Geesten in Berlijn

Aantal keer bekeken:4601

“Jippie-o-jee!”, begroet de man van de sleutel ons. Hoewel wij ons niet bewust zijn van enige vertraging, is de man er van overtuigd dat onze trein al uren eerder Berlijn is binnengereden. Hij zucht diep en herhaalt hoelang hij heeft moeten wachten. “Twee uur!”

Berlijn – Ik zie hoe mevrouw Nomad een wenkbrauw optrekt. Hét teken dat de man met zijn leven speelt. Zich niet bewust van zijn naderende einde, roept hij opnieuw: “Jippie-ojee…”

Geesten in Berlijn

Om te voorkomen dat sleutelmans vroegtijdig in het voorportaal van een Berlijnse flat sterft, schuif ik hem over de drempel terug in de gang, doe de deur dicht en draai voor de zekerheid de sleutel om. “Jippie-ojee.”

In de slaapkamer aan de achterzijde laat mevrouw Nomad met een koloniaal gebaar de koffers vallen. Het is duidelijk wie daar gaat slapen. Buiten op de Hermannstrasse is het doodstil. We zitten in Rixdorf, een wijk die ooit zo’n slechte reputatie had, dat het stadbestuur zich in 1912 genoodzaakt voelde de naam te veranderen.

Kreuzkolln

Neukölln

Het werd Neukölln in de hoop daarmee het blazoen op te poetsen. David Bowie, die in de jaren zeventig in Berlijn woonde, schreef een nummer over de wijk met de gelijknamige titel Neukölln. Een eerbetoon aan de ontwortelde Turkse gemeenschap die hier nog altijd woont.

Als we het nummer beluisteren, jankt de saxofoon zo angstaanjagend dat we ons afvragen of de wijk niet opnieuw aan een naamswijziging toe is.

Kreuzberg

Mogelijk dachten anderen dat ook want sinds enige tijd wordt dit stadsdeel als Kreuzkölln aangeduid. Een samentrekking van Kreuzberg en Neukölln, waarbij Kreuzkölln het episch centrum is voor iedereen die zich cool of yuki (Young Urban Kreatieve International) waant.

Sauvage in Kreuzkölln

Wij dus. Omdat cool en yuki-locaties in Berlijn nu eenmaal per week veranderen, grijpen we onze knotsen en berenvellen en haasten ons op weg naar Sauvage. Een toprestaurant in Berlijn voor iedereen die wel eens paleolithisch wil eten. En wie wil dat nou niet?

Via de Sonnenallee, ooit de grensovergang naar Oost-Berlijn, spoedden we ons naar de Pflugerstrasse, maar op de hoek valt ons oog op een huiskamercafé met de naam Le Johann Rose.

Le Johann Rose

Mevrouw Nomad, die nog wat worstelt met haar nieuwe hippe yukistatus wijst vertederd op de gehaakte kleedjes, anjers in vaasjes en fluwelen banken met knoopjes. Aangezien ons niet bekend is of ze in de oertijd al wijn dronken, besluiten we een beetje in te drinken.

Voor alle zekerheid slaan we ook wat van die heerlijke pannenkoekjes met gorgonzola en peer achterover. Als we een uur later voor restaurant Sauvage staan, blijkt het restaurant gesloten ondanks onze reservering.

Het is niet helemaal duidelijk of dit onderdeel van het concept is. Wordt er  verwacht dat wij met onze knots een ruit inslaan en in de keuken op eten jagen? Dan verschijnt de eigenaar die ons door de deur naar binnen loodst.

Paleolithisch eten, legt hij uit, betekent koken zonder melkproducten, granen en suikers. In de oertijd deden ze dat immers ook niet. Toen hadden mensen geen last van ziekten als obesitas en kanker, verzekert hij ons.

Bizonbeten

Dat ze vermoedelijk al voor hun twintigste aan bizonbeten en dino-aanvallen bezweken, denken we maar niet hardop.

De moderne oermens mag gelukkig wel genieten van een mooie omgeving met kaarsjes, bloemen en een goed glas wijn constateren we als we onze knots in een paraplubak hebben geworpen.

We nemen een meer dan voortreffelijk jagers-verzamelaars voorafje met krokante toastjes van yuccabloem. Bij de schapentajine rijst het vermoeden dat het schaap al in de oertijd geschoten is. Het is nogal taai.

David Bowie

Na een paleo-ananastaartje zoeken wij ons mooie designappartement weer op. We dromen we van paleolithische schapen en David Bowie. ’s Morgens ontdekken we aan de achterzijde een fraaie binnentuin met sneeuw bedekt.

Sankt Jacobi Friedhof

Maar wacht eens even, die steen daar onder ons raam, dat lijkt wel een grafzerk. Zouden ze iemand in de tuin begraven hebben? “Grappig”, bitst mevrouw Nomad terwijl ze met een ruk het rolgordijn aan de achterzijde openroetsjt en vervolgens wit weg trekt. “Eén iemand? We liggen godvergeten op het kerkhof!”

Sankt Jacobi Friedhof Berlijn

Het blijkt het Sankt Jacobi Friedhof uit 1853 te zijn. Dat ons appartement zo doodstil is hebben we te danken aan onze buren: de schilder Eduard Holbein, de kartograaf Heinrich Kiepert en de sprookjesverzamelaar Johannes Bolte die daar al meer dan 100 jaar in rust liggen verzonken.

“Je wil vannacht zeker niet ruilen?”, vraagt mevrouw Nomad met een dun stemmetje.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Over dit appartement

Meer Berlijn? Lees ook:

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *