La Cubana

Aantal keer bekeken:3220

La Cubana was ontstemd. De wijze waarop ze haar gouden ringen afdeed en op tafel smeet voordat ze haar handen in het latex wrong, gaf aan dat het mis was.

Nederland – En dat het ernstiger was dan de gewoonlijke perikelen rond Luis, haar ‘ontspoorde’ zoon, zoals ze hem zelf noemde. Luis had een zwak voor tienermoeders. Met zijn antenne voor vers gedumpte mama’s struinde hij voortdurend speeltuintjes af.

Nat gesnik

Zodra zijn lamswollen trui door een verlaten moeder werd nat gesnikt, klopte de 21-jarige Luis met één hand op haar rug, terwijl de andere hand professioneel een kinderwagen of schommel in beweging hield. Fase één.

Met de nodige Cubaanse pathos hield Luis het meisje vervolgens voor dat de fantoompijn van een verloren liefde slechts geneest met een nieuwe amor. Al snel kwam dan het moment waarop Luis zijn spullen bij zijn moeder ophaalde om bij de nieuwe liefde te gaan wonen. Fase twee. Doorgaans duurde die fase een maand of drie, waarna de gebroken nachten ook Luis opbraken en hij weer bij zijn moeder introk.

Puingoop

“Ay madre de dios”, leidde zijn moeder haar smarten in als hij weer eens vertrokken was. Met beide handen greep ze dan mijn eettafel zo stevig beet, alsof ze vreesde door het verdriet omver geworpen te worden. “Ik geef mijn leven voor die jongen en wat doet hij? Nou?” Als ik antwoordde: “Hij maakt er een puinhoop van”, was ze tevreden. “Si! Een puingoop!” herhaalde ze dan triomfantelijk.

Dat de puingoop veel groter was dan ze vermoedde omdat de opleiding Brood en Banket, die Luis volgde, niet direct toegang gaf tot de advocatuur, zoals zij dacht, liet ik achterwege.

Ay madre mía

‘’Ay madre mía”, zuchtte ze dan nog eens ten overvloede. Vroeger had ik haar eens getroost door te zeggen dat Luis een goede jongen was en dat ze blij mocht zijn dat hij niet aan de drank of de drugs was, maar dat had haar geenszins gerustgesteld.

Met een ruk was ze overeind geschoten en had dramatisch geroepen: “Drank en drugs? Dat nooit! Dan maak ik mezelf nog liever van kant.” Pathetisch joeg ze dan met twee handen een denkbeeldig mes door de plek waar zij haar Cubaanse hart wist. Ergens rechts boven haar boezem.

La La Cubana, Nomad&Villager

Maar vandaag zat haar iets anders dwars. Zoals iedere donderdagmorgen was het klikklakken van haar goud bespoten laarzen al van verre te horen geweest. Soms bleef het stil, maar gaf een doffe bonk tegen het raam aan dat ze haar mountainbike parkeerde.

Tijdens de koffie had ze afwezig gereageerd. Haar spijkerbroek en gympen, lagen in een hoop op de stoel naast haar. Op tafel de cd’s waarmee ze, zodra de metamorfose van opgedirkte dame tot schoonmaakster compleet was, het huis vulde met vrouwenstemmen die de eeuwige maar o zo onbereikbare liefde bejammerden.

Genkie

“Genkie ”, siste ze toen ik er nogmaals naar vroeg. Ik zuchtte. Genkie betekende dat het een lang verhaal ging worden. Genkie was haar man. Een afgekeurde bouwvakker wiens schouders waren vastgezet waardoor hij niet kon werken maar wel zwart kon klussen. Meestal zat hij echter thuis en dronk pijpjes Grolsch en dampte haar hagelwitte gordijnen geel. Genkie was ooit in een vlaag van verstandsverbijstering naar Cuba geweest en la Cubana was ooit in een vlaag van verstandsverbijstering met hem getrouwd. Dat was de korte versie.

De lange versie luidde dat Genkie, die uit een crimineel milieu kwam, te aardig was om zich als huurmoordenaar verdienstelijk te maken en te dom om iemand af te persen.

Hoe hij ooit in Cuba verzeild was geraakt was een raadsel. In Genkies wereld ging je naar de camping kratjes bier stapelen in veel te grote korte broeken, die om veel te dikke buiken spanden. Maar naar een tropisch eiland om aan een cocktail te lurken?

Overigens waren Genkie en la Cubana elkaar op dat tropische eiland helemaal niet tegengekomen. Het was pas maanden later toen Genkie bij zijn moeder thuis, met zijn voeten op de tafel, door een vriend gebeld werd. “Henkie, jongen ik heb nou een leuk moppie voor je.”

De smalle straatjes van Havana, Cuba Nomad&Villager

Er was een foto verstuurd. Genkie had de foto bekeken en direct geweten: verdomd dat is ze. Na lang aarzelen had hij verbinding met het tropische eiland gelegd. Met een mengeling van Arnhems en Engels had hij La Cubana laten weten dat zij de ware was. Beetje vreemd had ze het wel gevonden, zo’n onbekende man die je vanaf de andere kant van de wereld de liefde verklaart op basis van een foto.

Rijke Europeaan

Lang had ze echter niet getwijfeld. Ze had immers een baby en geen man. “Doe maar”, hadden haar vriendinnen haar aangespoord. Daar heb je een toekomst en hoe vaak denk jij dat vrouwen worden opgebeld door een rijke Europeaan die met je in het huwelijk wil treden? Maar als ze nu naar de alcoholische zak op de bank in haar huurwoning met de gele gordijnen keek, wist ze het zo net nog niet.

En nu staarde ze me vanaf de andere kant van mijn eettafel aan. “Hij heeft een ander.” Haar ogen vulden zich met tranen. “Een ander?”, echode ik stompzinnig. Dat er überhaupt mensen waren die er met Genkie van door wilden gaan, ging mijn verstand te boven. “Si, een ander”, fluisterde ze. Van de weeromstuit ging ik ook fluisteren. “Hoe weet je dat?”

Douche

“Ik ruik het!”
“Jij ruikt het? Ik begon wel heel erg op een papegaai te lijken en om te laten zien dat ik best originele conversatie had, zei ik: “Maar ruik je dan parfum?”
“Nee hij wast zich,” zei ze heel vies kijkend waardoor ik dacht dat ik haar niet begrepen had. “Hij wast zich?”, herhaalde ik daarom nog maar eens.

“Si, Genkie wast zicht nooit en nu staat hij hele dagen onder de douche.” En toen deed ze onverwacht een uithaal met het broodmes dat op tafel lag, waarmee ze duidelijk maakte dat ze weliswaar niet wist waar een Cubaans hart zat, maar geen enkele moeite had Genkies Hollandse voortplantingsorganen te lokaliseren. “Ik maak hem dood”, zei ze ten overvloede

Strak plan

Persoonlijk leek me dat geen strak plan. Ik zag die arme La Cubana al in de bak zitten na zich 20 jaar voor die lamlul te hebben uitgesloofd zonder dat Genkie ooit ook maar één vinger had uitgestoken. “Misschien moet je het aan zijn familie overlaten. Die zijn gespecialiseerd in geweld.” zei ik.

Maar ze wimpelde me af door met haar vingers te knippen die nog steeds in het gele latex van de schoonmaakhandschoen staken. “Nee”, zei ze. “Luister Genkie is een idioot. Maar wel mijn idioot”, en toen haperde haar stem en barstte ze in huilen uit. “Als hij mij verlaat wat moet ik dan?” Ik had veel kunnen antwoorden, maar hield mijn mond.

Advocaat

Madre de dios”, zei ze tenslotte en ging rechtop zitten. Wat moet, dat moet. Ik schiet hem wel dood. Vanavond na het eten. Dan moet Luis maar verder voor mij zorgen. Die is tenslotte bijna advocaat.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *