Uw man in Irak: meneer M.

Aantal keer bekeken:4254

Meneer M. strijkt de haren van zijn snor glad en zucht. Ondanks het moeizame gesprek word ik afgeleid door zijn snor. Het is de snor van Saddam Hussein. “Hét toppunt van mannelijkheid”, zal een snorloze Irakees me later uitleggen.

Erbil –  Ik begrijp Koerdische mannen niet. Waarom willen ze met alle macht een borstelige snor waardoor ze als twee druppels water lijken op de man die hen heeft geprobeerd uit te roeien?

Het toppunt van mannelijkheid zit op een wit leren bank in de lobby van een hotel en zucht nog eens diep. Behalve heel mannelijk is meneer M. ook het hoofd van het ministerie van Toerisme en heeft in die hoedanigheid de dames uitgenodigd naar Koerdistan te komen. Maar nu, slechts luttele uren na hun aankomst, lijkt hij daar diepe spijt van te hebben.

Erbil

En het begon zo goed! Een van zijn inferieuren had ons keurig van het vliegveld gehaald en ons over de lange boulevards van Erbil naar het hotel gereden.

Rwanduz Koerdistan Irak |Nomad&Villager

Het was een gewoon hotel met een opgezet geitje voor de haard, een levenloos vosje op de muur gespijkerd en een dode steenbok bij de lift die ons naar de derde verdieping moet brengen. Moet, want ergens tussen de tweede en de derde verdieping viel de stroom uit waardoor wij in het donker tussen de etages schommelden.

Amsterdam

Ik drukte op de alarmknop en tot mijn verbazing kwam er direct een stem uit het plafond die informeerde of we uit Amsterdam kwamen. Deze man was duidelijk gewend Nederlanders uit een lift te redden. We komen niet uit de hoofdstad, maar het leek niet het juiste moment om met de stem de coördinaten van ons dorp door te nemen dus zei ik  ‘ja’.

“Roken jullie veel marihuana?”, wilde de stem nu weten. We staarden elkaar in het donker aan. Blijkbaar gaven we het juiste antwoord, want even later zette de lift zich weer in beweging.

Koerdistan

Nou waren we nog niet zo lang in Koerdistan en al helemaal niet op de hoogte van de lokale gebruiken, maar we bleken onze hotelkamer te delen met twee kettingrokende mannen die hun Arafat-sjaals kunstig tot hoed gevouwen hadden. Hun buikjes verborgen ze in een wit lang gewaad.

Omdat wij niet zo goed begrepen hoe wij met deze mannen het tweepersoonsbed moesten verdelen, besloten we op het gevaar af voor cultuurbarbaren te worden versleten, een andere kamer te vragen. Het duurde even, maar uiteindelijk vonden ze een kamer zonder bewoners. De geit met de dode ogen niet meegerekend.

Persreis Irak

Meneer M. zou ons die avond ontmoeten tijdens een diner, waarin hij eindelijk het programma van de persreis Irak zou onthullen. Hij had dat de laatste zes maanden angstvallig geheim gehouden. Wij hadden, stresskippen die we zijn, al even een eigen programmaatje gefabriekt en waren zeer benieuwd naar zijn suggesties. Daarnaast zou meneer M. van de gelegenheid gebruik maken om onze vliegtickets terug te betalen want die hadden we moeten voorschieten.

Meneer had ons in levende lijve willen zien, alvorens ons geld te overhandigen. Wij begrepen het wel. Het zou ook zonde zijn als wij door een Soennitische dan wel Sjiitische splintergroepering werden opgeblazen of erger nog, met vliegtuig en al van een radar zouden verdwijnen en meneer M. voor niets al die oliedollars had uitgegeven.

Op weg naar het restaurant overhandigde de chauffeur ons alvast het programma. Het toppunt van mannelijkheid had ons laten weten dat wij onderdeel uitmaakten van een persreis voor journalisten van over de hele wereld. De hele wereld, zo bleek, bestond uit een tv-dame van CNBC Dubai en een zeer kort gerokte journaliste uit Libanon die sigaretten rookte alsof ze morgen wereldwijd verboden werden.

Moerasarabieren

Althans dat dacht hij, maar wat wij in handen kregen, leek wel de to-do lijst van de Koerdische minister van Economie. Zo moesten wij de volgende dag handen schudden met het hoofd van de afdeling Moerasarabieren, daarna moesten wij handen schudden met het hoofd van de stofzuigerzakkencentrale en als we daar uitgeschud waren gingen we door voor een rondje handjeklap bij een bedrijf in spliterwten.

Dus vroegen we meneer M. of we hem even konden spreken voor we aan tafel gingen. Helaas had hij geen tijd, zei hij terwijl hij zijn blik in het decolleté van de Libanese journaliste boorde. De Libanese stiftte haar lippen, stak er een sigaret tussen en leunde over me heen.

Libanese heuvels

In het Arabisch schreeuwde ze hem iets toe dat klonk als een bevel maar evengoed een uitnodiging tot het verkennen van wat Libanese heuvels kon zijn.

Ik leunde op terug over de Libanese. Kennelijk was dat gebruik hier en vroeg het toppunt van mannelijkheid wat de hoogtepunten van zijn land waren die we zeker niet mochten missen. De Libanese worstelde zich los en klom nu op schoot bij de man. Zo kreeg je dingen gedaan in dit land.

Lofzang

Meneer M. begon aan een lofzang over zijn land. Vol hartstocht verhaalde hij over haar pracht: de mensen waren open en flexibel, de cultuur bijzonder, de geologie was fantastisch en ook historisch had het land een hoop te bieden.

Niet dat wij dat zouden ervaren want meneer M. had besloten dat wij de stad niet zouden verlaten. “Te gevaarlijk”, zei hij. Dus toch die Soennitische splintergroepering! Maar als het zo gevaarlijk is, waarom organiseert hij dan een persreis Irak?

Choman, Irak Koerdistan | Nomad&Villager

De Libanese wilde weer aandacht en begon dwars door ons gesprek te jengelen. Maar wij waren het zat. We pakten meneer M. bij zijn armen en sleurden hem naar hoek van de lobby. “Luister, wij gaan niet vijf dagen handen schudden in één of andere blikfabriek, wij gaan het land in.”

Zijn ogen vlamden woedend op. Met zijn blik op de Libanese die demonstratief over haar lippen likte, zei hij: “Jullie volgen mijn programma en daarmee uit!” Hij klakte nog net niet met zijn hakken. “Morgen om 9.00 worden jullie opgehaald. Einde discussie.”

We hebben meneer M. nooit meer gezien. Om 9.00 uur reden wij al uren door het landschap van Koerdistan. Fotografeerden we mensen die op kleden picknickten, genoten we van de Hamilton Road naar Iran, dwars door canyons en machtige bergen.

Hij had gelijk, onze meneer M: Koerdistan is prachtig.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Meer Irak? Lees ook:

Boeken over Iraaks Koerdistan:

Koerdistan praktisch:

 

Share at:

Anderen lazen ook

5 reacties op “Uw man in Irak: meneer M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *