De dames in Ierland

Aantal keer bekeken:1854

“Tsja, in Ierland zou ik het wel weten. Er is daar een pub waar je bier kunt drinken met de doden. De ruimte is bar en rouwkamer ineen. Fantastisch hoe de gasten nog een laatste glas heffen op hen die aan hun laatste reis begonnen zijn.”

Tot zover de informatie van de Schotse barman. We hadden hem gevraagd naar bijzondere pubs en hij had ons van Schotland naar Ierland gevoerd en in gedachten bij deze kroeg afgezet.

De dames in Ierland

Een café waar rouwenden en dorpelingen eensgezind aan de bar zitten terwijl de barman af en toe per abuis de arm van een dode aanzwengelt om een biertje te tappen. Daar willen we naartoe. Maar hoe we de Schot ook onder druk zetten, de juiste coördinaten zijn hem even ontschoten.

Naarmate de tijd verstreek, en geen Ier ooit bevestigend had geantwoord op de vraag of hij had gehoord van een pub annex rouwkamer, raakten wij er van overtuigd dat het verhaal zich slechts in het hoofd van de Schot had afgespeeld.

Hotel op slot

Maar nu blijken we op eigen kracht toch op het café te zijn gestuit. Of in ieder geval op de hotelvariant. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot, want bij aankomst blijkt het hotel op slot.

“Dicht?”, roept een man die zich eerder als de koning van Tory Island voorstelde en op het punt staat in een oud koekblik te stappen. Hij loopt naar ons toe en bekijkt de hotelentree alsof die een geheimzinnige code bevat. “Ik snap er niks van,” zegt hij verbaasd, “het hotel is altijd open.”

NAF_4802

Een koning laten klimmen

Er voegt zich een tweede man bij ons. “Meestal zit de deur op slot als de eigenaar te veel gedronken heeft”, zegt de man. Het is elf uur ’s morgens. Het is de fotografe die een open raam ontdekt. Aangezien je een koning niet laat klimmen en wij dames zijn, laten wij het aan de man over om zich via de regenpijp omhoog te hijsen.

En zo staan we even later dan toch in de lobby die er uitziet als een Ierse rouwkamer vóórdat de lijken worden opgebaard. Overal liggen de lichamen van jonge mannen. Hoewel ze niet dood zijn  – daarvoor snurkten ze te hard –  zit er weinig leven in.

Kogelvrij glas

Achter kogelvrij glas zit een dikke vrouw. Ze staart ons zwijgend aan. “We hebben gereserveerd”, begin ik, terwijl ik probeer niet op een snurkende jongen te gaan staan. “Two rooms ”, vat de fotografe samen. Er komt geen reactie. “Misschien spreekt ze geen Engels”, opper ik. “Misschien is ze niet echt,” zegt de fotografe, “net als die wassen beelden in het museum in Donegal.

“Rûm fûr ûn fûf”, verbreekt de vrouw achter het glas plotseling de stilte. Keltisch, hebben wij inmiddels begrepen, is een taal die alle klinkers aan een wringer voedt en die als û’s weer uitperst. Onze eerste kennismaking met die taal had plaatsgevonden bij de autoverhuur in Dublin.

NAF_4797

Ierse versie van George Clooney

Een Ierse versie van George Clooney wacht ons daar op. “Hûllû lûvlû lûdûs.” Bij iedere verzoek dat we bij hem indienden, zei hij stralend: “Sûre, nû bûtter.” Geen boter?

“Misschien zit ze vast, kan ze ons daarom geen sleutel geven”, mompelt de fotografe. We staren naar de vrouw achter het glas.

Er komt een man uit een klapdeur. Hij begroet ons en zegt: “Sorry voor de rommel”, terwijl hij op de lichamen wijst. “De jonge eilandbewoners hebben vannacht doorgehaald en we wachten even voor ze weer nuchter zijn om te voorkomen dat ze van de kliffen vallen.”

NAF_4916

Afgestudeerd op duistere complotten

De fotografe is afgestudeerd op duistere complotten. De man die bij de lopende band in Dublin voor onze voeten neerstortte? Gewoon een man die over zijn koffer struikelde. Dacht ik. Maar de fotografe ziet dat anders: “Waarom is die man voor onze voeten gevallen? Nou? Hij kon overal vallen, maar nee, hij valt precies voor onze voeten. Hier zit meer achter.” De vrouw achter glas laat haar dan ook niet los.

Het is tijd om het eiland te verkennen. In de lobby zijn de lichamen verdwenen. “Monica en Caroline hebben jullie een moment?” De man van de sleutels wenkt ons. Aangezien er niemand anders is, vermoed ik dat hij ons bedoelt. “Wat willen jullie straks eten? En zeg alsjeblieft niet dat jullie vegetariërs zijn. Ik word gek van vegetariërs.”

Bloedend aan het kruis

“We zijn vegetariërs”, grijnzen we en gaan op weg. Het voordeel van een eiland met ruim honderd mensen is dat je binnen no time iedereen kent. Zo komen we de koning twee keer tegen. De man van de regenpijp zwaait vanuit zijn keuken. Het schoolhoofd stelt zich voor en zelfs Jezus is waar je hem veronderstelt aan te treffen. Bloedend aan het kruis in de voortuin van de kerk.

We wandelen naar de kliffen aan de oostkant van het eiland. De oceaan is ruig en breekt met geweld op de rotsen. Twee mannen kruisen ons pad. Ze zitten onder het bloed. “Ik weet niet of hij het haalt”, horen we de ene man zeggen.

NAF_4770

Dode jongeren

De fotografe staat abrupt stil. “Dit trek ik niet,” zegt ze, “wat is dit voor eiland? Vrouwen achter kogelvrij glas, mannen onder het bloed. “Ik ga terug.” In de hotellobby blijken de dode jongeren tot leven te zijn gekomen. “Jullie zijn toe-hoe aan een man”, lalt een van de knullen vol jeugdpuisten. “Aan een man ja”, zegt de fotografe minzaam.

“Jessica en Clementine?” Het is de sleutelman. “Het eten wordt opgediend.” Aangezien we niet denken dat de jongens zo heten, nemen wij plaats in de eetzaal. Er loopt een oude man in onderbroek voorbij. We doen ons best niet te staren.

Reddingsbrigade

“Mijn schoonvader”, zegt de sleutelman als hij even later het eten brengt. “Er is een dwergvinvis aangespoeld. Gewond, de reddingsbrigade zit onder het bloed. Gelukkig is hij terug de zee in.”

Na het eten is het tijd voor ons onderhoud met de koning. De deur van het hotel blijkt opnieuw op slot. We besluiten via het raam en de regenpijp te ontsnappen. Een koning laat je immers niet wachten.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Dit verhaal is opgenomen in ons boek Over elfjes en kogelgaten en is gesigneerd te bestellen.

 

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *