Over Mei-Mei en mensenhandel

Aantal keer bekeken:3968

Ze woonde destijds in een hut in de bergen van Hubei. Niet ver van Wuhan. Om in de stad te komen, moest je twee uur lopen en zes uur met de bus. Niet dat zij of oma er ooit heen gingen, wat hadden ze er ook te zoeken?

China – “Gek eigenlijk”, bedenkt ze nu, “destijds waren er nauwelijks wegen, er was niets. En zie: in nauwelijks tien jaar tijd heeft dat niets plaatsgemaakt voor betonnen flats en kolkende snelwegen vol auto’s. Hoe oud was ze toen ze vertrok? Twaalf? Veertien?

Mensenhandel

Moeilijk te zeggen. Chinezen tellen anders, weet je. Je wordt geboren als eenjarige en na het Chinees Nieuwjaar krijg je er een jaar bij. Theoretisch kun je in iets meer dan een dag je tweede verjaardag vieren.

Mensenhandel? Een begrip waar ze nog nooit van had gehoord. Ze woonde bij de moeder van vader. Van vader weet ze alleen wat de mensen in het dorp haar vertelden. Hij zou zelfmoord hebben gepleegd met landbouwgif. “Vanwege je moeder”, hadden ze gefluisterd. Van haar wist ze nog minder.

Mao is een fantast

“Een slecht mens”, had oma gegromd. Ze had er nooit naar durven vragen. Ze bezat geen enkele herinnering aan haar. Op haar zevende was ze naar school gegaan. Vanwege opa, die Mao een fantast had genoemd en daarom was vermoord, hadden de leraren het op haar voorzien. Er was altijd wel een reden om haar hardhandig te straffen.

Toen oma op een dag had gezegd dat de meester niet langer met mihoen betaald wilde worden maar met geld, was dat het einde van de lessen. Ze had het niet erg gevonden. Ze was liever buiten om de varkens te voeren of de konijnen te slachten.

Kinderarbeid

Ze weet nog hoe ze die morgen -het was bitter koud- hun houten huis was binnengelopen. Ze was gestruikeld over de witte kip die onder veel protest naar buiten stoof. Ze wrijft even over de knie die ze destijds geschaafd heeft. Er had modder op de vloer gelegen.

Dat oma dat niet had gezien! De konijnen hadden haar vanachter hun afrastering in de hoek van de ruimte met hun bolle ogen aangestaard. Op de vliering had het geritseld. Oma had op bed gelegen. Vreemd, zo midden op de dag. Toen ze dichterbij kwam, wist ze dat het mis was. Ze had genoeg dode dieren gezien om te weten dat oma niet meer wakker zou worden.

Sjanghai

Na de begrafenis was ze op het bed gaan zitten en had gewacht tot haar moeder haar zou komen halen. Nu iedereen dood was zou ze zich toch wel om haar dochter bekommeren? Er kwam niemand. Het was de buurvrouw die haar na twee weken van het bed trok. “Ga naar Sjanghai. Zoek werk!”

In Sjanghai trof ze mevrouw Wang, een vriendin van oma, die regelde dat ze kon schoonmaken in een hotel in ruil voor rijst.

Nee dat was niet vreemd. Kinderarbeid? Er waren miljoenen meisjes zoals zij. Ze werkte een aantal maanden in het hotel toen ze een jongen ontmoette. Ouder dan zijzelf. Een aardige jongen. De eerste mens in maanden die vriendelijk tegen haar was.

Hij woonde in Italië en was hier op vakantie.“Als je ooit de kans krijgt, ga naar Italië” had hij gezegd. “Italië”, weken achtereen had ze het woord gepreveld als een mantra. De jongen had haar zijn telefoonnummer gegeven. Mocht ze ooit…

Italië

Het was in dezelfde periode dat de zakenman haar gewenkt had. Ze kende hem wel. Hij kwam vaker in het hotel. Of ze haar werk leuk vond? Ze had vriendelijk geknikt maar niets gezegd. “Wat verdien je?” “Een maaltijd”, had ze gefluisterd. “Een maaltijd?”, had de man geroepen.

Ze had gewild dat hij wat zachter sprak, maar de man was geagiteerd opgesprongen. “Een maaltijd?” had hij herhaald. “Zo’n mooi meisje als jij kan toch veel meer verdienen?” Ze had gebloosd en verlegen naar de grond gestaard.

Baan in Europa

Niemand had haar ooit mooi genoemd. Toen had hij zijn hoofd naar haar toe gebogen. “Wat als ik jou aan een baan help? In Europa?” Met een ruk had ze haar hoofd opgeheven. “In Europa?”, had ze gevraagd. “Ik ken veel mensen in Europa”, had hij gezegd. Waar zou je naar toe willen?

“Italië”, had ze voorzichtig geantwoord. Dat had de aardige jongen verteld: dat Italië in Europa lag. “Een goede keus”, had de man gelachen. Ken je daar iemand?” Ze had haar schouders opgehaald en even aan het briefje met het telefoonnummer in haar schort gevoeld. Ze voelde hoe ze opnieuw bloosde.

“Luister” zei de man. “Ik moet weg, maar volgende week kom ik terug. Dan gaan we pasfoto’s maken en een paspoort regelen. Ik zorg ervoor dat jij in Italië komt. Dan ga jij op zoek naar je jongen.” Hij had gelachen om haar ontsteltenis.

Paspoort regelen

“En als je hem gevonden hebt, zorg ik voor een baan en betaal je me terug.” Ze had hem verbijsterd aangekeken. Toen de man verdwenen was had ze zichzelf moeten knijpen. Toen had ze zich zelf tot de orde geroepen. Oma had altijd al gezegd dat ze een dwaas was. Waarom zou iemand haar in godsnaam helpen naar Italië te gaan?”

Naar deel 2

Dit waargebeurde verhaal  in vijf delen is geschreven rond mijn opsluiting in een hok van 1×2 meter in restaurant Sizzles in Apeldoorn. Twaalf uur lang probeerde ik vanuit dit hok aandacht te vragen voor Free a Girl een organisatie die zich inzet tegen mensenhandel door meisjes uit gedwongen prostitutie te bevrijden.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Shutterstock

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *