Bosnië, land van grafstenen en dolende liefdes

Aantal keer bekeken:3233

Bosnië is door de oorlog geschonden en tegelijkertijd nog ongerept. Twintig jaar na de burgeroorlog, trokken wij er de natuur in. En stuitten er op middeleeuwse grafstenen, wraakzuchtige liefdes, geïsoleerde dorpjes en heerlijke maaltijden in de sneeuw.

Bosnië – Een berg sneeuw bedekt het glanzend zwarte graf. Zorgvuldig veegt de vrouw met de onderkant van haar mouw de sneeuw naar één kant, tegen de nog verse bloemen die een tweede berg vormen. De naam van een man, haar man, wordt ontbloot.

Zachtjes aait ze over het koude marmer. Ik denk aan de vele vrouwen die in dit land sneeuw van graven hebben geveegd. Graven waar mannen en zonen, jonger dan Anto Miosevic, in liggen. Bijna tachtig werd de oude boer. Een eerbiedwaardige leeftijd in een land waar een bloederige burgeroorlog de levensverwachting drastisch naar beneden trok.

Bosnië, land van grafstenen Nomad&Villager

Tuzla International

“Welcome to Tuzla International Airport”, staat er op het bord bij aankomst in het noorden van Bosnië. De naam lijkt te groot voor de smalle reep asfalt waarop we landen. Nog maar twintig jaar geleden was dit de legerbasis van waaruit Dutchbat opereerde. De sector Noordoost zou voor altijd aan de Nederlandse soldaten blijven kleven. De sector waaronder Srebrenica viel.

De douanier neemt zijn taken serieus. Een klein meisje met een knuffel onder haar arm dreigt onder zijn loket door te huppelen, maar wordt met barse stem terug geroepen. Ze moet stilstaan voor de man. Haar vader, in zijn arm een baby, trekt haar hardhandig aan haar arm in een onhandige poging haar voor de man op te stellen. Ze zet het op een brullen maar de douanier bladert onbewogen door het paspoort.

Bosnië, land van grafstenen

In de centrale hal vallen families elkaar in de armen. Meer dan 20.000 Bosniërs wonen sinds de burgeroorlog in Nederland. De vlucht uit Eindhoven bracht er een cabine vol van mee. Wij volstaan met het uitwisselen van een handdruk met Admir, onze gids.

Een man in een leren jas met een zwarte pet, die zich zal ontpoppen tot kok, spreekbuis voor Bosniërs en houvast als de spekgladde straten onverhoeds onze voeten onder ons lijf doen wegslaan. En dan rijden we zuidwaarts de donkere nacht in naar Vareš, een stad omgeven door bergen.

Een lint huizen en dan weer wat minuscule dorpjes wisselen elkaar af. Hier en daar zien we een begraafplaats vol puntige gedenkstenen die zich tot de hemel richten. Het zijn de graven van de Bosnische moslims, Bosniaks genaamd. Overal langs de weg van Tuzla naar Vareš bieden steenhouwers hun vakmanschap aan. Hele erven vol grafstenen liggen te wachten op de dood. Bosnië, land van grafstenen.

Vareš

“Omdat dit drukke verkeersaders zijn”, zegt Admir als we vragen waarom er zoveel steenhouwers zijn. “Die vestigen zich op de belangrijkste wegen van het land.” We knikken, maar een antwoord op de vraag waarom het er zo veel zijn, is het niet.

Ik zou het de Bosnische moslims niet kwalijk nemen, als ze Nederlanders onvriendelijk zouden bejegenen. Het waren ten slotte onze blauwhelmen die de massamoord op ruim 7000 moslims in Srebrenica niet konden voorkomen, maar de moslimfamilie die ons in Vareš boven aan een spekgladde trap opwacht, drukt ons allerhartelijkst aan de borst. Dobrodošli, we zijn meer dan welkom.

Moslimfamilie in de dorpen rond Vares, Nomad & Villager

Doodgewaand

Alsof we twee doodgewaande dochters zijn, die na jaren uit het besneeuwde land tevoorschijn zijn gekomen, redderen ze om ons heen. Er worden warme pantoffels aan onze voeten geschoven, koffie pruttelt op het vuur. Of we getrouwd zijn, willen ze weten. Als we bevestigend antwoorden, knikken ze opgelucht.  “Ja zo hoort het ook.”

Hun eigen zoon, die morgen onze berggids zal zijn, krijgt een liefdevolle klap tegen zijn schouder. Ruim over de dertig en nog altijd niet getrouwd. Dat hij de liefde van zijn leven nog niet heeft gevonden, is alleen voor de zoon een plausibel argument. Zij worden immers een dagje ouder. De hoogste tijd voor kleinkinderen.

Bogoš

’s Morgens geeft de barometer 14 graden onder nul aan. In ski-jacks over onze pyjama’s stampen we door ons appartement. Het houtvuur in onze kamer is ’s nachts uitgegaan. We worden ontdooid met hete koffie en warme broodjes. Tijd om Bogoš te veroveren.

Bogoš, Kleine God in het Bosnisch, ligt bedolven onder metershoge sneeuw. Aan de voet van de berg, bij een begraafplaats houden we halt om sneeuwschoenen onder onze voeten te gespen. Het is hier dat we zien hoe een vrouw sneeuw veegt van een graf. Ons pad wordt versperd door een boerin met schapen. De lammetjes zijn door het dolle heen. Voor even mogen ze uit de winterstal.

Dikke jassen

Rabija, heet de vrouw van de schapen. “Uit Nederland? Mijn familie woont daar. Op de Vee-lu-wee.  Ze wijst op de berg. “Jullie gaan Bogoš beklimmen? Ik hoop dat hij jullie goed gezind is. Hij kan nogal vurig zijn.” Vurig? We zien alleen maar sneeuw. Berggids Evelin Balta lacht. “Ze doelt op de legende. Als we straks boven zijn, vertel ik jullie het verhaal.”

Met de rackets onder onze voeten maken we reuze stappen in de sneeuw. Evelins hond dartelt vrolijk om ons heen. Ik verdenk hem er van dat hij ons uitlacht, hij heeft immers niets nodig om vooruit te komen.

Voetbalveld

Ongerepte sneeuw. Zonder ook maar een voetstap. Zo ver het oog reikt. Langs bosjes en landbouwvelden klimmen we omhoog. Bij een grote vlakte met een bouwkeet en een picknicktafel houden we halt.

“Het voetbalveld”, zegt Evelin en maakt een weids gebaar naar de heuvels er omheen. “En de tribunes.” Onder ons ligt Mir, Punten van daken en hier en daar een vierkant, afgebakend met de winterse karkassen van fruitbomen.

Tibet

Zoals overal waar we komen, proberen we te begrijpen wat we zien. Waar kijken we naar? Waar lijkt het op? “Zwitserland, met een vleugje Anton Pieck?”, oppert de fotografe. “Met de boerenhuizen van Baskenland”, vul ik aan. “Tibet, het heeft ook wat van Tibet”, probeert de fotografe weer. “En de geur van Bosnische koffie”, want Evelin heeft inmiddels een straffe bak gezet.

Tijd voor een verhaal over de liefde. “Die berg links voor ons is Zvijezda, Ster, in onze taal. Ze is de vrouw van Perun, die berg daar”, Evelin wijst een berg naast ons aan. “Zvijezda was getrouwd met Perun maar werd verliefd op Bogoš.” Evelin stampt even in de sneeuw om aan te geven dat we nu op Bogoš staan. “Aangezien goden onsterfelijk zijn, was Perun doden geen optie. Dus ging ze bij een heks te rade. Die sprak een vloek uit over Perun. Hij zou worden uitgewoond door de mensen. Hetgeen gebeurde want zie: Perun is nu een steenmijn.”

Zjiveda

De berg naast ons is gedeeltelijk van sneeuw ontdaan en de flank laat een gapende wond van steenlagen zien. “Perun”, vervolgt Evelin, ”neemt wraak en laat Bogoš voor eeuwig raken door de bliksem. Wat natuurkundig klopt, want de berg zit vol ijzer. En Zvijezda? Wie haar beklimt zal nooit meer thuiskomen.”

We zijn er even stil van. Vrolijke jongens die Bosniërs, zelfs in de Slavische mythologie is de liefde een mijnenveld. Geen wonder dat ze massaal rakija drinken. Een vruchtendestillaat van 80 procent alcohol gewonnen uit pruim. Bij voorkeur geserveerd voor 8.00 uur op de motorkap van een auto zoals we die morgen ontdekten.

Wie koffie prefereert of zwakjes protesteert dat er nog gereden moet worden over ijzige haarspeldbochten en besneeuwde berghellingen, wordt met een onverschillig schouderophalen begroet. “Dit is Bosnië”, lijkt het schouderophalen te zeggen, “niets is zeker.”

Dit is Bosnië, niets is zeker Nomad&Villager

Rooksignalen

We staren naar de vervloekte Zvijezda. Toeval of niet maar we ontdekken geen enkel teken van menselijke activiteit. Of ja toch. Aan de voet zien we rook opstijgen. Voor we denken dat het dolende zielen zijn die signalen afgeven, zegt Evelin: “Jullie middageten.” Het zijn de vrienden van Evelin die op een vuurtje in het bos een maaltijd bereiden.

Maar eerst moeten we naar de top. We moeten de stecci nog zien. Al zijn we al talloze middeleeuwse grafzerken gepasseerd. “Die grote stenen”, verduidelijkt Evelin, die boeren soms in de weilanden hebben liggen.” Oh die! Zestigduizend zijn er,  verspreid over het land. Over hun afkomst wordt getwist. Zijn het grafzerken van de Bogomielen?

Een sekte afkomstig uit het huidige Bulgarije? Niemand die het met zekerheid durft te zeggen. Veel van de grafstenen worden nu gebruikt om te bouwen. Ze zijn groot en stevig en liggen er toch. Evelin haalt zijn schouders op. Hij had het graag anders gezien, maar hoe bescherm je 60.000 middeleeuwse stenen in een land dat moet worden opgebouwd?

Stecci

Boven op de berg zijn de stecci nog intact. Soms hebben ze inscripties in het Cyrillisch als:

Rouw om mij

want jij zal zijn

als ik

en ik zal nooit meer zijn

als jij

Het zou een waarschuwing kunnen zijn voor wie op de overspelige Zvijezda wil gaan wandelen. Als we afdalen horen we de lammetjes mekkeren, onzichtbaar vanachter hun houten beschutting.

Bosnië

Op een open plek in het bos is een houten chaletje gebouwd. Het weekendhuisje van Asim die in Vareš woont. Met zijn eigen handen gebouwd en aan vrienden ter beschikking gesteld. Zo gaat dat in Bosnië. Wie weinig heeft, deelt. En dus zijn we met velen naar deze plek gekomen. Met Evelin de gids, maar die heeft geen auto, dus is Duško mee als chauffeur. Maar die kan niet koken. Dat doet Admir in de sneeuw voor de chalet van Asim.

Buitenhuis Bosniërs rond Vares Nomad&Villager

Gebakken brood

Midden in de opzij geschoven sneeuw bakenen ronde stenen een vuur af waar een grote pan en een tinnen pot koffie gemoedelijk pruttelen. Op de picknicktafel verschijnt brood, Ajvar een dikke saus van paprika en aubergine, zelfgemaakte frambozenlimonade, wijn en salades die door geen van de mannen zullen worden aangeraakt. En vlees en gebakken aardappeltjes.

De zon staat hoog. De jassen kunnen uit. In t-shirts genieten we van het eten, de sneeuw en Bogoš die verleidelijk voor ons in het zonnetje ligt.

Als de zon onder gaat en de kou de warmte verdrijft is het tijd te gaan. Voor de houtkachel opgestookt door onze gastheer, bedenk ik me dat de legende van Bogoš niet klopt. Zvijezda liet ons niet dolen. We kwamen ongedeerd terug van de berg. Misschien was ze mild geworden na het zien van haar minnaar in de lentezon? Ik snap die Zvijezda wel.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Deze reis vond plaats op uitnodiging van Adriatic Vakanties, die kleinschalige reizen naar Bosnië en Kroatië organiseert.

Meer Bosnië? Lees ook:

Bosnië praktisch:

  • Adriatic Vakanties organiseert kleinschalige reizen met oog voor locals.
  • Wizz Air vliegt van Eindhoven op Tuzla.
Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *