dus toen ik per toeval in de buurt was, besloot ik poolshoogte te nemen. Een uur lang fietste ik langs een troosteloos kanaal, zonder dat er ook maar iets op menselijke activiteit duidde.

Toen ik een man aanhield om de weg naar het centrum te vragen, reageerde hij verbouwereerd: “Maar mevrouw, u bevindt zich in het centrum van Appelscha!” Het was toen dat ik me realiseerde dat leraren ook maar wat doen. Of Haarlem een culturele stad is, daarover tast ik vooralsnog in het duister.

Culturele stad

De naderende voetbalramp trok een streep door alle culturele activiteiten die ik wilde ondernemen. Die dag hielden de theaters hun deuren gesloten. Door de regen scheurde mijn stadsplan al voor ik goed en wel de binnenstad inliep. Er restte me weinig anders dan me te werpen op die andere toeristische activiteit waarmee de stad zich afficheert: die van leukste winkelstad van Nederland.

Ik nam mijn taak uiterst serieus. Moeilijk werd het me niet gemaakt. Nauwelijks had ik mijn koffertje op het bed van de Breakfast geworpen of ik werd verleid door een briefje op het belendende pand: ‘25 procent korting, alleen vandaag.’ In de winkel stond een ferme vrouw. Veel billen, maar nog meer borsten waardoor ze permanent voorovergebogen door de winkel stampte.

Prijskaartjes

Ook zij nam haar taak serieus. Mijn ‘goedemorgen’ negeerde ze. Aan “Kan ik u helpen?” deed ze niet. Mogelijk was ze van mening dat iedereen die haar winkel binnenstapte, sowieso geholpen moest worden. Die korting was er vast niet voor niets. Terwijl ik in de rij stond voor een pashokje, keek ik toe hoe vrouwen behangen met prijskaartjes voor de spiegel draaiden.

Een van de vrouwen merkte op dat ze twijfelde over de kleur van de jurk. Direct sloeg de voorovergebogen vrouw toe: “Nou, dat ligt toch echt aan uzelf, want met de kleur is niks mis.” Een andere vrouw die vreesde dat de gepaste jurk haar dik maakte, kwam er nauwelijks levend van af. “Kleren maken niet dik, dat doet u zelf, mevrouw!”

Ik liet het passen aan dappersten over en graaide in een rek vol hemdjes. “Heeft u dit ook in een L?” vroeg ik, nadat ik moed had geschept en een “M’tje omhoog hield. “One size only”, zei ze zonder op te kijken. Wellicht hebben alle Haarlemse vrouwen dezelfde maat en zetten ze die aanduiding erin mocht zo’n hemdje onverhoopt buiten de stad verkocht worden.

Goede seks

Ik besloot mijn heil elders te zoeken en stapte een winkeltje binnen vol cadeau-artikelen. Het was er druk. Ik las de etiketjes van bontgekleurde flesjes die beweerden dat je na inname van een flesje nooit meer de naam van je vriendin zou vergeten. Achter de toonbank stond een verkoopster van een jaar of vijftig iets in te pakken.

Een jongen vol puisten, een brommerhelm in zijn hand, wachtte tot hij geholpen werd. “Je ziet er goed uit”, zei hij tegen de verkoopster. Ik was alert en sloop via een bak vol gebloemde portemonnees en potloden met opdruk, dichterbij.

Druk aan de kassa

“Kwestie van goede seks,” antwoordde ze en ging onverstoorbaar door met inpakken. “Oh ja?” zei de jongen nu gretig. “En met wie heb jij dan zulke goede seks?” “Ja,” dacht ik, “dat wil ik ook wel eens weten.” Blijkbaar was ik niet de enige die geïnteresseerd het antwoord afwachtte want het was ineens verontrustend druk rond de kassa.

“Gaat je geen bal aan”, zei de vrouw en plakte nog een strikje op het pakje. “Zo, en wie was er dan aan de beurt?”

Designwinkel

Aan de overkant was een grote designwinkel waar ik binnenliep. Althans, dat wilde ik maar de deur werd geblokkeerd door een man die stond te bellen. Geërgerd deed hij een stap opzij, terwijl hij zuchtend in zijn telefoon sprak. “Wacht even schat, er komt een mens binnen. Bel je zo terug, deze koopt toch niks.”

Even overwoog ik het plaatsen van een miljoenenorder. Voor ik kans zag me weer om te draaien, blokkeerde hij opnieuw de deur en riep tegen niemand in het bijzonder: “Kan ik überhaupt iemand helpen of zijn jullie allemaal van de afdeling kijken maar niet kopen?”

Impulsaankoop

Ik vervolgde doelloos mijn weg door een zeer nat Haarlem. De kerktoren was door de regenvlagen aan het zicht onttrokken en dat was dan ook het enige positieve. In een klein winkeltje probeerde ik voor de laatste keer een impulsaankoop. “Staat je leuk”, zei de vrouw toen ik in een jurk het hokje uitkwam.

“Alleen zal ik je een tip geven: wij raden onze klanten altijd aan hun kleding binnenstebuiten te dragen. Net even een tikkeltje aparter.” Ik knikte en liep zonder jurk de winkel uit. Binnenstebuiten, ondersteboven, het is gewoon niet mijn ding.

Frida Kahlo

In een herenmodezaak schuilde ik voor de regen. Een zwaar opgemaakte verkoper met doorgetrokken wenkbrauwen waar Frida Kahlo jaloers op kon zijn, bekeek zichzelf rondjes draaiend voor de spiegel. Met trage passen kwam hij mijn kant op en leunde toen op een rek met dure Italiaanse overhemden. “Kan ik je helpen?”

“Jazeker”, zei ik. “Ik zoek een overhemd dat ik binnenstebuiten kan dragen en dat toch niet dik maakt als ik goede seks heb.” Even zweeg de man toen zei hij: “Jij komt zeker niet uit Haarlem?” “Nee,” zei ik, “uit Appelscha, je weet wel.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Jaap Kroon

 

Meer Haarlem? Lees ook:

  • Haarlem, de vijf tips van…

Haarlem in de literatuur:

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *