Schatgraven in de Vogezen

Aantal keer bekeken:1461

Het glooiende landschap van de Lorraine. Voor velen niet meer dan een snelle stop. Een halte in de talloze kilometers naar een vakantiebestemming in het zuiden. Wij gingen er op onderzoek en stuitten op draken, wolven en middeleeuwse steden tussen het groen.

Vogezen – Het dier twijfelt even over de te volgen route. Eenmaal vrij lijkt het niet weten wat te doen. Het staart  me aan. De kop laag tussen de schouders. Het maakt geen geluid, rent niet op me af. Kijkt slechts. Achter hem een decor vol heuvels die de herfst langzaam laat vergelen.

Hier en daar het opvlammende rood van stervende bladeren. Ik voel hoe angst me bekruipt. Dit is een wild dier. Ik ken zijn codes niet.

wolven en wolfshonden Vogezen

“Als een wolf je aanvalt, altijd gaan liggen. Op je rug. Geef je over.” Het klonk zo logisch toen Eugène over wolven en hun gedrag sprak, maar alles in me zet zich schrap om het op een lopen te zetten. “Lopen is dom”, had Eugène vervolgd.

De Lorraine

“Ze lopen veel sneller dan jij.” Zijn stem klinkt nog na in mijn hoofd. “Een gezonde wolf valt niet aan bij overgave.” De Lorraine: Een glooiend landschap vol bergen en plateaus en rivieren. Voor velen slechts een halte op weg naar het zuiden. Voor ons het begin van een ontdekkingstocht.

Voor Metz verlaten we de grote weg en duiken een vallei in. Als we weer boven komen, worden we getrakteerd op een dorpje dat rond een kerk ligt gedrapeerd. Witgele steen met roodbruine daken. Het blijkt een terugkomend tafereel.

Naarmate de middag vordert wedijvert de kilte van de avond met de warmte van de dag en glijden slierten mist over het landschap.

Vogezen reisreportage

Een vos schiet voor de auto, gevolgd door een fazant. Een eigenaardige volgorde. Vossen, maar ook wolven bevolken de Vogezen zoals dit gebied van de Lorraine beter bekend staat. In de krant, lees ik het hartstochtelijke pleidooi van een boer om weer op wolven te mogen jagen.

Wolven in de Vogezen

Sinds er weer roedels in de Vogezen voorkomen, laait de discussie tussen schapenboeren en natuurliefhebbers hoog op. Al een kleine 150 lammeren zijn er dit jaar gedood. “Het is genoeg geweest”, meent de boer. “Laten degenen die zo dol zijn op wolven, naar het park van Sainte-Croix gaan.”

De boer verwijst hiermee naar het 120 hectare grote natuurpark waar roedels grijze wolven leven, dezelfde die ook vrij door de Vogezen waren.

Metz en Nancy

Sophie Langréne, gids in Metz, had even getwijfeld aan de telefoon. De vraag was: “Wat zeggen mensen in Metz over Nancy?” De twee steden worden door voorbij razende automobilisten altijd in één adem genoemd, maar in de praktijk hebben ze een eigen identiteit. Alleen, wat is die identiteit?

“Ik denk”, had ze aarzelend gezegd: “dat mensen in Nancy ons als boertjes zien. Wij, op onze beurt, vinden ze daar in Nancy wat arrogant.” Het is trouwens Messe, had ze mijn uitspraak gecorrigeerd. “Niemand hier zegt Metz.”

Metz met haar kathedraal

Boers is niet de indruk die ik van de stad krijg als we haar in het donker binnenrijden. De grote Sant Etienne kathedraal werpt haar licht ver vooruit. Ergens heb ik gelezen dat er dertienduizend spotjes op de middeleeuwse stad zijn gericht.

Centre Pompidou-Metz

Dertienduizend lichtpuntjes die Metz uit het duister doen oplichten. Als we de auto in de parkeergarage zetten, worden we welkom geheten door een opgewekte stem in het plafond die ons meedeelt op welke etage en in welk vak we hebben geparkeerd.

Sophie noemt Metz een stad ‘die alles heeft’. Zelf woonde ze lange tijd in Londen en Parijs tot een nieuwe baan haar terug naar haar geboortegrond riep. “Een middeleeuws centrum”, somt ze op, “kunstmanifestaties, veel groen, concerten op ongebruikelijke plaatsen, water rondom en dat alles ingebed in de heuvels.

François Rabelais

En dan is er sinds een paar jaar het Centre Pompidou-Metz. Het artistieke zusje van het museum uit Parijs, met de TGV slechts een dik uur verderop.” We lopen van de kathedraal de hoofdstraat van de oude stad in die bakkertjes, kledingwinkels, kunstwinkeltjes en cafés met elkaar verbindt.

Zoals het oude café Mathis. Ooit hét café van Metz waar je op alle momenten van de dag een aperitief kon drinken terwijl er gedichten werden voorgedragen Misschien wel geïnspireerd op het werk van François Rabelais die er ooit tegenover woonde.

Café Mathis

De schrijver en humanist was in 1545 naar de onafhankelijke stadsrepubliek Metz uitgeweken zodat hij niet langer dwars werd gezeten door de Parijse elite die zijn satirische werk verbood. Nu huist er een pizzeria in het voormalige café Mathis.

Overdekte markt Metz

Een zijstraat, rue Taison. Ineens hangt er een enorme draak boven ons hoofd. Graoully, de mythische draak die in het Romeinse amfitheater woonde en zijn honger stilde met de bevolking van Metz. De inwoners werden gered door Bisschop Clemens die ze van de draak verloste in ruil voor hun bekering tot het christendom.

Graoully, de draak van Metz

De draak werd gedood maar leeft na zijn dood meer dan ooit. Rabelais schreef dat het beest in zijn tijd angstaanjagend was als het tijdens processies door de straten werd gesleept:  “Monsterlijk groot met ogen groter dan zijn maag en met wijde kaken die op elkaar werden geklakt door een touw waarbij het zo’n vreselijk geluid maakte dat het leek of de draak van de heilige Clemens tot leven was gebracht.”

Jaumont, zo heet de steen die in de stad gebruikt wordt. Een gele steen afkomstig uit de bergen vijftien kilometer verderop. In het najaar valt het zonnige geel weg tegen het geel van de herfst. Maar Metz is ook een groene stad. Iedere inwoner heeft gemiddeld zo’n veertig vierkante meter park, groen en bos ter beschikking.

Graoully, de mythische draak Metz

Waar het niet in parken rond  de stad is gebruikt, worden bomen neergezet in grote bakken op de pleinen. We nemen plaats buiten op een terras in de Quartier Impérial. Ooit de Duitse wijk die voorbij de stadsmuren werd gebouw.

Quartier Imperial Metz

Nu kandidaat voor de Unesco Wereld Erfgoedlijst. Koffie met een mirabeltaartje, de gele pruimen waar Metz patent op heeft. Mussen doen een dutje op de straatverlichting, ontworpen door Philippe Starck.

Af en toe rijdt de Messine voorbij. Het hybride vervoersmiddel dat het middel houdt tussen een bus en een tram.

De ober, een oudere man, komt een praatje maken. Even later ontstaat er rumoer op het terras. “”Pff”, zegt de ober als hij de taartjes brengt, “de man had last van de zon en wilde dat ik het hele terras verplaatste. Die lui uit Nancy denken werkelijk dat ze alles zijn.”

Porte de Serpenoise

Na de koffie lopen we langs de Porte de Serpenoise, een overblijfsel van de oude stadsmuur, en dan richting rivier langs de kapel van de Tempeliers, een klein ingetogen kerkje. Het is een wonder dat het er staat omdat het in de bewogen geschiedenis van Metz dan weer Duits dan weer Frans was en als kruitopslag heeft gediend.

Vanaf de balustrade van de Esplanade, een enorm park, kijken we uit over een lager gelegen park vol fonteinen, bruggetjes en trappetjes.

Moesel

Beneden, in één van de armen van de Moesel, dobberen talloze witte zwanen rond witte jachten. We  dalen af naar de rivier en lopen het oude pad langs het water af. Chez Mauricette is een begrip in de stad. Een stand op de overdekte markt waar je plaats neemt tussen de locals die een wijntje drinken en van de specialiteiten van de streek genieten.

vogezen kerk in de mist

Een magere man, vergezeld van twee dikke dames die wonderlijk genoeg allebei hun armen in het verband hebben, schuift door zodat we aan hun tafel kunnen plaatsnemen. Mauricette neemt even later de orders op, of liever gezegd deelt ze uit.

Vachelin, Brouere en Munster-Géromé

Zij bepaalt wat we gaan eten: Kazen als een Vachelin en een Brouère, gevolgd door een Munster-Géromé die al sinds de Middeleeuwen wordt gemaakt. Dan ham gevolgd door de beroemde hartige taart de Quiche Lorraine.

“Wat vinden jullie van Metz?” vraagt ze terwijl ze haar handen aan haar schort afveegt. “Mooi!” roepen we in koor. Ze knikt goedkeurend. We hebben het juist antwoord gegeven. Dan buigt ze zich voorover: “Er zijn niet veel mensen die weten hoe mooi deze stad is”, fluistert ze, alsof ze liever niet heeft dat de vrouwen in het verband de schoonheid ontdekken.

Vogezen op de tractor door het dorp

Na Metz gaan we verder langs velden vol maïs, die geduldig wachten op de tractoren die ze komen oogsten. We glijden opnieuw een vallei in. Een voorover gebogen vrouwtje loopt ons tegemoet, in balans gehouden wordt door twee emmers vol appels.

La Cure, chambre d’hôte

Weilanden gaan over in bos. Een enkele keer zien we een auto eenzaam langs de bosrand staan. “Mogelijk paddenstoelenplukkers”, vermoedt Annette, gastvrouw  van la Cure, de Chambre d’hôte waar we die avond slapen. La Cure is een voormalige pastoorswoning annex school.

Al heeft er volgens de gastvrouw nooit een pastoor onder de warme dekbedden gelegen. “Paddenstoelen zijn in de herfst het gesprek van de dag”, vertelt Annette. “De vindplaatsen zijn echter topgeheim. Daar spreekt niemand over.

Paddenstoelen plukken

Slechts binnen de families mag dat worden doorgegeven. Je moet eerst een boer trouwen, willen ze hun geheim prijsgeven. Maar die eenzame auto’s aan de bosrand verraden de plukkers.” Ze nodigt ons uit de volgende morgen op paddenstoelenspeurtocht te gaan.

Misschien zijn we er niet geschikt voor of hadden we eerst een boer moeten trouwen, want na een uur vruchteloos de bodem te hebben afgetuurd komen we niet verder dan een paar pied moutons, schapenvoetjes. Net genoeg voor de risotto die onze gastvrouw voor ons gaat maken.

Wolven

Om zeker te weten dat we de paddenstoelen overleven, stoppen we bij de plaatselijke farmacie om het mandje ter keuring voor te leggen aan de apotheker. “Met de hoeveelheid die jullie hebben gevonden kan een mens onmogelijk doodgaan”, concludeert hij.

Paddenstoelen lukken in de vogezen

Wil je wolven zien, dan moet je naar Eugène is ons verteld. Eugène staat bekend om zijn excentriciteit, én maar dat demonstreert het misschien wel, zijn zeven wolfshonden. Ooit ruilde hij ongezien zijn boot in Brabant voor een huis aan de rand van de Vogezen.

Cowboy op het platteland

Hij kocht wat paarden, verdiepte zich in wolven en leeft nu als een cowboy met zijn roedel op het platteland. De honden, een Slowaaks ras voortgekomen uit een kruising met wolven, zien er uit als wolven en gedragen zich als zodanig. Ze blaffen nooit. Ze zijn zeer schuw en als ze geen contact met mensen hebben, kunnen ze agressief zijn.

Op een kruising in het dorp staat een oude hoeve zonder gevel en een houten chalet. De roedel woont op de afgesloten veranda en houdt ons in de gaten. “Niet met je camera op ze aflopen, dan voelen zich bedreigd”, waarschuwt Eugène.

Dances with wolves

Het liefst laat hij ze los lopen, maar daar zijn ze in het dorp niet van gecharmeerd. Eenmaal vrij, sluipen die dieren om ons heen. Niet direct maar met een omweg. “Precies zoals wolven doen”, zegt hij. Voorzichtig komen een paar van hen dichterbij en schieten dan weer weg.

Verderop in het weiland verliezen ze hun interesse. Ze worden balorig en beginnen om een van de paarden te cirkelen. Alsof we in Dances with Wolves zijn beland.

Dancing with wolves Vogezen

Ineens zie ik hoe ze het paard omcirkelen zoals ze hun prooi omcirkelen. Het paard heeft er genoeg van schopt met de achterbenen naar de wolven. Dan wordt het pas echt leuk. Voor ze het paard kunnen kwetsen, grijpt Eugène in en drijft de roedel terug uit het weiland.

Een paar dorpelingen die in hun moestuin bezig zijn, volgen het spektakel leunend op hun schop. Een van dieren twijfelt over de te volgen route. Het staart  me aan. De kop laag tussen de schouders. Het maakt geen geluid, rent niet op me af. Kijkt slechts.

Huilen van de wolven

Dan rilt het even alsof we een vergelijkbare vrees voelen. ’s Avonds in de pastorie bij Annette voor het houtvuur, zien we hoe de maan hoog boven de koeien in het weiland het landschap verlicht. Even menen we een wolf te horen huilen.

Dan krijgen we een risotto voorgeschoteld, van onze zelf geplukte paddenstoelen. Daar kan niets tegenop.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Deze reportage is gepubliceerd in magazine Grande.

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *