Het parfum van Oostende

Aantal keer bekeken:1009

Heel langzaam, één voor één verschijnen de garnalenkotters in ons blikveld. Erachter vuurt de zon haar eerste stralen af op Lange Nelle, de vuurtoren van Oostende. Het is nog geen zes uur. Luc Bogaert, eigenaar van de Dini, staat op de kade naast de Vistrap om de vracht binnen te halen.

Weststaketsel Oostende Nomad&Villager

Aan de Visserskaai is het stil. Net als in de cafés aan de overkant. Straks, als de stad ontwaakt, heeft Luc zijn vracht al bij de restaurants afgeleverd, verkoopt zijn dochter verse garnalen in de tweede viskraam rechts en begeven de mannen van de boten zich slaapdronken richting hun bed.

Parfum van Oostende

Rond vijf uur, als de cafés non-stop bier uit de tap laten schuimen, dient voor de mannen een nieuwe 12-urige werkdag aan. Dan zullen de zes boten in omgekeerde richting langs het Weststaketsel de zee opvaren.

Lang was Oostende precies dat: een handjevol vissers met hun bootjes. Totdat koning Leopold I besluit er zijn zomerresidentie te vestigen. Er volgden villa’s, renbanen. Een casino verrees.

De vissers van Oostende hebben het zwaar A l'Ostandaise

Kunstenaars als Permeke en Spilliaert legden de onstuimige Noordzee met hun gouaches en hun penselen op doek vast. Schrijvers haastten zich om hetzelfde op papier te doen. Mogelijk zou Oostende een badplaats voor de welgestelden zijn geworden als er zich niet gelijktijdig een tweede ontwikkeling had voorgedaan: de aanleg van het spoor van Brussel naar zee.

En daar kwamen ze aangeboemeld; de arbeiders. Van de hoofdstad naar de kust om het vuil van de werkweek af te spoelen. Terwijl de rijken met uitzicht op zee dineerden, at het volk zijn meegebrachte boterhammekes met uitzicht op diezelfde zee.

Een strandhutje huren in Oostende Nomad&Villager

Friet en sjiek

“En eigenlijk”, zegt Johan Kerckhof, eigenaar van B&B het Wilgenhuis, een witte villa omgeven door groen, “is dat altijd zo gebleven.” Je treft hier frietkotten naast musea en sjieke restaurants.”

We zijn de avond ervoor aangekomen. In zijn woonkamer dient alles als kast voor zijn boeken. Tafels, de vleugel en ook de meeste stoelen vormen een minibibliotheek. Hij schuift een boek Sex boven de vijftig opzij, in de terechte veronderstelling dat we daar nog te jong voor zijn en legt boeken over Oostende op tafel.

Mu.zee

Over de kunstenaars van de stad naar wie hij zijn kamers heeft vernoemd, over tentoonstellingen in Mu.zee, over de vele restaurants. Hij is zeiler en zeilde de wereld rond.

“Oostende heeft de beste zeilhaven. Veere, Vlissingen”, zegt hij inspelend op onze noordelijke accenten, “zijn ook mooi, maar na tien uur kun je er in je blote gat lopen. Hier is altijd leven, ook ‘s nachts.”

Station Oostende met de haven Nomad&Villager

Als we de volgende morgen vroeg op de fiets stappen om de vissers te zien binnenkomen, is er van het leven weinig te bespeuren. Door slapende straten en langs donkere woningen fietsen we naar zee. Visser Luc is de vijfde generatie die vis binnenbrengt, maar of er een zesde komt?

A l’Ostendaise

Hij haalt zijn schouders op en wijst naar de horizon. Daar zijn de grote schepen bezig de zee leeg te vissen, 24 uur per dag. Als kleine vissers kunnen ze hier niet tegenop. Dus hebben ze samen met Toerisme Oostende en Stichting voor Duurzame Visserijontwikkeling de handen ineengeslagen en A l’Ostendaise  gelanceerd; een culinair project.

Onder het motto: Van vangst tot bord dagen de vissers de koks uit minder bekende vissen op tafel te zetten om het publiek kennis te laten maken met andere vissen en overbevissing tegen te gaan.

Parfum van Oostende

Wat is een onbekende vis? Luc wijst op de horsmakreel die meegekomen is met de  garnalenkotter. In onze ogen een gewone zilvergrijze vis. “In Nederland en België levert ze nog weinig op, maar in Frankrijk weten ze al lang hoe goed die smaakt.

Daar bedraagt de prijs voor de horsmakreel het tienvoudige van wat hier gegeven wordt.” Blijkbaar weten de Vlaamse zeemeeuwen dat ook want de vis is nog niet op de kade gezet of een meeuw pikt brutaal een makreel mee.

Meeuwen in Oostende boven de bak horsmakreel Nomad&Villager

Omdat het nog te vroeg is voor vis, pakken we onze fiets voor een tocht langs zee. Eens zien of we het parfum van Oostende kunnen ruiken waarover de schilder Ensor verhaalt. “Het gekrioel van de toeristen, het geluid van de zee, de drukte in de haven, het licht over de Oostendse daken. En de onmiskenbare geur van mijn stad. Het parfum van Oostende.”

Ramsgate

Zodra we aan het eind van de kaai links met de zee meedraaien, stuiten we op het Zeeliedenmonument. Oneerbiedig door de inwoners ‘De visser en de pisser” genoemd. Voor ons ligt de Noordzee. Voorbij de horizon Ramsgate. Marx en Engels met hun manifest in wording vertrokken van hier naar Engeland. Mark Twain, James Joyce en Einstein, allemaal kwamen ze door Oostende op weg naar de overkant.

Maar er zijn er ook die naar Oostende kwamen en bleven. Zoals het Nederlandse kunstenaarsechtpaar Van Nimwegen.

Ze liggen in ligstoelen op de Visserskaai naast het aquarium. Een vreemde locatie in een badplaats met zoveel zand. Maar hun werk wordt in het aquarium tentoongesteld en daarom zitten ze voor de bezoekers klaar met een thermoskan koffie.

Voor mensen zoals de Van Nimwegens ontwierp kunstenaar Arne Quinze de fel oranje-rode blokken die ons de pas afsnijden. ‘Rock Strangers’. De werken passen niet in de omgeving. En dat is de precies de bedoeling van de kunstenaar. Wat gebeurt als er vreemden in je vertrouwde omgeving opduiken?

Van Nimwegens in Oostende Nomad&Villager

Zoals Hugo Claus die er zijn eerste roman schreef, leerde boksen en gokken? Of de verslaafde Marvin Gaye, die onverwachte adoptiezoon, die er afkickte en de stad zijn grote hit Sexual Healing schonk? Wat doe je? Omarm je ze?

Vuurtoren

De zon stijgt en is inmiddels boven de vuurtoren uitgekropen. Op de boulevard gaan de eerste cafés open. Stoelen schrapen luidruchtig over terrassen.

Het zal niet lang meer duren voor het vol loopt met skelterende kinderen, hondenbezitters en pubers die elkaar stiekem langs de reling zoenen. Op het strand bollen de gestreepte zittingen van de ligstoelen vrolijk in de wind.

Strand van oostende met zijn gestreepte strandstoelen Nomad&Villager

Zuidwaarts dan maar, richting Frankrijk. We passeren Venetiaanse Gaanderijen. Met lange overdekte gangen biedt het imposante gebouw een perfecte plaats om te rolschaatsen. Langs een fototenstoonstelling van mensen die ons met hun blikken volgen.

Maîtresse Barones de Vaughan

Ooit bevond zich onder de gaanderijen een geheime gang die de bejaarde Koning Leopold II benutte om bij zijn zeer jonge maîtresse Barones de Vaughan te komen. Blijkbaar had zijn zoon geen behoefte aan een geheime maîtresse want die gooide de gang na zijn vaders overlijden dicht.

Venetiaanse Gaanderijen Nomad&Villager

Wat ook niet gezien mocht worden, waren de 19e eeuwse kurende badgasten in zee. Tegenover de gaanderijen staan de witte houten strandcabines die vroeger op wielen door paarden naar zee werden gereden.

Witte strandcabines

Men kon zich dan kuis omkleden aan de rand van het water en zich voor de cabine in zee laten zakken. De paarden en de wielen zijn verdwenen, maar de witte houten cabines worden ieder jaar na een winterslaap weer op het strand geplaatst.

De renbaan ligt er stilletjes bij. We besluiten de kustlijn te verlaten en achter de duinen te gaan fietsen. Een klein kapelletje tegenover natuurgebied Raversijde is onze eerste stop. Brandende kaarsjes en foto’s van kinderen, honden en oma’s vertellen het gemis van dierbaren.

Walraversijde

Dan komen we in een moerasachtige omgeving: Walraversijde. Hier was ooit een vissersdorpje. Vier witte huisjes zijn opnieuw leven ingeblazen om ons eraan te herinneren hoe het leven van Lucs voorouders er uitzag. Iets verder ligt de Atlantikwall van de Duitsers met zijn 60 bunkers en geheime gangen, gebouwd om een aanval van de tegen te houden.

We voelen onze maag rammelen en besluiten dat het tijd is voor een onbekend visje op een onbekend stukje Oostende: de oostoever. De zon staat hoog als we terug zijn bij de Visserskaai. Het schip van Luc ligt er eenzaam bij.

Oosteroever

We pakken het pontje naar de Oosteroever. Een prachtig natuurlandschap en industrieel havengebied ineen, met houten droogdokken en vergane scheepsloodsen.

Visnetten Oostende Nomad&Villager

Zoals de Duitsers de geallieerden vreesden en verdedigingswerken langs de kust aanbrachten, zo hield Napoleon zijn hart vast voor de Engelsen en liet het Fort Napoleon bouwen. De Duitsers namen het in beide oorlogen dankbaar over.

Nu is het een museum met een restaurant ondergebracht in wit gestucte gewelvengangen. De ideale plek voor een onbekend visje. We nemen plaats op het buitenterras. Links ligt vuurtoren Nelle. Ervoor de Nele, een 19e eeuwse tweemastsloep en voor ons op zee vaart de Franlis. Hugo Claus voer regelmatig met dit schip mee.

Zeetong

Als we horsmakreel bestellen, moet de kelner ons teleurstellen. Dat hebben ze niet, wel heerlijke garnalen en een meer dan fantastische zeetong. Terug met de pont, zien we dat Lucs schip aanstalten maakt uit te varen. We zwaaien even. Dan maken we een praatje met Herbert die naast de Hollandse kunstenaars heeft plaatsgenomen.

Kunstenaar Herbert Oostende Nomad&Villager

Ook hij ging de wereld over om tenslotte in Oostende thuis te komen. “Jullie filmmaker Theo van Gogh ging een film over mij maken maar toen ging hij dood. Tsja deze stad trekt wonderlijke mensen.”

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken

Deze reportage kwam tot stand op uitnodiging van Toerisme Vlaanderen en won de Belgische Blog Award 2014

Share at:

Anderen lazen ook

3 reacties op “Het parfum van Oostende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *