Een gouden kooi in Erbil

Aantal keer bekeken:2412

“Jullie mogen bij mijn zus in Erbil slapen, had Runak die morgen gezegd. Ons verblijf in het oosten van Iraaks Koerdistan zat er op en we moesten terug naar de hoofdstad. Geen van beiden voelden we er iets voor het dorp te moeten verlaten.

Erbil – De mensen in Choman hadden ons zo warm onthaald en omarmd dat we voor altijd wilden blijven. Blijven bij de vrouwen die ons op het dak brood had leren bakken terwijl de mannen gierend van de lach hadden toegekeken. Alsof zij brood konden bakken!

Choman iraaks Koerdistan

Erbil

Blijven bij de lieve overburen aan de andere kant van het riviertje die ons onder het genot van dadels en koffie via Wi-Fi contact met thuis lieten onderhouden.

Erbil had ons bij aankomst niet kunnen bekoren. Dat lag niet uitsluitend aan de stad. Onze ontvangst door het Ministerie van Toerisme was verre van vlekkeloos verlopen, toen ze zich realiseerden dat ze twee dwarse dames hadden uitgenodigd.

Reisjournalistiek

Een fotografe die niet van plan was te fotograferen wat de minister aanwees en een journaliste die voortdurend met het woord ‘onafhankelijkheid’ strooide. “Wat een onzin. Het was maar reisjournalistiek”, aldus de minister.

En dan was er nog de hoogbouw, waarvan veel volop in de stijgers, brede stoffige lanen en een stadspark dat meer op een zandbak leek dan op een park. Maar Juan, de Koerdische gids die ons al vanaf Amsterdam vergezelde, beloofde ons dat we de citadel van Erbil prachtig zouden vinden.

 

Mufty

“Mijn zus woont in de wijk Mufty, een mooie oude wijk. Het zal jullie bevallen. Hou er alleen rekening mee dat het huis nogal vol is. Onze ouders zijn naar Mekka voor de hadj, de bedevaart. Aangezien mijn zus ongetrouwd is, zijn mijn twee broers met hun gezinnen ingetrokken”, had Runak onze gastvrouw in Choman verklaard.

Ik had er verder niets van gedacht. Voor zover ik had kunnen zien, zat elk Koerdisch huis altijd vol aangewaaide familieleden. Daarbij, we waren we al lang blij dat we niet in een peperduur hotel vol opgezette fauna moesten verblijven, zoals bij aankomst, toen het Ministerie ons nog goed gezind was en een hotel had geregeld.

Studeren

Ik was dan ook verbaasd toen we in Erbil door een vrouwelijke chauffeur werden opgehaald. Onze gastvrouw Chiman, de zus van Runak. Ik schatte haar achter in de vijftig. Chiman knikte vriendelijk maar bleek niet de spraakwaterval te zijn die haar zus was.

Even later draaide ze een straat in met grote huizen en ommuurde voortuinen die er ondanks de hitte verrassend groen uitzagen. Binnen werden we voorgesteld aan de twee broers en de twee schoonzussen met hun kinderen. Chiman bleek de oudste van zes kinderen en de enige die gestudeerd had. Ze had er lang om moeten zeuren, maar uiteindelijk waren haar ouders gezwicht.

Koerdische slachtoffers

Ze werkte als onderzoekster voor een organisatie die zich bezighield met de Koerdische slachtoffers van Saddams regime. Ze probeerde te traceren waar mensen waren omgekomen in Irak en ze dan een nieuw graf te geven in het autonome Koerdistan.

Een langzaam en moeizaam proces, waarvan ze zei dat het haar veel voldoening schonk. Getrouwd was ze nooit, en dus woonde ze bij haar ouders. Ze had in haar baan hogerop kunnen komen als ze niet om de haverklap vrij had moeten nemen om iets voor haar ouders te regelen of voor haar broers of zussen.

Oost-Koerdistan bij de Hamilton Road Irak

Vrij nemen

Nu haar ouders drie weken weg waren, had ze vrij moeten nemen. De logica ontging me. Ze was 45 vertelde ze. Haar broers die waren ingetrokken waren 25 en 28.

’s Avonds, als de mannen op een onduidelijke missie vertrokken zijn, schraap ik mijn moed bij elkaar. Via Juan vraag ik of Chiman het niet beledigend vind dat twee snotneuzen van in de twintig haar moeten bewaken.

Eergevoel

Ze moet er hartelijk om lachen. Nee, zo moet ik dat niet zien. Het is toch ook gewoon veel gezelliger zo met z’n allen samen? Anders zat ze maar moederziel alleen in dit grote huis. Ze moest er niet aan denken. Dan zou ze bang zijn. Ze was nog nooit in haar leven een avond alleen geweest.

Terwijl ik die informatie verwerk, voegt ze er aan toe: “En wat moeten de buren wel niet denken. Een vrouw alleen? Dat zou slecht zijn voor de eer.” Het eer-ding blijf ik lastig vinden.

Snap ik in abstracto nog wel dat je een jonge dochter bij mannen wil weghouden omdat er ander praatjes kunnen ontstaan, voor deze zelfstandige vrouw vind ik het beledigend.

Vrouwen die rondreizen

Ze verdient haar eigen salaris, zelfs als ze wilde feesten zou geven, ging dat niemand wat aan. “Vind je het vreemd dat wij rondreizen? Drie vrouwen waarvan de mannen thuis met de kinderen zijn?”, vraag ik.

Irak

“Van jullie niet”, antwoordt ze, “Jullie zijn westerlingen, maar”, ze wijst op Juan, “van haar wel. Ze is tenslotte Koerdisch.”“Maar”, werp ik tegen, “Juan is een volwassen vrouw. Met twee studerende kinderen. Die mag toch wel in haar eigen land rondreizen?” Chiman schudt haar hoofd, maar moet er wel om lachen.

We zitten in de woonkamer met uitzicht op de tuin. Het huis is enorm, zoals alle huizen die ik in Irak heb gezien. Maar net als bij haar zus Runak is de woning nauwelijks ingericht. Alsof de meubels besteld zijn maar nog niet geleverd.

Autonoom Iraaks Koerdistan tegen de grens met Iran

Maxi’s

Alleen in de keuken heeft een explosie van kleur en apparaten plaatsgevonden. Was de keuken bij Runak knalpaars, hier kozen Chiman en haar moeder voor een gouden keuken. Onwillekeurig denk ik aan een kooi.

De schoonzusjes zijn druk in de weer met eten maken. Ze dragen maxi’s, lange fluwelen huisjurken, met hoofddoeken en teennagels in bijpassende kleuren. De ene schoonzus in het groen, de andere in het paars.

Koerdische variant

Drie kinderen lopen er rond. Speelgoed zie ik nergens.“Hoe gaat dat met spelen”, vraag ik de schoonzussen. “Komen er wel eens kinderen over de vloer?”, vraag ik. De schoonzussen schudden hun hoofd. Hoewel ze geen van beide werken, vinden ze het teveel gedoe andermans kinderen over de vloer.

En bij andere kinderen laten spelen doen ze ook niet. Je weet nooit wat er met je kinderen kan gebeuren. “En met verjaardagen?”, houd ik aan. Die vieren ze niet. Ik begin het gevoel te krijgen in de Koerdische variant van een gereformeerd gezin te zijn beland.

Pistolen

Ik probeer me het leven van de schoonzussen voor te stellen. Ze zijn 25 en 23 jaar. Hele dagen zitten ze op kussens bij elkaar, bij hun ouders en hun schoonouders. Ze zien er niet ongelukkig uit. Maar waar praten ze over? Wat hebben ze elkaar te melden?

Tegen middernacht komen de broers van terug. Hun pistolen leggen ze op het goudkleurige aanrecht. “Jullie nemen je zus bewaken wel heel serieus”, zeg ik met een blik op hun wapenarsenaal. “Zijn jullie niet bang dat de kinderen er aan komen? De mannen schudden van nee, maar ik ben toch blij dat de driejarige diep in slaap op de grond ligt.

Shaqlawa Koerdistan irak

Europeanen

De mannen werken als bewaker van belangrijke mensen. Wie of wat belangrijk is, willen ze niet kwijt. “Politici?”, vraag ik, maar ze lachen alleen maar. Ze verdienen 1200 euro in de maand. Alle twee hebben ze een eigen huis. Gekocht door hun ouders.

Al zijn ze er nooit alleen met hun gezin. “Dat willen de vrouwen niet”, zegt de oudste. We zijn altijd hier of samen in een van de andere woningen.” Ze vinden Europeanen vreemd. “Bij jullie draait alles om werken. Nogal makkelijk”, denk ik. “Wij hebben geen huis in de schoot geworpen gekregen en bij ons spuit de olie niet in de tuin omhoog.”

Noeroez

”Jullie kunnen niet van het leven genieten. Wat noemen jullie genieten?” vraag ik de oudste. In Choman wilden de mannen alles over verblijfsvergunningen weten, maar hier is dat kennelijk helemaal niet het geval. “Gewoon een beetje met elkaar hier zitten.”

Ik denk aan Yassin die me tijdens Noeroez, Koerdisch nieuwjaar in Choman had hij gezegd dat Koerden niet aan de toekomst dachten. “Ze investeren niet, ze betalen geen belasting. Ze denken dat de olie tot in het oneindige hun boterham zal smeren”, luidde zijn klacht.

Toekomst Koerdistan

Yassin studeerde milieukunde in Zweden en wilde dolgraag dat Koerdistan meer in de toekomst en in duurzaamheid zou investeren. Ik vertel de mannen over Yassin. “Die Yassin is gek”, lachen ze. “Hij lijkt wel een Europeaan.”

Het is tijd te gaan slapen. Wij trekken ons terug op matjes in een zijkamer. Als ik ’s nachts naar de wc moet, moet ik door de huiskamer. Daar liggen de twee broers met hun vrouwen en kinderen op de vloer.

Bewaken

Zeven man sterk bewaken ze hun gestudeerde zus die in de kamer erachter slaapt. In het maanlicht zie ik hun pistolen schitteren.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

 

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *