Standplaats Stasi

Aantal keer bekeken:2793

“Ik dacht alleen, nu duurt het langer voor ik mijn vrijheid heb”, zegt Marita Ulbricht die over dag in 1974 toen ze uit de kofferbak van de diplomatenauto werd geplukt en terecht kwam in de geheime onderzoeksgevangenis Hohenschönhausen.

Berlijn – We staan op de kleine luchtplaats van de Stasi-gevangenis Hohenschönhausen waar zij gedurende vijf maanden bibberend in haar dunne gevangenisplunje een kwartiertje mocht luchten.

In 1974 probeert de 38-jarige medisch secretaresse met behulp van vrienden uit West-Duitsland de DDR te ontvluchten. Ze is verliefd op een Fransman aan de andere kant van de muur. Meer dan een oude moeder heeft ze niet, dus haar vlucht zou weinig mensen schade berokkenen. Voor alle zekerheid verbrandt ze alle brieven die haar vrienden kunnen verraden.

Jaren later, als de grens inmiddels geschiedenis is, zal ze bij het inzien van haar Stasidossier ontdekken, dat haar pogingen om geen sporen achter te laten volkomen zinloos waren. Daar in die doos bevinden zich kopieën van alle correspondentie die ze ooit gevoerd had. “De Stasi wist meer van mijn leven dan ikzelf.”

Stasi-gevangenis Hohenschönhausen

Ze werd verraden door een tandarts die in ongenade was gevallen en die dankzij deze actie weer praktijk mocht houden. Ze haalt haar schouders op als ze het vertelt. Het is één van die talloze absurditeiten van het leven onder een krankzinnig regime, lijkt ze te zeggen, terwijl haar donkere ogen me onderzoekend aankijken.

Dertig jaar later is de Fransman overleden en leidt de weduwe belangstellenden rond in Stasi-gevangenis Hohenschönhausen. Wie een oude DDR kaart van Berlijn pakt, treft op de plaats waar de Sovjet-Unie een interneringskamp inrichtte en de Stasi later haar onderzoekscentrum onderbracht, slechts een witte vlek. Sperrgebiet.

Sperrgebiet

Verboden toegang voor iedereen die daar niets te zoeken had. Wat daar in werkelijkheid gebeurde was gruwelijk en werd aan de openbaarheid onttrokken.

Als ik met Marita door de sombere koude gangen van het voormalige fabrieksterrein loop, hoor ik bijna hoe de gevangenen gek worden in hun eenzame cellen zonder licht, zonder rechte hoeken om hun desoriëntatie te bevorderen.

Ik voel de kou, die zelfs in mijn winterjas nauwelijks te verdragen is en denk aan de mensen die hier waren weggestopt, zonder dekens op de houten bakken die als bed dienst deden, terwijl water door gaten druppelde om er voor te zorgen dat ze altijd nat en onderkoeld waren.

De U-boot wordt het ondergrondse complex genoemd. Het was aanvankelijk door de Russen ingericht om nazi’s in op te sluiten. Het begrip nazi werd ruim opgevat. In de ogen van de Russen was iedere Duitser een nazi, met als gevolg dat het interneringskamp al snel vol zat met jongens van nog geen 14 jaar en mannen tot ver boven de 80.

Van hier uit werden mensen, als ze het al overleefden, naar Sovjetkampen getransporteerd. Schattingen gaan er vanuit dat tussen juli 1945 en oktober 1946 3000 gevangenen de dood vonden door marteling, ondervoeding en kou. Hun lichamen werden in bomtrechters en op stortplaatsen in de wijk gegooid. Om de geur van al die doden te neutraliseren en de buurt niet te alarmeren werden ze met kalk overgoten.

Tegenstanders DDR

Toen de Stasi in 1951 het gebouw overnam was het de beurt aan iedereen die als tegenstander van de DDR werd gezien; Jehova’s, hervormingsgezinde communisten, liberalen, christendemocraten en mensen die net als Marita de DDR probeerden te ontvluchten.

De eerste slachtoffers van de Stasi kwamen in de U-boot terecht en werden aan het werk gezet om een tweede gevangenisgebouw te bouwen waarin 200 cellen en ondervragingskamers werden ondergebracht. Daar kwam Marita terecht. “Alles was er op gericht je te ontregelen en te vernederen”, vertelt ze. Dat begon met het moment dat ze je oppakten; je werd geblinddoekt en had geen idee waar je was.

Je werd hier meestal per auto ingereden. Als je er uit kwam werden er ineens felle lampen op je gericht. Vervolgens moest je je uitkleden en werd er in al je lichaamsopeningen getuurd. Je werd in een cel gesmeten met de huisregels. Die werd je geacht van buiten te leren.

Lachen verboden

De eerste weken, mocht je alleen slapen als het licht uitging. Soms bleef het de hele nacht aan. Je werd met een nummer aangesproken. Hard praten of lachen was verboden. Ze waren bang dat iemand in een andere cel je kon horen. Je moet je bedenken dat er in die tijd zoveel mensen werden opgepakt dat de kans reëel was dat er iemand was die je kende.”

Vijf maanden was ze in het onderzoekscentrum van Stasi-gevangenis Hohenschönhausen. “Ik was maar een kleine vis. Ik kwam niet in aanmerking voor de televisiekamer. Die was voorbehouden aan belangrijke politieke gevangenen. Die werden dan uit hun cel gehaald en mochten televisie kijken. Wat we niet wisten, was dat ze bloot werden gesteld aan röntgenstraling. Geen van die gevangenen is nog in leven. Ze zijn allemaal aan kanker bezweken.

Ik had geluk dat ik geen kinderen had. Ik had me voorgenomen: zolang ik in de DDR leef, wil ik geen kinderen. Ik ben niet gek! Maar vrouwen met kinderen kregen te horen dat hun kind ter adoptie werd afgestaan aan regeringsgezinde families.

Derde Rijk

De vrouwen sloegen door en verraadden iedereen die ze maar konden bedenken. Ik heb mijn ondervragers gezegd dat ik ze geen namen gaf. Hadden we immers op school niet geleerd dat het ergste van het Derde Rijk het verraad was?”

“Maar de Stasi hadden zo hun eigen methoden. Dan moest ik ineens naar een andere cel waar al een gevangene inzat. Die was er slecht aan toe en vertelde huilend haar verhaal. Een paar dagen later ging ik weer terug naar mijn eigen cel. Pas later begreep ik dat de vrouw geen gevangene was maar iemand van de Stasi die op die manier informatie aan ons probeerde te ontfutselen.

Brieven openen

Zoiets verzin je toch niet? In de hoogtijdagen maakten ze in de DDR 90.000 brieven per dag open. Werkloosheid hadden we niet in de DDR. Natuurlijk niet, al die mensen werden aan het werk gezet om andermans brieven te lezen of telefoongesprekken af te luisteren.”

Marita kreeg voor haar vluchtpoging 2 jaar en 3 maanden. Een straf die door de rechtbank werd afgehamerd. Na 5 maanden onderzoek werd ze overgeheveld naar de vrouwengevangenis waar ze tussen moordenaars en krankzinnigen terecht kwam.

Beddengoed naaien

“Ik moest beddengoed naaien. Bestemd voor de warenhuizen in het westen. Ironisch niet? De verdiensten stonden we af aan de gevangenis want we moesten voor ons eigen eten en onderdak betalen. Ze grijnst bij die mededeling. “De mannen maakten meubels voor Ikea.”

Marita had geluk. Vanaf 1977 was West-Duitsland begonnen met het vrijkopen van politieke gevangen. “Eigenlijk absurd want met die bedragen hielden ze het regime financieel in stand.” Ik heb me altijd vastgeklampt aan de gedachte: eens ben ik in het westen en zitten jullie hier.” Op een dag moest ik voor een commissie verschijnen waarin me verteld werd dat mijn DDR-burgerschap werd afgenomen. Daar heb ik toen ontzettend om moeten lachen.”

Boosheid

Ze moet het verhaal in de afgelopen jaren al honderden keren hebben verteld. Toch is haar boosheid niet gespeeld. Het is een sarcastische boosheid waarbij ze verhaalt over al die mensen die nooit berecht zijn zoals de dokter van het kamp die nu doodleuk een paar straten verderop een praktijk als psycholoog heeft. Of wat dacht je van Stasi kopstukken die tot op de dag van vandaag nog altijd in hun Stasi uniformen bijeenkomen?

Om maar te zwijgen van de idioten die haar toebijten dat er weldra een dag komt waarop het system weer aan de macht komt en mensen zoals zij aan een boom zullen bungelen. “Ik ben in het vrije westen terecht gekomen. Helaas de daders ook. De meeste van hen leven nu een doodnormaal leven. Ontvangen een pensioen. Sommige mensen gun ik de omwenteling gewoon niet.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Meer Berlijn? Lees ook:

Praktische informatie:

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *