Faeröer Eilanden, 9 weetjes voor je gaat

Aantal keer bekeken:394

De Faeröer eilanden vormen een bijzondere archipel. Formeel nog van Denemarken maar met een eigen parlement en een eigenzinnige bevolking. Ze zijn wars van groepsdruk, ontwierpen hun eigen Google Street View met behulp van schapen. Faeröer betekent dan ook Schapeneilanden. En die naam is juist gekozen want de ruim 80.000 schapen banjeren er zeer relaxed door het land én over de snelweg. Met en zonder camera.

Wij reisden van eiland naar eiland, beklommen een berg met een jonge boer en zijn roze gespoten schapen, aten pannenkoekjes met weer een andere boer en verzamelden bijzondere verhalen.

Faeröer Eilanden, 9 weetjes:

Hier delen we alvast wat wij ontdekten over deze bijzondere archipel en hoe je het beste stand houdt. De Faeröer Eilanden, 9 weetjes voor als je afreist.

1. Zwijg over de Denen

De Faeröer Eilanden horen officieel bij Denemarken, maar daar willen de bewoners van de 18 eilanden niets over horen. Ze vormen een staat binnen een staat met een eigen minister-president en eigen verkiezingen. Ze spreken hun eigen taal die dichter tegen het IJslands aanschurkt dan tegen het Deens.

Het parlement zetelt in de hoofdstad Torshavn. Als postadres hanteert het parlement nog altijd de naam Tinganes naar het oudste parlement uit 800 dat hier op een schiereilandje in de stad zetelde op Parlementspunt.

2. Gastvrijheid

De inwoners van de Faeröer Eilanden zijn heel erg gastvrij en informeel. Ze zeggen zelf dat het heel normaal is om even kort te kloppen voor je bij ze binnen loopt. Dan even ”hey” te roepen en de kans is groot dat je meteen mee eet. Geen huis is op slot. Iedereen spreekt goed Engels en je kunt mensen overal aanklampen met vragen is onze ervaring. Wij kwamen er zelfs op een Hoyma terecht.

Dit informele muziekfestival vindt bij mensen thuis plaats. Je koopt een kaartjes voor het festival en kiest dan de concerten uit in de diverse woningen of prachtige oude kerkjes.

Zo kwamen wij in Syðradalur op het eiland Streymoy in een huiskamer terecht en genoten daar van een concert van Danjál met op piano de zoon van de Minister van Cultuur, Danjal á Neystabø.

3. Google Sheep View

Je hebt Google Street View maar daar zit nou net de pijn. Dat hebben ze op die prachtige Faeröer Eilanden niet. Hoe zo ook aandrongen, Google bleek doof voor hun verzoeken, dus regelden de eigenzinnige eilanders het zelf.

Met de hashtag #wewantgooglestreetview lanceerden ze een mediacampagne waarbij ze camera’s op schapen plaatsten zodat buitenstaanders toch een beeld van de eilanden kregen. En het werkte: ze haalden de wereldpers en Google zwichtte.

Maar leuker nog, de eilanders besloten om het bij schapen, fietsen, kruiwagens en kano’s te houden. Samen met Google ontwierpen ze hun eigen variant.

4. Heimablídni, eten bij de mensen thuis

Buiten de hoofdstad zijn er weinig mogelijkheden om uit eten te gaan. Maar ook daar vind je gastvrijheid. Je kunt overal op de eilanden bij mensen thuis eten via de the website en de facebookpagina. Vaak gaat het om schapenboeren of vissers die hun eigen producten presenteren.

5. Ferry en tunnels en helikopters

De eilanden hangen van ferry’s, tunnels en helikopters aan elkaar. Veel tunnels zijn slechts een enkele weg met uitsparingen voor tegenliggers.

De schepen gaan op gezette tijden en het kan handig zijn van te voren een uitdraai te maken want er staan zelden of nooit bordjes met de tijden.

Stóra Dímun

De meeste eilandbewoners weten uit hun hoofd hoe laat de ferry’s gaan. Tenminste dat dachten wij waardoor we ook al eens een ferry misten. In de wintermaanden geen aanrader omdat er dan sowieso minder gevaren wordt.

Je kunt ook met een helikopter van het ene eiland naar het andere. Helaas kan het wel eens spoken waardoor dit op het laatste moment kan worden afgeblazen zoals ons overkwam op weg naar het eiland Stóra Dímun waar slechts twee families wonen.

6. De Grindadrap

Een heikel punt waarmee de eilanden jaarlijks onder vuur liggen is de walvisslacht, de zogenaamde grindadrap. Wanneer de grienden gespot worden, worden er zo’n 1000 jaarlijks geslacht met een priemachtig wapen waarmee het bloed naar de hersenen wordt gestopt.

Hoewel de wetgeving van de eilanden gebiedt dat de dood van de dieren snel en efficiënt moet binnen enkele seconden, ziet het er gruwelijk uit.

Hypocriet

De eilanders voor wie de walvissen altijd al een belangrijke bron van voeding heeft gevormd omdat er nu eenmaal weinig op de eilanden groeit, noemen de aantijgingen van dierenbeschermers hypocriet. Of zoals een boer zei: “Deze dieren, in tegenstelling tot jullie varkens, kippen en kalveren, leven tot aan de slacht een vrij leven.

Wij nemen niet meer dan nodig is. Laat mensen zich maar eens met hun eigen vreselijke bio-industrie bezig houden. Alle dieren lopen hier vrij over het eiland tot aan de slacht. Noem mij nog eens een land waar dat zo is?”

7. Zeehondenvrouwen en trollen

Trollen en zeehondenvrouwen doen het goed op de eilanden. Vooral op Kalsoy waar op de noordpunt zowel de trollen als de zeehondenvrouwen hun intrede hebben gedaan. Zo is het plaatsje Trøllanes (trol-peninsula) zo genoemd omdat vroeger, tijdens Driekoningen, de trollen naar het dorp kwamen en de bewoners moesten vluchten naar het ernaast gelegen Mikladalur.

Op een nacht lukte het een oude vrouw niet te vluchten. Ze verstopte zich onder de tafel terwijl de trollen aan het feesten waren. Op een gegeven moment riep ze de naam van Christus. De trollen hoorden de naam en vertrokken om nooit meer terug te keren.

8. Kópakonan

Maar het aangrenzende dorp waar de bevolking naar toe vluchtte heeft ook een geschiedenis. Die van Kopakonan een vrouw die eigenlijk een zeehond is. Het verhaal gaat dat de zeehonden eveneens met Driekoningen aan land gaan, hun vacht afstropen en gedurende een nacht mens zijn.

Een boer uit Kalsoy stal op een nacht de vacht van een vrouw. Hield haar gevangen en kreeg kinderen met haar. Tot ze op een nacht de sleutel van de kist waarin haar vacht zat buitmaakte en terug de zee inging naar haar zeehondenman en kinderen. Haar standbeeld staat nu in het fjord bij Mikladalur.

9. Muziek

De eilanders zijn heel muzikaal. Net als in Schotland en Ierland kennen ook de Faeröer Eilanden een grote muzikale traditie. Het grootste festival is het jaarlijkse G festival  in de tweede week van juli.

Maar er zijn veel meer festivals zoals het Hoymafestival in november waarbij je in pittoreske kerkjes en bij mensen thuis naar optredens luistert. Grote namen die de archipel voortbracht zijn onder meer Eivør, Teitur (Teitur Lassen), Benjamin Petersen, ORKA, Marius, Greta en Svabo Bech.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Shutterstock

 

Meer Faeröer eilanden? Lees ook:

De Faeröer eilanden praktisch:

De Faeroër eilanden in boeken:

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *