IJsland Blues

Aantal keer bekeken:583

Het licht wil maar niet wijken. Halsstarrig houdt een strook wit, boven de berg Hleiðólfsfjall, de nacht op afstand. Veertig kilometer ver werpt het een bleek schijnsel over Langanes, een schiereiland gevormd als een eend die reikhalzend over zee uitkijkt. Alsof het dier, net als ik, aan het licht wil ontsnappen.

Langanes – Twee uur ’s nachts. Buiten is het dag. Mijn ogen branden. Ik heb de slaapkamer geblindeerd maar als ik naar het toilet ga, vloeit het daglicht gretig terug door het badkamerraam. Mijn lichaam is van slag, protesteert tegen zoveel overvloed. Het is zomer in IJsland. En koud. Ik ben met mijn sokken in bed gestapt.

Þórshöfn, in de kont van de eend

Aan de andere kant van de kamer slaapt de fotografe. Een mummie verpakt in een dekbed. Alleen een pluk zwart haar geeft aan dat zij het is. Als ik mijn positie moest vrijgeven, zou ik zeggen dat ik in de kont van de eend lig, op zo’n 14 kilometer van Þórshöfn. Met z’n ruim 400 zielen in deze contreien al snel een stad van formaat.

ingebakerde hooibalen, achtergelaten als knikkers in een zandbak op Ytra Lón op het schiereiland Langanes in IJsland

Waarom ik in de kont van de eend lig, is niet zo eenduidig te beantwoorden. In ieder geval niet vanwege het weer. Regen ratelt in salvo’s op het aluminium dak van Ytra Lón. Buitenmeer”, had Mirjam gezegd op mijn vraag wat de naam van de boerderij betekent. Ik weet niet wat een buitenmeer is. Ook niet in mijn eigen taal. Eidereenden geven niks om taal. Die dobberen gewoon op een buitenmeer. Rátátátátá, vuurt de regen.

Ytra Lón

Ik klim mijn bed uit, graai een trui en bergschoenen van de vloer en loop het onderkomen uit. Op de gang sta ik in Midden-Amerika op een zomerse dag. Mirjam heeft de gastenverblijven in felle kleuren geschilderd. Wij wonen zuurstokroze. Uitdagend klimmen de tropische planten omhoog. Alsof ze hun tong uitsteken naar het bescheiden grijs en groen van IJsland.

Buiten is het land koud en nat. Buiten sopt het gras te veel om gehooid te kunnen worden. Ik kijk naar de berg achter de boerderij. Vanmiddag hingen over Hleiðólfsfjall de handjes van Sauron, grijszwarte wolken die over de bergkam grepen. Het was Sverrir die Sauron had genoemd en op de wolken had gewezen. “IJslanders hebben zoveel namen voor sneeuw en wolken”, had Mirjam gezegd.

Noordoosten van IJsland

Mirjam. Om haar zijn we hier. Ze groeide op tussen de Friese wateren, maar streek zo’n dertig jaar geleden neer in het noordoosten van IJsland. Tussen verlaten boerderijen, dichtgespijkerde dorpswinkels en ingebakerde hooibalen, achtergelaten als knikkers in een zandbak. Alleen de schapen en de vogels zijn hier met velen.

“Waarom?”, wil ik weten. Voor mij is IJsland te leeg, te veel gras, te weinig bomen. Voor Mirjam is Nederland te vol, te druk. Alleen in het gebrek aan bomen vinden we elkaar. Om de boerderij hebben ze struiken geplant om de wind te breken. In haar keuken vol kleur, had ze over de vraag nagedacht.

Film Heartstone

Misschien, had ze aarzelend gezegd, terwijl ze uit het raam staarde naar de gegeselde struiken, had het met haar jeugd te maken. Wie op een vrachtschip in Friesland opgroeit, wordt door een onbegrensd gevoel voor vrijheid en ruimte getekend.  Volgens de filmmaker Guðmundur Arnar Guðmundsson gaat er niets boven een jeugd in IJsland, weg van de stad.

In zijn meermaals bekroonde film Heartstone nemen twee jongens hun gevoelens voor meisjes en elkaar onder de loep. De regisseur groeide op in Þórshöfn, om de hoek van Ytra Lón. “Waar de wereld nog je speeltuin is. Je steelt paarden, gaat vissen, rent achter schapen aan en niemand die je een strobreed in de weg legt. Je kunt er nog gek zijn”, zegt hij in een interview met Icelandair.

Réttir

IJsland is het Amerika van de pioniers, maar dan zonder wilde dieren of levensbedreigende vijanden. Nou ja behalve het weer en het licht. Of het ontbreken ervan. “Wacht maar tot de winter gaat spoken, als het ijs het land toedekt en de tunnels gesloten worden en de ziekenhuizen onbereikbaar zijn”, had Mirjam gewaarschuwd toen ik klaagde over het licht. Zelf ervaart ze de donkere wederhelft van het jaar steeds meer als last.

Vroeger niet. Als na réttir, de slacht in oktober, de winter begon, kropen de vrouwen bij elkaar. Het was de periode van herstelwerkzaamheden, het looien van huiden, het schilderen van de gastenverblijven, van de eindeloze stroom taarten. Het was de tijd van het samenzijn, de creativiteit. Vrouwenverenigingen floreren nog altijd op IJsland.

Namafjall Hverir IJsland

Poolcirkel

Als student was ze eens naar Lapland gereisd. Pas toen had ze zich gerealiseerd dat Friesland helemaal niet noordelijk lag. Dat het allemaal een kwestie van perceptie is. Dat je veel verder kunt. Tot aan de poolcirkel. Het had iets losgemaakt: een niet te stillen honger naar het noorden, naar de stilte, de vrijheid en de rust.

Het werd IJsland voor Mirjam. Maar dat kon aan het toeval worden toegeschreven. In de jaren tachtig vond je er makkelijk werk. En, indien gewenst, ook een man. De boerderij van Sverrir, waar ze had aangeklopt voor een zomerbaan, werd na verloop van tijd de boerderij van Sverrir en Mirjam.

Noordoost IJsland in beeld | Northeast Iceland in the picture | Langanes Boerderij Ytra Lón Hugbjört

Angst voor erosie

Ze zouden er zijn gebleven, als angst voor erosie hen niet had verdreven. Angst van de overheid welteverstaan, niet van hen. De schapen verruïneerden het land. Dat lege land waar vrijwel niemand woonde. Dus moesten ze weg.

Het werd een boerderij op Langanes. Erg veel noordelijker kun je niet. Tenminste, als je niet in Raufarhöfn wil wonen, de meest noordelijke stad van IJsland. Eens een belangrijke exporthaven voor haring totdat visquota werd losgekoppeld van de plaats. Grote bedrijven kochten de quota op. De vis raakte op, de visverwerkingsfabriek verdween en met de fabriek de mensen en de voorzieningen.

Koninkrijk van Sverrir

Op een stuk land van 10 bij 3 kilometer aan zee, inclusief een buitenmeer met eidereenden, bouwden ze hun nieuwe koninkrijk. Met vijfhonderd schapen, een twintigtal paarden en een handvol bordercollies als onderdanen. En niet te vergeten vier troonopvolgers.

“Hier ben ik de koning”, had Sverrir die morgen gelachen in de eetzaal waar Mirjam het ontbijt klaarzette voor de gasten. IJslandse yoghurt met rabarber en wentelteefjes met room. Hij at in rust. De dag was nog lang, dus waarom haasten?

Jan-van-Gent en papagaaiduiker

Het leven in zijn koninkrijk vormt bij tijd en wijlen wel een uitdaging. Omdat ze in deze streek niet kunnen profiteren van de energie van de geisers, is de aanleg van elektra schreeuwend duur. Tot verleden jaar hadden ze nauwelijks wifi. Andere voorzieningen verdwijnen. En toch: “Het is hier net zo mooi als in het zuiden van IJsland waar toeristen in drommen hetzelfde rondje maken, maar dat vertellen ze je in Reykjavik niet. Ze houden het geld liever daar.”

Sverrir gelooft in een complot tegen het noordoosten. Die streek vol bergen, rivieren vol vis en rotsen vol Jan-van-Genten en papegaaiduikers. “Reykjavik is ons vergeten”, had Sverrir gezegd. “Het deert ze niet of wij wel of niet bestaan. En als ze zich ons plots herinneren is het om een of andere idiote regel op te leggen.” Hij had de vissers genoemd.

Bakkafjörður Noordoost IJsland

Reykjavik

De vissers probeerden het hoofd boven water te houden door toeristen mee de zee op te nemen. De boten en zijzelf zaten er anders toch maar werkloos bij. Maar Reykjavik had bepaald dat vissersboten niet geschikt waren voor toeristen en de vissers dus een andere boot moesten aanschaffen. Met welk geld had de hoofdstad er niet bij gezegd. “Vroeger waren we arm, deden we van alles. Nu is het land rijk en hebben we niks.”

Sverrir had z’n schouders opgehaald en naar buiten gekeken. De zoon van een loodgieter uit Reykjavik, wilde dat de regen stopte. Als jongetje van tien was hij vijf lange zomermaanden uitbesteed aan boeren die wel een handje konden gebruiken. Veel IJslandse kinderen ondergingen dat lot. “De boer kreeg hulp, thuis was er een mond minder en de buitenlucht was goed voor je”, was het uitgangspunt.

Andere tijden

“Het was een andere tijd.” Hij kan zich niet voorstellen dat hij zijn 10-jarige naar een boerderij aan het andere kant van het land zou sturen, maar zo gingen die dingen nu eenmaal, zomers achtereen. Tot het boerenvirus hem uiteindelijk te pakken had gekregen.

De zon was door de wolken gepiept. Hij was opgestaan. Tijd om de honden te trainen. Onderaan de weg hadden zijn bordercollies een zestal schapen bijeen dreven. De zwarte aan de buitenkant, de witte binnenin. Selecteerden de honden op kleur? Of deden de schapen dat? Midden in de training was hij weer weggerend. “Blijf staan!”, had de fotografe nog geroepen. Maar Sverrir kwam niet terug. De fotografe had gestampvoet. “Hoe kan ik nou zo een reportage maken?”

Het koude bloed van IJsland

Ik loop de weg af. Rechts staan de paarden. Verderop de rokerij waar de forellen gerookt worden die in het buitenmeer achter het huis gevangen worden. Het water is groen als een legerjas. De honden kijken me verwachtingsvol aan. Boven me heeft het licht zich vastgezogen aan de berg. De zee is overal, maar ik hoor haar niet. De regen overschreeuwt haar.

Het koude bloed van IJsland” noemt de kunstenares Roni Horn het weer van IJsland. “Er is op IJsland weinig dat een bedreiging vormt”, schrijft ze in een van haar notities. “Maar er is wel het weer. Immoreel en baldadig, moorddadig als er je onvoldoende aandacht aan besteedt, als je de omvang ervan niet respecteert.’

De film Carcasse

Maar Horn heeft kennelijk nooit over de weg van Ytra Lón richting zee gelopen. Hier loert nog een ander gevaar. Dit is technisch gezien het koninkrijk van Sverrir maar de sterntjes denken daar anders over. Wie zich hier waagt, wordt onophoudelijk bestookt door de kleine zwart-witte vogeltjes die vlak over je hoofd scheren en naar je hoofd pikken. “Ga weg, blijf weg”, is hun boodschap.

Het had de tekst kunnen zijn van buurman Ágúst die naast het vliegveld van Þórshöfn woont. In 1974 maakte een klein vliegtuig een buikschuiver op zijn land. Het vliegtuig ligt nog altijd in zijn weiland bij zee. Ruim veertig jaar later gebruikte een IJslandse filmmaker het vliegtuig in de film Carcasse en speelde Sverrir, enigszins onverwacht, de hoofdrol.

Nagel aan de doodskist

“Geen idee waar het over ging, nogal experimenteel”, had Sverrir gebromd. Eerst was hij de klusjesman geweest, maar toen de acteur er op een dag vandoor ging, was hij tot hoofdrolspeler opgeklommen. Het had hem en Mirjam een reis naar het filmfestival in Rotterdam opgeleverd.

“Ga maar even kijken”, had Mirjam gezegd. Dat vindt de boer wel ok. Maar de boer vond het niet ok. Hij stopte boos met maaien. ”Wat moeten jullie?” Hij had gezucht. Dat vliegtuig was de nagel aan zijn doodskist. Hordes toeristen liepen dwars over zijn land, verwoestten de vogelnestjes, lieten hekken openstaan waardoor zijn paarden ontsnapten en klopten voortdurend aan voor koffie.

Het land van Agust op Langanes niet ver van Þórshöfn, IJsland

Sterntjes

Niet hij, maar de domineeswoning verderop serveerde koffie met wafels. Vijf minuten na het opstaan had de boer al hoofdpijn. We hadden geknikt dat we het begrepen, al snapten we niet zo goed waar Ágúst die hordes toeristen meende te zien.

Uiteindelijk hadden we mogen doorlopen, terwijl de sterntjes hun slechte humeur op ons botvierden. Behoedzaam sloten we de hekken richting zee. Er was geen strand. Hier stokte de kust en nam de zee het gewoon over. Overal lagen gekleurde ballen van vissersnetten. Alsof de zee jeu de boules had gespeeld.

Groenlandzee

“Ach IJslanders” had Mirjam nadien gelachen. “Zijn ze bot?”, had ik naar de volksaard gevist. Ergens had ik gelezen dat IJslanders niet aan introducties deden. Dat taal puur functioneel was. Je gaat nu eenmaal geen beleefdheden uitwisselen als je vissersboot dreigt af te drijven. Mirjam had er over nagedacht. “Je stelt mensen niet aan elkaar voor. Je valt gewoon middenin de groep. Dat komt soms bot over.

Langanes, noordoost IJsland

De regen is iets afgenomen. De wind blaast zachtjes in mijn oor. Lieve kleine zuchtjes. In de verte zie ik het huis van de buurman. Van buiten perfect gerestaureerd omdat de erfenis dat gedicteerd had, maar vaders zonen hadden niet genoeg geld voor de binnenkant dus woont er niemand in het perfecte huis.

Skálar

De weg loopt uit op zee. De Groenlandzee. Links voert de weg naar Þórshöfn. Naar de school, de supermarkt en het restaurant van de Amerikaan waar iedereen z’n pizza’s eet en z’n bier drinkt. Recht voert de weg naar de eenzaamheid, verder het schiereiland op langs verlaten huizen en de spookstad Skálar.

Ooit was deze peninsula bezaaid met boerderijen die leefden van schapen en vis. En ijs. IJs dat in de lange winter bewaard werd voor de vissers uit de Faeröer Eilanden die hun vis er op bewaarden. Met de komst van de motorboten, werd de roep om een haven groter. De haven kwam er niet en Skálar bleef verweesd achter.

Langanes

Die morgen had Mirjam ons langs het schiereiland gereden. Langs stranden vol zilverkleurig drijfhout uit Siberië en fladderende stukken grijze schapenwol. Langs grijze huizen met dichte luiken als gesloten oogleden. De natuur was eensgezind in zijn sobere kleurkeuze. Alleen de mens liet felgekleurd plastic achter.

In 1965 trokken de laatste mensen uit Langanes weg. “Soms sloegen ze ’s morgens hun dekbed open en vertrokken”, zegt Mirjam. Het dekbed en de koffiebeker, nog warm, bleven achter. Eidereenden, lammetjes of broedvogels trokken in de leegstaande woningen.

Bakkafjörður

Ik was een woning ingelopen. Op het aanrecht stond nog een koffieketel. Een vogel opgeschrikt door mijn onverwachte bezoek, vloog op. Buiten in de poelen dobberden de eidereenden. In het voorjaar gaan Mirjam en haar kinderen de nesten af en vervangen de donsveertjes rond de eieren door stro. De veertjes gaan in de dekbedden waaronder ik slaap. Dat is nu eenmaal warmer dan stro.

Is de leegloop op het schiereiland een voorbode voor wat de rest van het noordoosten te wachten staat? “Dingen gaan hier altijd dicht”, had de 14-jarige Himri in Bakkafjörður gezegd. We waren er terecht gekomen op zoek naar een supermarkt. Op de supermarkt prijkte nog een bord: Openingstijden van 16.00 – 18.00 uur op weekdagen, met uitzondering van de woensdag. Maar dat was uiteindelijk ook te hoog gegrepen.

Himri en Þórey , in Bakkafjörður Noordoost IJsland

Sluiting van de scholen

“Ze zijn sinds deze winter gesloten”, had zijn zusje Þórey eraan toegevoegd. Ze had met haar twee broers over de weg gelopen om de honden uit te laten. Voor de vijfde keer die dag. “Barcelona is goedkoper en makkelijker te bereiken vanuit Reykjavik dan deze regio”, had de oudste broer Njáll gezegd. Wat Njáll niet had verteld, was dat ook zijn familie na de zomer vertrok. Hun moeder, de dominee van het oudste kerkje van Oost-IJsland, had een betrekking in Snæfellsnes, het schiereiland in het westen aanvaard.

Het is kip of het ei als het om leegloop gaat. Weinig mensen betekent minder voorzieningen en dus vertrekken mensen en blijven er nog minder voorzieningen over. Een spel dat slecht valt te winnen. Mirjam had gezucht, ze was nog niet over de schok die de sluiting van de school teweeg had gebracht. De school met de zeven kinderen, waarvan zij er nog een en de dominee er twee voor haar rekening nam.

Vrijheid van IJsland

De school die rekening hield met de seizoenen van de boeren. Vroeg vakantie zodat de boerenkinderen konden worden ingezet op het boerenbedrijf en in het najaar een aantal weken vrij zodat ze zich aan een verre zon konden opwarmen. “Florida, Gran Canaria, als het er maar warm was, als de winter maar doorbroken werd.

“Die vrijheid en samen met je gezin een bedrijf runnen is ook IJsland”, had Mirjam gezegd, terwijl haar zoon buiten op een tractor rondreed en haar dochter de bedden van de gastenverblijven afhaalde. Maar nu de school haar deuren had gesloten en haar dochter elders opnieuw moest beginnen, twijfelde ze wel eens.

Dingen die verdwijnen

Ik loop terug naar Ytra Lón. De regen heeft zich aaneengeregen tot een dikke mist, een vuile mist die weer oplost alsof het zich schaamt voor zijn kinderachtige gedrag. Ik denk aan de dingen die verdwijnen. Aan de schapen die na de zomer bijeen worden gedreven: De witte, de zwarte en de bruine. Naar de slacht in Kópasker.

En aan de sterntjes. “Weet je wat gek is?”, had Mirjam gezegd. Toen in Skóruvík aan het eind van dit schiereiland de mensen vertrokken, verdwenen na verloop van tijd ook de sterntjes. Ze hebben de mensen nodig.”

Mirjam Blekkenhorst van Ytra Lón op Langanes

Onbemand niemandsland

Ik denk aan mijn bed. Aan mijn verlangen naar een donkere nacht. Zoals Mirjam en Sverrir verlangen naar toeristen die het noorden weten te vinden, die zich niet laten tegen houden door het licht of het donker, pikkende sterntjes of de regels uit Reykjavik.

“Was je weg?” vraagt de fotografe slaperig. “Het gaat behoorlijk tekeer daar buiten.” “Ik maakte een reis door een onbemand niemandsland”, zeg ik. En zijg neer op het dons van de eidereenden.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

  • Wij verbleven bij Mirjam op Farm Hotel Ytra Lón.
  • Icelandair vliegt dagelijks naar IJsland en bestemmingen in de VS en Canada.
  • Vlucht Amsterdam naar Reykjavik is vanaf €340,-
  • Air Iceland verzorgt binnenlandse vluchten naar o.a. Egilsstadir.
  • Wij huurden een auto via Auto Europe.
  • IJsland Tours organiseert reizen door heel IJsland.

Meer IJsland? Lees ook:

Voor deze reis lazen wij de volgende boeken:

Share at:

Anderen lazen ook

2 reacties op “IJsland Blues

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *