BruTaal Brugge: over liefde, boeken en ontheemd zijn

Aantal keer bekeken:181

De vrouw was aan boord gegaan aan de Rozenhoedkaai, daar bij de trap van het gildehuis van de leerlooiers en de huidenvetters. Ze had even gewacht tot haar zoon in de boot was gestapt en voorzichtig had plaats genomen. Voorin. Zijn rug tegen die van de kapitein.

Brugge – Hij had zich wat gegeneerd, zo openlijk in een toeristenboot. Maar zodra de boot onder de brug van de Blinde-Ezelstraat gleed, langs de panden van de Steenhouwersdijk, was zijn schaamte verdwenen en had zijn moeder het overgenomen.

BruTaal Brugge

Terwijl het bootje door de grachten van het middeleeuwse Brugge voer, maakte zij een hele andere reis over water. Van Indonesië naar Nederland. Zij, de Brabantse, was op weg naar huis, al zou ze het vermoedelijk zo niet noemen.

Samen met haar dochters en een nieuwe man. Het zou haar nog ongeboren zoon zijn die, jaren later, haar verhaal vertelt. Deze zoon, Adriaan van Dis, zat nu op knielengte voor mij in de boot. Op uitnodiging van het nieuwe literaire festival BruTaal Brugge.

Varen door het literaire fesitval BruTaal in Brugge

Adriaan van Dis

Eerder had ik hem over de Predikherenrei zien lopen. Een wat oudere man die een kwetsbare indruk maakte. Hij was me voorbij gelopen. Had zich laten fotograferen op de brug. Zijn rug leunend tegen het ijzer. Zijn gezicht naar de straat van oma.

Had hij haar huis kunnen zien? Het lag precies in de knik. Maar als hij het al kunnen zien, had hij niet háár huis gezien. Niet het huis met de glas-in-loodramen.

Mein Kampf

Niet het huis met de zware eiken voordeur met de koperen klopper, waarachter kamers  – de houten vloeren nog met zwarte nagels vastgezet –  zich uitstrekten tot aan de ommuurde tuin met het standbeeld en de twee landschildpadden.

Niet het huis met de hertenkop halverwege de trap en Mein Kampf achter de glazen deurtjes van de boekenkast. De vijand kon je immers maar beter in de ogen kijken. Nee, het huis dat van Dis zou zien, had schreeuwerige dakkapellen en bleek glas in aluminium sponningen.

Literair festival

Als reisjournalist naar een stad mogen afreizen om daar je favoriete schrijvers te horen spreken over reizen. En dat tegen het eeuwenoude decor van de Hanzestad Brugge. De stad van oma. Er zijn beslist ergere dingen.

En toch begon het minder poëtisch dan ik me had voorgesteld. De opening van het literaire festival BruTaal vond plaats in het concertgebouw dat in 2002 ter ere van Brugge Culturele hoofdstad aan ‘t Zand was gebouwd. Een toepasselijke naam voor een plein dat, al zo lang ik me herinner, wegens werkzaamheden vol zand ligt.

Peachez

Het was tropisch warm in de zaal. Naast mij zat een man met te lange benen waarvan de voeten mij met regelmaat een schop verkochten. Aan mijn andere zijde zat een innig verstrengeld stel. Hij streelde ritmisch haar benen tot diep onder haar rokje.

En het was al zo warm!

Internetliefde

Toen de vrouw even ging verzitten, zag ik dat ze meer dan een generatie scheelde met de man aan wie ze vastzat. Ik dacht aan Peachez de nieuwe roman van Ilja Pfeijffer over de verliefde academicus en zijn jonge internetliefde.

Een liefde die niet goed af zou lopen, al is dat ook maar een opvatting want de academicus kende geen spijt.

Herman Leenders

“Liefde”, zou de schrijver toelichten “is projectie op de ander waarin de fantasie een hoofdrol speelt. Vroeg of laat wringt de werkelijkheid zich er tussen en dat loopt zelden goed af.”

Misschien had het stel naast mij beter het Provinciaal Hof kunnen kiezen voor hun minnespel. Daar deden Pfeijffer en de Brugse schrijver Herman Leenders een poging de ultieme liefde te verklaren aan de hand van de klassieken.

Brutaal literair festival

Boudewijn Büch

Daar was het dat de interviewster vroeg of wij ons bij het betreden van dit 19e-eeuwe neogotische gebouw ook hadden afgevraagd hoe vaak de liefde al in de nissen zou zijn bedreven.

Nee, ik had me dat niet afgevraagd. Ik had me hele andere dingen afgevraagd. Zoals: waarom Boudewijn Büch toch altijd met witte handschoentjes boeken vastpakte, terwijl Ludo Vandamme, wetenschappelijk medewerker van de bibliotheek Brugge mij met zijn blote handen manuscripten en incunabelen uit de 15e eeuw liet zien.

“Gewoon een kwestie van even je handen wassen”, zal Vandamme schouderophalend zeggen.

Genua en Damascus

Ik was naar Brugge gereisd om Ilja Pfeiffer te horen spreken over Genua, Cees Nooteboom over Brasilia, en de dichter Gayath Almadoun over Damascus. En ook Berlijn, Maputo en Rome kwamen voorbij. Het thema van het festival was De stad.

Maar ik was ook gekomen voor Brugge, de stad die mijn jeugd had gekleurd omdat mijn moeder er opgroeide en haar moeder er tot haar dood in 1989 zou wonen.

Coupure Brugge

Als kind had ik mijn neus opgehaald voor de geuren van de vismarkt met zijn stenen kramen. Ik had gezwaaid naar Patriek de garagist aan de overkant van het donkere water van de Coupure.

Ik had spekken hekrehen van de boulanger die François Herman heette en van de beenhouwer die, wonderlijk genoeg op zijn beurt, Herman François heette.

Jappenkamp

Van Dis had zijn moeder inmiddels terug gevoerd naar Nederlands-Indië, naar het Jappenkamp waar zij gevangen zat. Ik keek naar een theehuis aan het water waar een ouder echtpaar gemoedelijk een biertje dronk.

Op de brug boven mij maakten Japanners selfies, hun lange stokken wierpen schaduwen op het water. Ik vroeg me af wat Adriaans moeder hier van zou hebben gevonden, maar durfde hem niet te onderbreken.

Kantklossen

De boot maakte een bocht naar links weg van de Coupure, weg van oma’s huis. Verder naar rechts, achter de middeleeuwse woningen aan het water, zouden de knoestige handen van Germaine in sneltreinvaart de klosjes kant over elkaar draaien.

Baldadigheid had me eerder die dag naar binnen gedreven. Kant was op sterven na dood. Wie ging daar nu nog kijken? Maar de directeur was allerhartelijkst geweest.

Arme milieus Brugge

Hij was me voorgegaan langs werken van moderne ontwerpers zoals lingerie-ontwerpster Sun Mae en kasten vol naslagwerken over kant om uiteindelijk uit te komen bij Germaine de Ruyter.

Deze ruim tachtigjarige komt iedere zaterdag met vriendinnen samen hier om het ambacht in leven te houden. Als kind had ze de vaardigheden van thuis meegekregen.

Gouden Eeuw Brugge

Voor meisjes uit de armere milieus was kantklossen een manier om geld te verdienen en het gezin uit de armoede te houden. “En zij die bij de nonnen terecht kwamen hadden het beslist beter gehad dat de rest,” had de directeur gezegd.

Kant dateert uit de 16de eeuw. Toen Brugges Gouden eeuw niet meer dan een fluistering uit het verleden was. Van 1600 tot 1885 was Brugge zelfs een van de armste steden in de Nederlanden.

Boekverluchtingen en letterkunst

Maar ook in de hoogtijdagen van de veertiende eeuw toen de stad internationaal bekend voor z’n boekverluchtingen, grafplaten en letterkunst, zo had Vandamme – de man van de blote handen –  me verteld, noemden de Italianen Brugge spottend een begraafplaats voor de levenden.

Ironisch genoeg, is het een boek -met nog ironischer in de titel de dood – dat de stad weer leven inblaast. De roman: Bruges-la-Morte (Brugge de Dood, maar vertaald als de Stille) vertelt het verhaal van de weduwnaar Hugues Viane.

Bruges-la-Morte

Viane ziet in de jonge danseres Jane zijn overleden vrouw terug en dwingt haar langzaam maar zeker in diens rol. Wees gewaarschuwd ook dit verhaal loopt slecht af. Voor Brugge betekent de roman echter een hernieuwde internationale belangstelling voor een arme maar mysterieuze stad.

“Odessa” had het Vlaamse theatercollectief Hof van Eede tijdens een voorstelling verzucht, “is vooral een verlangen naar Odessa.” “Brugge dacht ik, is vooral een verlangen naar het verleden.”

Minnewater

Ik zag oma met het uitgevouwen plastic regenmutsje over het gewatergolfde haar. De vouwtjes van het doorzichtige plastic als de golfjes op zee.

De boot is gedraaid. Ze koerst af op het Minnewater. Het bruine water is gevuld met witte zwanen, symbool van de stad. Ook de moeder van Van Dis is inmiddels teruggekeerd uit Nederlands-Indië en woont nu in het repatriantenhuis in Bergen.

Outsiders en racisme

Hier wordt de zoon, de outsider, geboren. Met zijn Brabantse moeder, zijn gekleurde zussen en zijn autoritaire vader. Ze hadden zich niet welkom gevoeld. Er was ongebreideld racisme.

“Ook nu zijn er Syrische kinderen die niet welkom zijn, gevangen in een wereld die niet de hunne is. Voor wie het onmogelijk is terug te keren naar dat wat kapot is.”

Ghayat Almadoun

“Maar het leidt wel tot schrijvers”, zal Van Dis zeggen net voordat het bootje weer aan de kaai aanlegt. “Zij worden mogelijk de nieuwe Dickens van de komende generatie.”

In een andere zaal in Brugge neem de Syrisch-Palestijnse schrijver Ghayat Almadoun alvast een voorschot op die generatie. In welluidend Arabisch klinkt het:

‘Leg je dromen in de schuur

en geef de planten op het balkon veel water

want het gesprek met het ijzer

kan lang duren.’

Tekst en filmpje: Anneke de Bundel – Beeld: Shutterstock

Het festival BruTaal Brugge is een twee-jaarlijks festival en zal in 2019 weer plaats vinden. 

Meer over Vlaanderen? Lees ook:

Meer over boeken? Lees ook:

Brugge praktisch:

Share at:

Anderen lazen ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *