De geit van Leuven

Aantal keer bekeken:2579

“En vijf jaar na de moord op Frans Ferdinand hebben ze het Verdrag van Versailles ondertekend.” De zin hangt even doelloos in de kou van de Naamsestraat en drijft dan mijn kant uit. Ze komt van een jonge vrouw, diep weggestoken in een zwarte jas.

Leuven – Haar gesprekspartner knikt en zegt iets, maar ik versta niet wat. Leuven. Ik kom er om te verpozen, maar ik zou er evengoed kunnen wonen. Ik voel me prettig in die provinciestad met straatnamen die de rest van de wereld omarmen: Amerikalaan, Parijsstraat, Brusselsestraat, en nachtelijke gesprekken die over de vrede gaan.

Leuven vanaf museum M

Het is laat als ik Leuven binnenrijd. Ik heb gebeld om te zeggen dat ik er nu echt aankom, dat ik vaststond in Brussel, en Joëlle of was het Agna, heeft de parkeergarage tegenover het ziekenhuis aanbevolen. Hoewel de garage leeg is, weigert de slagboom dienst.

Aziaat

Een Aziaat schiet  te hulp. Volgens een vriendin is het aantal allochtonen in de stad op één hand te tellen en ik prijs het toeval dat ik er zojuist één ben tegengekomen.

Voor het Heilig Hartziekenhuis staan een paar mannen nerveus te roken. Mijn vriendin is hier ooit in alle haast bevallen, terwijl de arts buiten een sigaret rookte. De Vlaamse uitdrukking voor een kind krijgen schiet door mijn hoofd, met de stem van mijn oma: “Wit t al? Die van hiernaast heeft ne kleine gekocht.”

Casa Bollecine

Met mijn koffer loop ik naar de Parijsstraat. De wieltjes ratelen op de kasseien. Agna zit te wachten aan de bar van de gesloten bistro. Als ik op het raam klop, vouwt ze een krant op. Eigenlijk had de Bed & Bistro in Toscane moeten liggen.

Maar zoals dat soms gaat, kwam de liefde ertussen. Joëlle of was het Agna, kreeg een vrijer en dan is Italië ver, dus streken de zussen in het hart van de Parijsstraat neer. Alleen in de naam, Casa Bollecine gloort nog de gekoesterde droom.

Grote Markt

Van de Parijsstraat dwaal ik even later over de Grote Markt langs het imposante stadhuis waar de socialist en voormalig leraar Frans, Louis Tobback, al veertien jaar als burgemeester zetelt. Een Oost-Europeaan toetert eenzaam een kerstliedje.

Ik loop de smalle Boekhandelstraat in. Ik zie weinig dat aan boeken doet denken. Wel een reisbureau en een aankondiging dat de Nieuwe Zelfmoordlijn een opleiding start voor vrijwilligers. In de Muntstraat is het druk.

Ik drink een paar pinten met een Nederlandse journaliste die omwille van de liefde in Leuven woont. Ik denk aan mijn nichtjes die allen in Leuven studeerden. Stuk voor stuk kwamen ze na afloop thuis met een bul én een Hollander. Ik vertrok naar Amerika, maar kwam evengoed thuis met een Hollander.

Kokoon

Kokoon om de hoek is één van mijn favorieten. Maar ik ben blijkbaar niet de enige die er graag eet en het restaurant zit vol. Ik stap bij een eetgelegenheid naar binnen waar elk gerecht vooraf wordt gegaan door het woordje ‘très’. Het is er vooral très koud.

De wind buldert tegen het gordijn dat het moet weerhouden. Het waait op en strijkt langs mijn nog altijd lege tafeltje. Na een uur geef ik het op. Bij Kokoon is er inmiddels een plaatsje vrij.

Dronken

Een man en vrouw naast mij leggen een bevriend echtpaar uit hoe je dronken kunt worden zonder dat de kinderen het merken. Aan de tafel aan mijn andere zijde geven mannen tussen de gerechten een baby door.

Als ik de volgende morgen tussen de satijnen lakens van Joelle en Agna uitglip zie ik dat de buitenwereld is veranderd in een grote markt. De zussen zetten Italiaanse koffie en in de krant lees ik een column van de journaliste. Aan het ontbijt spreken de gasten het Hollands van boven de rivieren.

Geit van Leuven

In een boekwinkel koop ik een krant. Verveeld vraagt de verkoopster of ik de mok er bij wil. Op de mok staat de tekst dat er al eens gelachen mag worden. Ik koop een geitenkaasje van een man die bij elk kaasje dat hij inpakt zegt: “van een geit, krijg je gene  spijt. En weet je wel hoe lekker een geit van Leuven smaakt?”

Kou in Leuven

In museum M kijk ik naar het werk van een man met de naam Denmark. Denmark vindt dat er een overdaad aan gedrukt informatie is. Hij maakt informatiedragers monddood door ze te versnijden, te vouwen en te persen. Ik ben het niet met Denmark eens.

Ik vind dat er een tekort aan lezers is. ’s Avonds, op weg terug naar Nederland, bedenk ik dat ik de geitenkaasjes ben vergeten. Ik voel diepe spijt.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nicole Franken.

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *