In de ijzige wereld van Ötzi

Aantal keer bekeken:2344

“Eerlijk gezegd begrijp ik die Ötzi niet”, foeter ik, terwijl ik mijn ademhaling onder controle probeer te krijgen. “Als iemand het toch op je voorzien heeft én je achterna zit, ga  je toch niet 3200 meter een berg opzwoegen om vervolgens alsnog afgeschoten te worden?”

Zuid-Tirol – “Ik had me meteen beneden in het dal overgegeven.” Berggids Michael Tschöll lacht. “Misschien dacht hij dat hij juist daar veilig was, of wist hij aanvankelijk niet dat iemand hem naar het leven stond.”

Ötzi de gletsjermummie

Ötzi, op wie ik hoog in de Dolomieten sta te foeteren, is de gletsjermummie. De man die 5300 jaar geleden uit het Schnalstal omhoog vluchtte, weg van zijn belagers.

Het mocht niet baten. Op een hoogte van 3010 meter werd hij door een pijl geraakt. Verloor veel bloed, klom of viel bij Hauslabjoch in een rotskommetje aan de rand van de gletsjer Niederjochferner en werd vervolgens door ijs en sneeuw gevriesdroogd.

Historisch goud

Ruim vijfduizend jaar later, in 1991, wordt hij gevonden door een Duitser en zijn vrouw die tijdens een wandeling een hoofd en schouder uit het ijs zagen steken. Aanvankelijk hield men de vondst voor het slachtoffer van een ongeval, maar al snel werd duidelijk dat men hier historisch goud in handen had.

Ötzi, genoemd naar het Ötzdal waar hij gevonden werd, bleek rond 3300 voor Christus geleefd te hebben en overtroefde daarmee de piramide van Cheops met 600 jaar in ouderdom.

-2

En ik heb in een moment van naïviteit besloten zijn vindplaats te gaan bezoeken, hoog in de Italiaanse Dolomieten, nog geen honderd meter van de Oostenrijkse grens. “Stop”, gebaar ik naar de gids.

Ik voel hoe mijn hart als een razende pompt. Om de paar minuten moet ik stilstaan om op adem te komen. Boven me ligt de gletsjer, ver onder me het dal. Ik ben die morgen vroeg vertrokken. De zon scheen. Schapen en koeien graasden rustig in de groene bergweiden.

Meer van Vernagt

Hier en daar een boerenhoeve waar geraniums weelderig over de balkons stromen. Aan hun voeten het helblauwe meer van Vernagt. Waar ik nu ben, is iedere kleur aan het land onttrokken. Na de groene weiden die steil op de berg lagen, werd het steniger met hier en daar een grijze koe, alsof ik gewaarschuwd word: wen er maar aan!

Dit is de enige kleur die blijft. En inderdaad even later gaat het gras over in grijsgroen mos totdat zelfs het mos het opgeeft en er steen overblijft. De Dolomieten, de bleke bergen. Alsof iemand ze met een schuurspons heeft afgeboend. Onder me heeft het helblauwe meer de afmeting van een postzegel aangenomen.

Archeologiemuseum van Bolzano

“Ik kan niet meer”, hijg ik. Het idee om de gletsjer te zien waar Ötzi gevonden is, komt me ineens bespottelijk voor. Wat valt er nou te zien? De ijsman zelf ligt in het archeologiemuseum van Bolzano. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk werd de gletsjermummie naar Oostenrijk versleept.

En niet zo zachthandig ook, wat tot gevolg had dat het beschadigd raakte net als een aantal van zijn gebruiksvoorwerpen. Na getouwtrek met Italië verhuisde Ötzi zeven jaar later toch naar Bolzano. Daar is hij nog altijd te bezichtigen vanachter een raam dat uitkijkt op zijn vrieskamer waar het voortdurend -6 graden is.

Reconstructie van Ötzi

Indrukwekkend, maar nog indrukwekkender vind ik de reconstructie van de Nederlandse kunstenaars Adrie en Alfons Kennis die op basis van DNA en andere gegevens Ötzi reconstrueerden en van een uiterlijk voorzagen.

Trek de ijsman een pak aan, knip zijn haren en hij zou niet opvallen tussen de huidige bewoners van deze planeet. In ruim 5000 jaar is de mens blijkbaar nauwelijks veranderd.

Similaunhut

“Je moet langzamer lopen”, zegt de gids. Nog langzamer? Ik kom haast niet vooruit. “De hoogte en het gebrek aan zuurstof spelen je parten.” Ik hoor het zenuwachtige gepiep van bergmarmotten, maar ik zie ze nergens.

Iedere bocht hoop ik dat de Similaunhut in zicht komt. Daar zal ik eindelijk kunnen stoppen, wat eten en dan nog anderhalf uur doorlopen naar de gletsjer.

En terug. Want ik slaap op het dak van deze grijze wereld in de berghut. Maar de tocht lijkt slechts verder omhoog te leiden. Tot aan de ongenaakbare toppen. Deze grijze wereld was Ötzi’s leefwereld.

Volgens het archeopark beneden in het dal worden de bergen al sinds de ijstijd bewoont. Er wordt vermoed dat Ötzi een herder was of een jager. Het zou in ieder geval verklaren waarom hij het gebied zo goed kende. En hij had verschillende spullen bij zich die daar op duiden, zoals vuurstenen en een pijl en boog.

Kleding van dierenvellen

Hij was in ieder geval beter voorbereid op pad gegaan dan ik. Hij had kleding van dierenvellen die zijn lijf warm hielden: beer, geit, schaap, hert. Er wordt geschat dat hij 45 jaar oud was. Hij mat 1.60 meter. Ik ben 3 jaar ouder en 3 centimeter langer.

Ik hou van afgeronde getallen. Buiten dat hebben de gletsjerman en ik weinig gemeen. Hij had artrose. Diverse tatoeages op zijn rug doen vermoeden dat ze zijn aangebracht om pijn te verlichten in zijn rug. Vlooien en wormen maakten zijn leven niet aangenamer.

Stress

Aan zijn nagels konden ze zien dat hij regelmatig onder hoge stress leefde. Het was vroeger blijkbaar al niet veel anders.

En dan ineens om de zoveelste bocht, de Similaunhut. Een houten huis op grijze steen. De sneeuw heeft de stenen ervoor wit geschilderd. Van hier loopt een route naar de grens waar twee keer per jaar de schapen naar hoge weiden in Oostenrijk worden gebracht en terug.

Otzi’s laatste maaltijd

In de hut is het warm en komt mijn ademhaling eindelijk tot rust. Ik neem Minestrone en kijk door het raam naar de besneeuwde wereld. Otzi’s laatste maaltijd had uit hert, granen en wat groenten bestaan.

In de berghut eet ik een salade met brood van komijnpitten. Hert wordt niet geserveerd wel worst. “Ik geloof dat ik het niet ga halen tot aan de gletsjer”, zeg ik tegen de gids. De gedachte nog drie uur in de ijzige wind en sneeuw te moeten rondlopen, lijkt me een onmogelijke expeditie.

Hoogteziekte

De wind huilt om de hut. “Geen probleem”,  zegt de gids, “het weer wordt ook te slecht.” ’s Avonds in mijn stapelbed slaat de hoogteziekte opnieuw toe. Met hoofdpijn en een ontregelde ademhaling, klim ik uit bed en neem plaats in het verlaten café van de hut.

Ergens links van mij is de gletsjer waar Ötzi werd vermoord. Zou hij zich ook maar de geringste voorstelling hebben kunnen maken dat hij 5000 jaar later voor de rest van zijn dood in een museum zou wonen? Een beetje respectloos is het toch wel als je nooit van je rust mag genieten.

-1

In de artikelen die ik voor vertrek heb uitgeprint en waarvan ik er een paar in mijn boek heb gestopt, valt mijn oog op een verhaal uit de Independent. Ötzi, zo lees ik, had geestverruimende paddenstoelen bij zich op zijn tocht en droeg amuletten. Hetgeen er op zou kunnen duiden dat hij sjamaan was.

Verder noemt de krant de recente dood van één van de onderzoekers van de ijsman ‘opmerkelijk’ omdat hij de zesde betrokkene is bij het onderzoek die het leven laat.

De vloek van de ijsmummie

Een andere artikel gaat korter door de bocht en vraagt zich af of er geen sprake is van de vloek van de ijsmummie. De meest opmerkelijke dode in het rijtje is namelijk Helmut Simon. Diezelfde Helmut die de ijsman vond en vervolgens een proces aanspande om erkenning en geld.

Hoewel beiden hem na jaren procederen werden toegekend, heeft hij er zelf nooit profijt van gehad. Hij was toen al dood. In een ravijn gevallen tijdens een sneeuwstorm, niet ver van Ötzi’s vindplaats.

Vervloekingen

De wind huilt om de hut. Het is ijskoud binnen. Ik ben blij dat ik niet naar de gletsjer ben gegaan bedenk ik me in het donker. “Want”, waarschuwt een ander artikel, “vervloekingen blijven van kracht, ook als je er niet in gelooft.”

Tekst: Anneke de Bundel – Fotografie: Frank Peters

Meer Zuid-Tirol? Lees ook: 

Literatuur over Zuid-Tirool? Lees ook

Share at:

Anderen lazen ook

2 reacties op “In de ijzige wereld van Ötzi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *