Slapen in Jeruzalem

Aantal keer bekeken:7636

We zoeken een slaapplaats in Jeruzalem. Het oog valt op een riant appartement omgeven door een dakterras dat op een eeuwenoude wereld uitkijkt. Mevrouw Nomad zucht verrukt bij het zien van zoveel luxe. Maar gezien het beperkte budget waarmee we op pad zijn gestuurd, kiezen we voor een klein appartementje in het prachtige wijkje Nachlaot.

Jeruzalem Nachlaot is een wirwar van scheve huisjes die met waslijnen op een heuvel zijn vastgesjord. Of we aan slapen in Jeruzalem toekomen, is nog maar de vraag want er is van alles te doen.

Mahane Jehuda

Er is een klein synagoogje voor het rijke innerlijke leven van mevrouw Nomad en een buurtcafé voor de immer dorstige mevrouw Villager. De joodse markt Mahane Jehuda op de hoek maken het tot de perfecte locatie.

Het appartement is uitgerust met tal van moderne snufjes zoals wifi, een wasmachine, een homostel en een kat. En dus staan we op een mooie lentemorgen op de stoep bij Barak en Idan. Eigenlijk alleen bij Idan want Barak is op reis. Idan staat klaar om naar zijn architectenbureau te gaan. Het is immers zondag, een werkdag in Israël.

Slapen in Jeruzalem

Voor vertrek wijst hij nog even op Shimi. “Kat”, legt hij uit voor het geval de dames uit Holland het fenomeen niet kennen. Verder demonstreert hij nog de technische aspecten van de woning: een knop die omgezet moet worden als de dames warm water willen (niet moeilijk), een fraai espressoapparaat als de dames koffie blieven (heel moeilijk).

En dan zijn we alleen met de pienter kijkende kat. De slaapkamer is uitgerust met een modern tweepersoonsbed. Bescheiden schemerlampjes flankeren het bed en er is een heuse kleerkast voor de uitgebreide garderobe van mevrouw Nomad. Slapen in Jeruzalem dus. Vreemd is wel dat het bed is opgemaakt met eerst een deken en daarna een laken.

Lokaal Israëlisch gebruik

Vreemd? Volgens Idan is er niets vreemds aan. Eerst een deken is toch veel warmer? We zijn hier duidelijk op ons eerste lokale Israëlische gebruik gestuit. Mevrouw Nomad die erg van de hygiëne is, snuffelt nog even aan de deken maar kan geen vreemde luchtjes ontdekken.

Van de heren mogen we de keuken gebruiken, dus gaan we los op het luxe espressotoestel. Voor we de neiging krijgen uitgebreid koekjes te bakken, ontdekken we een doos vol driehoekige baksels die onze gastheer heeft achter gelaten.

De oren van Haman, heten de koekjes, en verwijzen naar de verrader Haman, die het op de joden gemunt had maar het onderspit moest delven.

Nog altijd vormen de koekjes het symbool voor de verslagen vijanden van het Joodse volk tijdens het Poerimfeest. Het blijkt onmogelijk koffie aan het apparaat te ontfutselen. Wijn dan maar. Op het balkon van de slaapkamer. We gluren naar de buren die eveneens van de zon genieten. Of zijn ze net als wij ook toeristen?

Chassisidim

Nippend van de koosjere wijn kijken we uit over de straat. Mannen op weg naar hun werk, aktekoffertjes stijf onder de arm. Weldra snelwandelt onze eerste ultraorthodoxe Chassidim voorbij. Aan de andere kant van de woning, voorbij het benzinestation ligt de Knesset in een park tegen een heuvel. Ervoor spelen meisjes in schooluniform met hoofddoekjes trefbal. Soms raken ze verstrikt in hun lange rokken en vallen voorover in het gras.

In de bunker huist premier Benjamin Nethanyahu. Terwijl we mijmeren, klinkt er ineens een brullend alarm. Zo’n maandag-eerste-dag-van-de-maandalarm. Alleen is het zondag en een onbestemde elf uur twintig. Een aanslag op de markt? Op Nethanyahu?

Kelder

Wat moeten we trouwens in zo’n geval? Mevrouw Nomad ziet wat wit om de neus. “De kelder?” gokt mevrouw Villager. Maar waar is de kelder? Behalve de verdieping onder ons, is er niets wat op een kelder wijst.

Het scherm van de telefoon licht op. Bericht van Idan: Israelian schooldrill no need to hide under the table. Aha onder de tafel. Mevrouw Nomad ligt er al onder. De salontafel, de enige tafel die het appartement rijk is. Opgelucht ontkurkten we nog een fles. We zijn veilig.

Veilig schuilen

‘Op de trap”, zegt onze Israëli ’s avonds als we voor alle zekerheid toch maar even vragen waar we moeten schuilen. Nadat we in het buurtcafé een heerlijke humus en fattoush salade hebben gegeten duiken we in ons bed. We voelen ons veilig met een gastheer die over ons waakt. En eerlijk gezegd: het is lekker warm zo direct onder een deken.

Tekst en beeld: Anneke de Bundel

 

Share at:

Anderen lazen ook